Op een bankje in Hanoi

Tegenwoordig fietst Kristien Hemmerechts in haar vakanties. Ze fietste op Cuba, op Madagascar, in Senegal en nog niet zo lang geleden in Vietnam. Achterop de tandem bij haar vriend Bart Castelein (een wereldfietser die onder meer een boek publiceerde over zijn tocht door Congo) doorkruist ze verre oorden. En net als hij heeft ze nu over zo'n tocht een boek geschreven. Castelein is in de eerste plaats een fietser, Hemmerechts is allereerst een schrijfster. Als zij een reisboek schrijft, stelt ze in Notities bij een fietstocht door Vietnam, gaat dat in de eerste plaats over haarzelf: `Een mens neemt nu eenmaal zichzelf mee. Hij kijkt met zijn eigen ogen, luistert met zijn eigen oren, ruikt met zijn eigen neus, denkt met zijn eigen hersenen en voelt met zijn eigen hart.'

Het is nogal onthutsend hoe waar dat hier blijkt. Op haar laatste dag in Vietnam, aangeland in Hanoi, koopt Hemmerechts van een straatverkoper nietsvermoedend roofdrukken. Slecht voor schrijvers, die illegale fotokopieën van romans, constateert ze, maar nu kan ze tenminste haar leeshonger stillen; eindelijk voelt ze zich een beetje thuis. Ze beschrijft Duong Thu Huongs roman Paradise of the Blind, over een communistische jeugd in Vietnam, en zo belandt ze al snel bij haar eigen jeugd. Haar vader was werkzaam bij de BRT, haar moeder was lerares Latijn. Hemmerechts mijmert verder over het elitaire van haar ouders. Hun dochter zou, gesteld dat België zo communistisch zou zijn geworden als Vietnam, toch zeker tegen de muur zijn gezet. `Kristien Hemmerechts. Vijand van het volk. In haar wieg onder de privileges bedolven.'

Die eerste bespiegeling zet de toon. Het is alsof we daarna niet meer loskomen van het Westen of Kristien Hemmerechts. Zeker; ze constateert hoe gescheiden de seksen leven in Vietnam, hoe lekker het nationale gerecht is – Pho, noedelsoep – en ze probeert te doorgronden hoe liberaal het land is. Ze beschrijft de Franse kilometerpalen en de gefietste route. Maar dat alles maakt een afstandelijke indruk; alsof Hemmerechts thuis, achter haar bureau, een studie van het Vietnamese toerisme heeft gemaakt. Als ze eens een anekdote of een ontmoeting beschrijft, dan heeft die plaats in een toeristenhotel.

Veel vaker draait het inderdaad om Hemmerechts zelf. Van alles krijgen we mee. Van de eerste keer dat ze in een vliegtuig stapte (1973) tot haar gedachten over soldaat Jessica Lynch, en ook tot welk eten zij in Vietnam zo mist – een broodje bij het ontbijt, fruit en muesli.

Niet dat zij westers eten lang hoeft te missen; slechts drie weken verbleef Hemmerechts in Vietnam. Wie zich per fiets verplaatst, ziet doorgaans veel meer van het gewone, alledaagse leven dan wie dat niet doet, maar zelfs dan zijn drie weken te kort om werkelijk iets van een land te weten te komen. Hemmerechts is dat in elk geval niet gelukt. Zij schrijft natuurlijk veel beter dan de gemiddelde toerist, maar haar gedrag en vrijblijvende constateringen ontstijgen nergens dat van al die andere cultureel geïnteresseerde vakantiegangers. Al op bladzijde 11 komen Wagner en de helikopters ter sprake en de heerlijke geur van napalm in de morgen. Er is de standaard griezelanekdote over hondenvlees. Net als elke westerling ergert ze zich aan de invloed van de Lonely Planet-gids en is ze er tegelijkertijd verslaafd aan. Ook zij leest de best verkochte roofdruk van Hanoi – Graham Greene's The Quiet American – en op haar beurt realiseert ze zich de paradox van het toerisme; mede door haar komst wordt schilderachtige armoede vervangen door eenvormige westerse welvaart. Je verwacht dat een schrijfster op reis al haar poriën openzet, dat ze méér, of andere dingen ziet dan de talloze miljoenen die terecht géén reisboeken schrijven. Wie op reis gaat, neemt zichzelf mee, inderdaad, maar dat men op reis zo op gaat in zichzelf, dat het nieuwe landschap en de mensen die erin wonen uit zicht verdwijnen, is verbazingwekkend.

Kristien Hemmerechts fietste in Vietnam, maar haar hoofd bleef thuis, in de boeken. Terwijl ze op haar bankje in Hanoi leest over de geschiedenis van Vietnam, ergert ze zich aan de Vietnamezen die haar storen. Weer veilig terug op haar hotelkamer vraagt ze zich af waarom ze zo harteloos was en wat die Vietnamezen haar te zeggen hadden. Hoezo, gemiste kans?

Kristien Hemmerechts: Notities bij een fietstocht door Vietnam. Atlas, 142 blz. €15,–