Identiteit is een gevangenis

De Franse fotograaf Frédéric Brenner legt al jaren en over de hele wereld joodse gemeenschappen vast. ,,Ik geloof niet dat mijn boek classificeert.''

`Survivors', noemen ze zich, de zes Amerikaanse vrouwen op één van de foto's van Frédéric Brenner. Ze zitten achter een tafel, houden elkaars handen vast en kijken recht de camera in. Hun bovenlichamen zijn bloot, bij elk is een borst afgezet, bij één van hen zelfs twee. De zes vrouwen op de foto zijn lid van een joodse steungroep voor vrouwen met borstkanker in Los Angeles.

Op een andere foto is de kleine Jemeniet Lewi Faez te zien, die de talmoed bestudeert in de schemerduistere, primitieve werkplaats van zijn vader. De foto zou genomen kunnen zijn in de Middeleeuwen, als Lewi's vader niet dat heel behoorlijke horloge om zijn pols droeg.

`Iedereen weet hoe joden sterven, ik wilde laten zien hoe ze leven', is de mantra van de Franse fotograaf Brenner, een gedistingeerde man in artistiek zwart. En: `Als je dacht dat je wist hoe een jood eruit zag, raak je in verwarring. Dat blijk je namelijk helemaal niet te kunnen weten.'

Frédéric Brenner (Parijs, 1954) studeerde af als antropoloog, maar begon al snel te fotograferen. Hij publiceerde boeken over de afstammelingen van de Marranos, de Portugese joden die hun identiteit verborgen hielden voor de Inquisitie, over Israël en over Amerikaanse joden. In 1992 ontving hij de Prix de Rome.

Brenners eerdere werk lijkt achteraf een voorbereiding voor de foto's uit zijn boek Diaspora, waarvan een deel tentoongesteld wordt in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Voor Diaspora reisde Brenner gedurende vierentwintig jaar de wereld rond om joodse gemeenschappen te fotograferen, van Los Angeles tot Georgië en van Peking tot Zuid-Afrika. Onsystematisch rangschikte hij de foto's in het boek; van de goed doorvoede Romeinse jongens die, motorhelm onder de arm, als gladiatoren in het Colosseum poseren, naar de voorwereldlijke gemeenschappen van falasha's in Ethiopië. Dan een `purim safari' en een joodse kook-klas voor zwarte dienstbodes in Zuid-Afrika. Rembrandteske taferelen in Mea Shearim, de orthodoxe wijk van Jeruzalem. De inmiddels nagenoeg compleet naar Israël geëmigreerde joodse gemeenschap van Ilynka, een Russische kolchoz waar sinds Stalin niets veranderd lijkt. Een stukje verderop de foto van de joodse Harley Davidsonclub van Miami Beach. Mannen met vervaarlijke zonnebrillen en tatoeages, op hun brulmachines poserend voor de plaatselijke synagoge.

Zijn er werkelijk speciale groepen voor joodse vrouwen met borstkanker? Lijden zij anders aan die ziekte dan andere vrouwen?

,,Ja, die groepen zijn er. Onder joodse vrouwen in Amerika komt borstkanker vaker voor, veel meer dan gemiddeld. Ik weet niet hoe dat komt, maar het is zo. Behalve joods zijn deze vrouwen ook zeer Amerikaans. Deze foto had ik nergens anders kunnen maken dan in Amerika. Hij draait om het Amerikaanse concept `healing' en het al even Amerikaanse sleutelbegrip `survivor'. Vooral die laatste term is daar aan inflatie onderhevig. Je bent survivor als je kanker hebt gehad. Als je aan de concentratiekampen bent ontsnapt. Of als je afstamt van iemand die aan de concentratiekampen is ontsnapt.''

Uw boek is opgezet om classificaties te ontzenuwen, maar het classificeert wel degelijk. Wat hebben Lewi Faez en de vrouwen uit Los Angeles in vredesnaam gemeen, behalve hun joods-zijn?

,,Ik geloof niet dat het boek classificeert. Het speelt juist met paradoxen en discontinuïteit. Veel mensen, ook joden zelf, denken dat alle joden eruit zien zoals de mensen uit Roman Vishniacs boek A vanished world; bebaarde, witte Ashkenazische joden. Ik heb willen laten zien dat dat een vergissing is. Dat elke éénduidige, onwankelbare identiteit niets meer of minder is dan een gevangenis. Voor iedereen.''

Het boek gaat in uw ogen dus niet uitsluitend over joden?

,,Er is lang nagedacht over de titel. Die is niet De diaspora, maar: Diaspora. Veel joden geloven nog altijd dat ze het copyright hebben op diaspora, maar er zijn inmiddels 260 miljoen mensen die leven buiten het land waar ze geboren zijn. Wij leven in een tijd van serieuze regressie op het gebied van identiteit. Steeds meer mensen zijn op drift, maar overal ontstaat verzet tegen mensen met een meerduidige identiteit. Vooral onder politici is de roep om eenvormigheid de norm. Dit boek laat zien hoe de geschiedenis van één bepaalde diaspora zich ontrolt. En wat blijkt? Diaspora is niets anders dan een metafoor voor voortschrijdende culturele versmelting.''

Wat is de belangrijkste ontdekking die u deed?

,,Allereerst hoe groot en verscheiden mijn familie, `ma famille imaginaire' eigenlijk is. Ik bedoel dat niet alleen figuurlijk; een gedeelte van deze hele grote puzzel is namelijk mijn eigen puzzel. Mijn moeder is een sefardische uit de Maghreb, mijn vader een ashkenazi uit Oost-Europa. Het was alleen al fascinerend te ontdekken hoe joden in Afrika leven, van Algerije tot Zuid-Afrika.

,,Daarnaast ontdekte ik wat het ingewikkelde is aan datgene wat wij identiteit noemen. Het is zowel historisch als geconstrueerd. De eerste foto in het boek, chronologisch gezien dan, is die van een kind verkleed als engel, uit 1987. Het is een klassiek joods beeld, gemaakt in Mea Shearim, de orthodoxe wijk van Jeruzalem. De laatste foto's zijn foto's uit 2002, gemaakt in Tykocin in Polen. Aanvankelijk wilde ik niet naar Polen, ik dacht: wat moet ik in een land waar geen joden meer zijn? Toen vertelde iemand me hoe de katholieken in het dorpje Tykocin ieder jaar Purim vieren door zich te verkleden als orthodoxe joden, ter nagedachtenis aan de joden die uit dat dorp zijn weggevoerd zonder dat hun katholieke dorpsgenoten dat verhinderden. En hoe Israëlische toeristen daar naar komen kijken – naar katholieken die Purim vieren!

,,Heel vaak blijkt identiteit dus een constructie, zoals in Tykocin. Een historisch gegroeide constructie misschien, maar zeker een constructie. Neem de shoah. Een enorm trauma, maar ik geloof dat we moeten uitkijken dat de nagedachtenis van de shoah niet in haar tegendeel omslaat; in een constructie die samenvalt met joods-zijn. De zelfgenoegzame cultuur van slachtofferschap die sommigen aan het jodendom verbinden is het tegenovergestelde is van waar het jodendom eigenlijk over gaat.''

Het Israëlisch-Palestijnse conflict ontbreekt in uw boek. Hoort dat niet bij het dagelijks leven van Israëliërs?

,,Ik heb Israël alleen willen behandelen in termen van `thuis in ballingschap' en `ballingschap thuis', de thema's van dit boek. Israël is een land waaraan een universele belofte is vastgehecht, maar het is gebouwd door witte ashkenazi-bolsjewieken. Ik wilde laten zien wat dat in de praktijk betekent. De vervreemding die mensen overvalt als ze `thuiskomen' in dat beloofde land, de discriminatie die vooral falasha's er moeten verduren. Ook Israël deelt in onze obsessie met een eenvormige identiteit. De gevolgen daarvan zien we dagelijks op het nieuws. Voor dit boek zocht ik naar iets anders.''

Sommige van uw foto's zijn klassiek-etnografisch, zoals die van de falasha's. Andere zijn nadrukkelijk geënsceneerd: joodse Romeinen in het Colosseum, waar hun tot slaaf gemaakte voorvaderen werden gedwongen als gladiator te vechten.

,,Dat heeft te maken met mijn eigen ontwikkeling. Ik ben begonnen als een fotograferende antropoloog. Door de jaren heen kreeg ik steeds meer oog voor representatie; hoe mensen zichzelf zien, en hoe ze willen dat jij ze ziet. Niet voor niets gebeurde dat in de tijd dat ik veel in Amerika en Europa werkte. Amerikanen en Europeanen zijn veel met hun zelfbeeld bezig.''

Een van de opvallendste geëensceneerde foto's is die van de concentratiekamp-overlevenden die als gids werken in het holocaustmuseum in Los Angeles. Ze staan in de zogenaamde `Hall of Testimony', een ruimte met het uiterlijk van een gaskamer. Één van hen is naakt. Waarom vroeg u hem zich uit te kleden? En waarom vermeldt u in het bijschrift na de namen van de gefotografeerden, de nummers die in hun arm getatoeëerd staan?

,,Dat nummer maakt voor altijd deel uit van hun identiteit, en van hun werk; ze getuigen elke dag in dat museum. Deze ruimte is een heel onfatsoenlijke plek; een tot mislukken gedoemde poging om de shoah te herdenken. Ik wilde daarvan iets laten zien door de situatie te ontregelen; ik vroeg de mannen één voor één of ze zich wilden uitkleden. De meesten wilden het niet, maar deze man had er geen enkel bezwaar tegen. Waar het om gaat: elk streven naar authenticiteit is hier tegelijk verplicht en belachelijk. Dat geldt in dat museum, en voor mij als fotograaf gold dat op dat moment ook. Je moet eenvoudigweg de verleiding weerstaan om dat soort plekken te representeren. Wat je ook doet, je zit er altijd naast.''

Frederic Brenner: `Diaspora Thuis in Ballingschap.' Joods Historisch Museum Amsterdam, t/m 27 februari 2005. www.JHM.nl

Het boek `Diaspora' is uitgegeven door Mets en Schilt, €100.