Minister wil advies NMa over de haven

Op verzoek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat brengt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een advies uit over mogelijke concurrentievervalsing door Havenbedrijf Rotterdam. Dat heeft NMa-woorvoerder S. Bierling vanochtend bevestigd. De NMa wijst er op dat een advies niet hetzelfde is als een officieel onderzoek.

Aanleiding voor het NMa advies is dat minister Peijs (Verkeer) wil weten of het per 1 januari verzelfstandigde Rotterdamse havenbedrijf als overheids-nv niet een te dominante positie heeft. Verschillende grote ondernemers in de haven van Rotterdam, zoals P&O Nedlloyd en containeroverslag ECT, worden bij het onderzoek betrokken.

Het Amsterdamse havenbedrijf is op de hoogte gesteld van het onderzoek in Rotterdam, dat vooral in de containeroverslag een monopoliepositie heeft. Amsterdam heeft met overheidsgeld van 135 miljoen euro een splinternieuwe containerterminal (Ceres) aangelegd, maar tot nu toe is er nog geen container in de nieuwe haven gelost. Terwijl in Rotterdam wat betreft de containeroverslag sprake is van congestie bij de overslag van containers, staat Amsterdam met zijn nieuwe terminal buitenspel.

Volgens voormalig havendirecteur W. Scholten van Roterdam is er in Amsterdam sprake van een verkeerd concept. Hij wordt in die visie gesteund door de grote containerrederijen die niet van plan zijn om hun lading te versnipperen en twee havens te gebruiken. Ook bouwt Rotterdam een splinternieuwe containerterminal (Euromax) die in 2007 open gaat.

Brussel heeft de alliantievorming van reders en overslagterminals oogluikend toegestaan, maar wil op dit punt een nieuw beleid gaan voeren. Reders en verladers hebben een uitgekiend systeem (het zogeheten `port equalization') van tarieven en afspraken dat het voor derden onmogelijk maakt daartussen te komen.