Ik dans als ik dirigeer

De Britse Roy Goodman is de nieuwe chef-dirigent van het fusieorkest Holland Symfonia en de nieuwe leider van het Bachkoor Holland. ,,Ik ontdekte pas onlangs hoe extreem Matthäus-minded iedereen hier is.''

Zijn stem komt velen onbewust bekend voor. Als jongenssopraan zong de twaalfjarige Roy Goodman de solopartij op de nog steeds beroemde opname van het Miserere van Gregorio Allegri door het koor van King's College, Cambridge. Inmiddels verheugt Goodman (53) zich uitbundig op zijn vierde kleinkind en zet hij zijn heldere bariton alleen nog zingend in wanneer het hem als dirigent of grootvader van pas komt.

,,Ik was als kind muzikaal bevoorrecht'', zegt Goodman in de dirigentenkamer van het Muziektheater. ,,Mijn ouders waren musici en iedereen in het gezin speelde een instrument. We konden naar keuze een strijkkwartet vormen of twaalfhandig piano spelen; dat paste net op één toetsenbord. Ikzelf studeerde viool en orgel, en ik zong. Als koorknaap zette ik ook voor het eerst voet in Amsterdam. Van het concert herinner ik me niets, maar de jeugdherberg waarin we sliepen staat me nog helder voor ogen. Een oud gebouw met enge, steile trappen.''

Met ingang van dit seizoen is de Engelsman Roy Goodman de allereerste chef-dirigent van het ballet- en symfonieorkest Holland Symfonia, dat in 2002 ontstond uit een fusie tussen het Nederlands Balletorkest en het Noordhollands Philharmonisch Orkest. ,,Ik wilde al langer een eigen symfonieorkest leiden'', vertelt Goodman. ,,Het leven als rondreizend gastdirigent lijkt aanvankelijk leuk en dynamisch, maar het heeft me twee huwelijken gekost. Na vijftien jaar was ik het zat uit een koffer te leven. Veel chef-dirigentschappen omvatten tegenwoordig nauwelijks tien weken per seizoen, maar ik vind het een uitdaging een nieuw orkest als dit intensief op te bouwen. Ik heb daarom een tweede huis gekocht in Haarlem, en ben hier dit seizoen ongeveer vijf maanden. Nederland bevalt me. De sociale omgang bezit hier een soort licht- en luchthartigheid die je verder alleen in Italië vindt.''

Eenheid

Voor Goodman is het Nederlandse muziekleven geen onbekend terrein. Aan het eind van de jaren zeventig speelde hij als violist mee in het Amsterdam Baroque Orchestra van Ton Koopman, en werkte hij als concertmeester en solist met `authentieke' dirigenten als Brüggen, Gardiner, Hogwood, Marriner en Norrington. In diezelfde periode nam hij het initiatief tot ensembles als het Brandenburg Consort (sinds 1975) en The Parley of Instruments (1979). Maar het zou Goodman geen recht doen hem exclusief als dirigent `uit de oude muziek' te typeren.

,,Natuurlijk onderhoud ik wel nauwe banden met die wereld'', nuanceert hij. ,,Toen ik studeerde was orgel mijn eerste instrument. Als ik had geleefd in een land met een bloeiende orgelcultuur, zoals Nederland, was ik daarin misschien doorgegaan. Aan de andere kant ben ik van nature een muzikale omnivoor, en geen specialist. Als kind wilde mijn vioolleraar dat ik voor de viool koos, en mijn pianoleraar dat ik me op de piano zou richten. Uiteindelijk ben ik rond 1970, na het Royal College of Music, gaan lesgeven op een middelbare school. Toen ik uiteindelijk toch een keuze durfde te maken en me op het dirigeren heb gestort, heb ik daar veel aan gehad. Muziekleraren en dirigenten zijn niet zo verschillend. Zij moeten allebei enthousiasmeren en ideeën verkopen. Alleen zijn pubers makkelijker dan volwassenen. Pubers kun je écht meeslepen en inspireren, maar professionele musici houden altijd één oog op de klok om te zien of het al tijd is voor de middagboterham.''

Het lijkt opmerkelijk dat juist Goodman is aangetrokken om van het fusieorkest Holland Symfonia een eenheid te maken. Ervaring als chef-dirigent van een symfonieorkest heeft hij nog niet. Maar als de actiefste freelance gastdirigent van Europa stond hij wel voor een indrukwekkende hoeveelheid van tachtig verschillende orkesten en ensembles, van het Rotterdams Philharmonisch tot het Koninklijk Symfonieorkest Oman en de San Francisco Opera.

,,Met Holland Symfonia wil ik in alle rust werken aan een nieuw klankideaal'', zegt Goodman. ,,Een belangrijk punt vormt daarin de bewustwording van de klankvorming. Tot 1920 speelden alle grote symfonieorkesten met veel minder vibrato dan nu. In de jaren dertig en veertig sloeg dat om, en werd er meer vibrato gebruikt voor een grotere toon. Ik wil terug naar de oorspronkelijke, meer heldere uitgangsklank, en vibrato inzetten als middel voor spanning. Maar dat gaat niet zomaar. En het is ook maar een klein voorbeeld van een groot proces. Ik ambieer een collectieve omslag in de mentaliteit van het orkest. Musici moeten stilistisch bewust worden, en leren herkennen waar ze eerder gedane kennis opnieuw kunnen toepassen. Ze moeten de harmonie van het totaal horen, en hun eigen rol daarin kennen en begrijpen. Al speel ík als dirigent daar natuurlijk ook een rol in.''

Symfonische muziek moet voor Goodman een smeltkroes zijn van heden en verleden. ,,Ik ben geen purist, `authenticiteit' zegt me weinig. Maar ik wil met Holland Symfonia wel een historische kleur in de klank proberen te bereiken door te werken aan de klankvoorstelling van de musici. Dat is veel belangrijker dan oude instrumenten of rigide opvattingen. Rattle, Harnoncourt, Norrington – we hebben allemaal dezelfde boeken gelezen over historische uitvoeringspraktijk. Maar boeken zijn geen muziek. De klinkende conclusie van al die boekenwijsheid blijft vooral een kwestie van persoonlijkheid en interpretatie. Zo blijkt de `historische' aanpak van de puristische Norrington uiteindelijk helemaal niet zo anders te klinken dan de `moderne', intuïtief slanke klank van Haitink. Dat vind ik grappig, en veelzeggend.''

Goodman dirigeert Holland Symfonia dit seizoen vooral in romantische muziek. ,,Een mix van toeval en commerciële noodzaak'', vat hij samen. ,,Ik zou graag programma's dirigeren met twintigste-eeuwse muziek gekoppeld aan Händel of Haydn, maar Holland Symfonia blijft een regionaal orkest. En de waarheid is dat de schouwburg in Zaandam onder geen beding een programma met muziek van Prokofjev inkoopt, want daar komt geen Zaandammer op af.''

Ballet

Naast reguliere concertprogramma's begeleidt Holland Symfonia dit seizoen acht balletvoorstellingen, voor het grootste deel in samenwerking met het Nationaal Ballet. Hoewel het orkest speciaal voor die taak de Canadees-Italiaanse dirigent Ermanno Florio heeft aangetrokken als muzikaal leider, leidt ook Goodman zijn orkest jaarlijks in twee balletproducties. ,,De benoeming van Florio verbaasde mij zeer'', lacht Goodman. ,,Ik dacht dat ík de vaste dirigent van Holland Symfonia was, en had me dus ingesteld op meer balletvoorstellingen. Maar in de praktijk ben ik blij dat het blijft bij twee producties per jaar. Dat is niet omdat ik niet van dans houd – integendeel. Ik ben een beweeglijk iemand, ik dans zelf als ik dirigeer. Maar één balletproductie kost mij een volle maand, en twee maanden met alleen ballet vind ik ruim voldoende – hoe leerzaam die avonden ook zijn. Elke danser heeft zijn eigen fysieke grenzen, en daarmee moet je als balletdirigent voortdurend rekening houden. Het begeleiden van dans leert een dirigent meer dan enig ander genre wat dienstbaarheid en flexibiliteit betekenen.''

Vorige week maakte ook het in Leiden gevestigde Bachkoor Holland een nieuwe benoeming bekend. Roy Goodman is met ingang van dit seizoen de nieuwe leider van het koor, dat in de geschiedenis van de Nederlandse Matthäus Passion-traditie een grote rol heeft gespeeld onder dirigenten Evert Cornelis, Anthon van der Horst en Charles de Wolff. ,,Ik heb met het Bachkoor afgelopen kerst het Weihnachts Oratorium uitgevoerd en dat beviel goed'', verklaart Goodman. ,,Het Bachkoor Holland heeft voor mij drie aantrekkingskrachten. Eén: Bach is God en Bach is koning. Als ik één muziekstuk zou mogen nomineren voor de eeuwigheid, is dat zonder twijfel de Hohe Messe. Ten tweede: ik heb nog nooit een eigen koor gedirigeerd, en ik zie daarnaar uit. Het derde argument is dat het Bachkoor Holland samenwerkt met het Concertgebouwkamerorkest. Het lijkt me een feest de passies uit te voeren met musici van dat kaliber.''

Goodman verheugt zich op de uitzonderlijk bloeiende Nederlandse passietraditie, zegt hij. ,,Ik ontdekte pas onlangs hoe extreem Matthäus-minded iedereen hier is, en ik vind het leuk daar deelgenoot van te worden. Maar wel op míjn manier! Een dirigent als Ton Koopman is me in Bach vaak te extreem in het benadrukken van zijn eigen opvattingen. Je hoort aan een opname binnen drie seconden dat het Koopman is. Soms is dat goed, soms geniaal en soms zo volkomen over the top dat ik de fysieke neiging heb hem terug te fluiten.''

Zijn eigen visie op Bach zal meer een fusieproduct zijn, zegt Goodman. ,,Ik werkte als jongenssopraan in het koor van King's College al mee aan een opname van de Matthäus Passion toen ik acht was, en dat was heel vormend. Maar de manier waarop dat koor de passies tegenwoordig uitvoert, is me veel te degelijk en te stijf. De Matthäus mag best een beetje theatraal klinken, maar binnen redelijke kaders. Ik ben zelf geen diep religieus mens, maar de inhoud van de tekst zal voor mij altijd het uitgangspunt zijn. Eén uitgesproken voorkeur vanuit mijn koorschoolverleden zal ik altijd behouden, en dat is een allesbeheersende liefde voor Bachs vocale lijnenspel. Solisten, koorzangers of instrumentalisten – voor mij zingt in de Matthäus Passion alles en iedereen.''

Roy Goodman dirigeert deze week zijn eerste concertserie als chef van Holland Symfonie. Op het programma staan de eerste symfonieën van C.Ph.E. Bach, Brahms en Beethoven. Concerten op 2/10 (Stadstheater Zoetermeer), 5/10 (Het Park, Hoorn) en 6/10 (Mariakerk. Haarlem). Inl.: www.hollandsymfonia.nl; www.roygoodman.com; www.bachkoorholland.nl