Jezus lijdt in A-groot

De schrijver J.T. LeRoy is de trotse bezitter van een voortreffelijk scheerapparaat. Op foto's wil hij alleen maar verschijnen verkleed als vrouw, met een donkere uilen-zonnebril, lange blonde haren en een gladde kin. Zo word je een serieus te nemen cultfiguur – en ook door consequent te verklaren dat je zelfmoord zou plegen wanneer je niet kan schrijven. LeRoy's debuut Sarah is bovendien, zoals de schrijver zelf aangeeft, de weerslag van een schaamteloos therapeutisch zelfonderzoek. Maar is het resultaat zo erg als de hysterische mythevorming zou doen geloven?

Wie de lijst van bewonderaars van LeRoy bekijkt – met namen als Chuck Palahniuk, Tom Waits, Dave Eggers, Bono – mag hopen dat de waardering niet alleen voortkomt uit medelijden. Maar er is alle reden voor compassie wanneer het verhaal in Sarah ook maar enigszins met dat van LeRoy's jeugd overeenkomt. Sarah is namelijk de geschiedenis van de twaalfjarige `truckersteef' Cherry Vanilla die, evenals zijn moeder, meedraait in de wereld van de prostitutie. Op zoek naar erkenning en uit verlangen een betere hoer te worden dan zijn moeder, verkleedt hij zich als meisje en verbindt zich aan een spiritueel aangelegde pooier. Wanneer Cherry's ambities te veel worden beknot, besluit hij te vertrekken en sluit hij zich aan bij een minder zweverige en fijnbesnaarde concurrent.

Hoewel er genoeg gebeurt, is de uitwerking van dit gegeven aanvankelijk nogal langdradig. Pagina's lang wordt er uitgeweid over de bijzondere maaltijden die in het truckerscafé geserveerd worden, de leren rokjes en het satijnen ondergoed. Maar het verhaal komt goed op gang, en wordt op een aangename manier absurd, wanneer Cherry door de concurrerende pooier en zijn schare wordt gezien als een heilige. Inmiddels heeft hij de naam van zijn moeder – Sarah – aangenomen, waardoor zijn omgeving ervan overtuigd raakt dat ze met een reïncarnatie van de bijbelse Sara te maken heeft. Cherry heeft immers nog nooit een maandelijkse bloeding gehad – ze is nooit verder gekomen dan een bloedende aambei. Misschien ligt er niet direct een onbevlekte ontvangenis in het verschiet, maar dat God plannen heeft is voor iedereen duidelijk.

Gelovigen voelen opeens `een aanwezigheid' en beginnen de heilige schoenen te likken, Sarah wordt op een bed gelegd, en vrachtwagenchauffeurs mogen het wonder bekijken maar niet aanraken. Het lukt zelfs enkele Yankee-truckers te trakteren op een show waarin de nieuwe verlosser over een moeras loopt, terwijl de collega-prostituees het lijden van Jezus bezingen in A-groot en F-klein.

Maar waar magie is, is ook zwarte magie en al gauw wordt Sarah hier het slachtoffer van. Onvermijdelijk blijkt dat `ze' niet een lief meisje is met kleine appelborstjes die nog niet geplukt zijn, maar gewoon een goed verzorgd en onbehaard jongetje – en deze ontdekking heeft bepaald onaangename gevolgen. Waarschijnlijk had Sarah het als debuut niet gered wanneer er geen hype omheen was gecreëerd, want het verhaal is uiteindelijk te vlak en rechtlijnig. Maar de roman is toch ook weer te absurd om als simplistische bekentenisliteratuur weggezet te worden en te humoristisch en vlot geschreven om afgedaan te worden als een therapeutisch verslag.

J.T. LeRoy: Sarah. Vertaald door Robert Dorsman. De Geus, 188 blz. €17,90