Koken voor Gertrude

Het waren de literaire memoires van Gertrude Stein en Alice B. Toklas die de Amerikaans-Vietnamese schrijfster Monique Truong inspireerden voor haar debuutroman Het boek van zout. Na de dood van Stein verscheen in 1954 Toklas' kruising tussen memoires en kookboek in The Alice B. Toklas Cook Book. In dat boek komt een Vietnamese kok ter sprake die in de jaren dertig bij hen in Parijs in dienst was.

Truong (1968) brengt met haar verbeelding die onbekende Vietnamees tot leven. In Het boek van zout, dat in feite één lange innerlijke monoloog is, vertelt hoofdpersoon en kok Binh in fragmenten over zijn keukenperikelen in huize Stein/Toklas en over zijn leven in en vlucht uit Vietnam. Truong, die zelf vlak voor de val van Saigon in 1975 met haar moeder naar de Verenigde Staten vluchtte, laat zich door meer historische figuren inspireren. Binh is in Parijs voortdurend op zoek naar een man op een brug die hij één keer ontmoet heeft. Voor diens mysterieuze karakter stond Ho Chi Minh, de legendarische Noord-Vietnamese president, model. Belangrijker dan historie is echter de betekenis van zout in het boek: als onmisbaar levenselixer in de keuken en als metafoor voor verdriet (zoute tranen), werk (zweet) en de levensreis (de zee). Zout is het verbindende element in het leven van Binh.

Binh is homoseksueel en heeft het in zijn thuisland aangelegd met zijn Franse baas en chef-kok Blériot. Hun verhouding wordt verraden door een jaloerse secretaresse en Binh ontvlucht Vietnam om aan de toorn van zijn wrede, katholieke vader te ontsnappen. Hij werkt als scheepsjongen en hulpkok (net als Ho Chi Minh dat ooit deed) en reageert in Parijs uiteindelijk op een advertentie van Stein en Toklas. Hij kookt vele gangen voor de vele gasten van het paar en met Toklas deelt hij zijn liefde voor het exquise eten. Binh blijft echter een dolende ziel, op zoek naar liefde.

Het boek van zout is een zeer ambitieuze debuutroman waarin de voormalige advocate Monique Troung veel verhaalfragmenten aaneensmeedt. Ze komt aanvankelijk wat moeizaam op gang door te veel literaire lijnen uit te zetten en daardoor te struikelen over een gebrek aan een opbouwende structuur, maar het loont om even vol te houden. Uiteindelijk valt de compositie op zijn plaats en krijgt de roman zijn innerlijke logica en spannende rust.

De Amerikaanse is op haar best in de beschrijving van Binhs (strijd tegen) eenzaamheid, zijn niet ingeloste verlangens en het verdriet over zijn moeder. In die episodes vallen de melancholie en de bestaanspijn natuurlijkerwijs samen, terwijl ze in de beschrijving van ingrediënten en recepten, hoe aanstekelijk ook, de neiging heeft te vervallen in een overvloed aan (homerische) vergelijkingen. Over zijn gebrekkige Frans en taal als een huis met vele deuren zegt Binh: `Maar als ik hun woorden infiltreer, een gooi doe naar hun betekenis, schep ik daarmee de valdeuren die me binnen zullen laten als het 's nachts buiten te koud en te donker is.' De hang naar mooischrijverij is Truong dus niet vreemd. En een letterlijk kijkje in de keuken van Stein en vooral Alice Babette Toklas is een even fictief als biografisch feest. Daarin heeft Troung een mooie balans gevonden; Het boek van zout is ook de titel van een gefingeerde ongepubliceerde roman van Gertrude Stein uit The Alice B. Toklas Cook Book. Zo houdt Truong de verbeelding aan de macht en laat ze de lezer glimlachen om de sympathieke malloten Stein en Toklas en de dolende Binh.

Monique Truong: Het boek van zout. Vertaald uit het Engels door Heleen ten Holt. De Bezige Bij, 287 blz. €18,90