Hoe kan dit hier gebeuren

Wat was er gebeurd als Amerika in 1940 de verkeerde afslag had genomen? Zou het lichtend voorbeeld van de democratie kunnen verloederen tot een totalitair bewind van antisemieten? Philip Roth werkt dit doemscenario in zijn nieuwe roman huiveringwekkend uit.

De grootste bedreiging die er bestond toen Philip Roth opgroeide, zo schrijft hij in zijn autobiografie The Facts (1988), kwam uit het buitenland. Van de Duitsers en de Japanners, `onze vijanden omdat we Amerikanen waren.' Daarnaast was er een dreiging dichter bij huis, van Amerikanen `die tegen ons waren en ons tegenwerkten – of op ons neerkeken of ons rigoureus buitensloten – omdat we joden waren.'

Hoe diep die angst op Roth (1933) inwerkte, en dat was veel dieper dan naar voren komt uit de kale `feiten' in zijn autobiografie, blijkt uit zijn nieuwe roman The Plot Against America, zijn zesentwintigste boek en een van zijn beste. De roman is een oefening in if-history, of counter-history: wat zou er zijn gebeurd als...? Roth speelt met de radicale fantasie dat er in 1940, met een andere president aan het roer dan Franklin D. Roosevelt, een `fascistische nieuwe orde' in de Verenigde Staten zou zijn ontstaan, die de joden ook in Amerika tot een vervolgde minderheid zou hebben gemaakt.

Het had hier óók kunnen gebeuren, is Roths impliciete boodschap. The Plot Against America staat of valt daarom met de vraag of hij die beklemmende conclusie geloofwaardig weet te maken, en het droomland Amerika, het boegbeeld van democratie, overtuigend kan afschilderen als een natie in de greep van het fascisme. Het antwoord is: ja, daar slaagt hij in, in elk geval goeddeels. Dat komt omdat Roth heel goed begrijpt dat Amerikaans fascisme er op cruciale onderdelen anders zou uitzien dan het Duitse nationaal-socialisme. Daarnaast blijft hij in deze roman zo dicht mogelijk bij de historische werkelijkheid, hoe vreemd dat ook klinkt voor een oefening in if-history: heel veel feiten en details kloppen, en dat maakt het boek sterker dan pure fantasie. Ten slotte: ook de achtergrond waartegen het boek verschijnt, het sterk gepolariseerde Amerika van George W. Bush, geeft de roman een grote lading.

Zoals in veel van zijn werk, speelt Roth op vele niveaus een ingenieus spel met feit en fictie. Net als in eerdere boeken heet de hoofdpersoon van de roman `Philip Roth'. In juni 1940, als het boek begint, is hij zeven. We nemen de rampzalige wending die zich in de Amerikaanse geschiedenis voordoet dus waar door de ogen van een kind. Zijn vader werkt bij een verzekeringsmaatschappij, moeder bestiert het huishouden, en er is een oudere broer, Sandy, tegen wie hij erg opkijkt. Het gezin woont in een joodse wijk van Newark, New Jersey.

Tot zover vallen roman en biografie samen. Maar Roth geeft een dramatische wending aan zijn eigen levensloop, door in november 1940 niet de Democraat Roosevelt de presidentsverkiezingen te laten winnen, maar een isolationistische, antisemitische kandidaat van de Republikeinse partij, die campagne voert met de belofte de Verenigde Staten buiten de `Europese oorlog' te houden, die ruim een jaar eerder is uitgebroken.

Wie is deze Amerikaanse antisemiet? Niemand anders dan Charles Lindbergh, de Amerikaanse vliegenier en volksheld die wereldberoemd werd door in 1927 als eerste over de Atlantische Oceaan te vliegen. Vijf jaar daarna werd hij de hoofdrolspeler in een nationaal drama, toen zijn zoontje werd ontvoerd en later dood werd teruggevonden. De pers bestempelde het proces rond de moord op `de Lindbergh-baby' als de rechtzaak van de eeuw.

Ook voor Lindberghs politieke overtuigingen baseert Roth zich op historische feiten. Hij noemde Hitler destijds `zonder twijfel een groot man', die zou afrekenen met de malaise van de democratie. Daarin was hij niet de enige, ook buiten Duitsland. Maar Lindbergh ging verder. In de jaren dertig reisde hij herhaaldelijk naar Berlijn en accepteerde hij een hoge onderscheiding van het Derde Rijk uit handen van Hermann Göring. Nadat de oorlog was uitgebroken, ontpopte hij zich tot voorman van de actiegroep `America First', die ijverde voor Amerikaanse afzijdigheid. Lindbergh zag het Derde Rijk als de beste verdediging van de `blanke rassen' tegen het communistische gevaar en de `Aziatische horden' in de Sovjet-Unie. De `broederstrijd' van Engeland en Frankrijk tegen Duitsland beschouwde hij als een tragische vergissing.

Op 11 september 1941 hield Lindbergh een berucht geworden toespraak in Des Moines, Iowa. Drie groepen stelde hij verantwoordelijk voor oorlogshitserij: de regering-Roosevelt, de Britten en de joden. ,,Hun grootste gevaar voor dit land bestaat uit hun wijdverbreide eigendommen en invloed in onze speelfilms, onze pers, onze radio en onze overheid'', verklaarde hij. En hij voegde eraan toe: ,,We kunnen het hun niet euvel duiden dat ze opkomen voor wat ze geloven dat hun eigen belang is, maar wij moeten ook opkomen voor ons belang. We kunnen niet toestaan dat natuurlijke gevoelens en vooroordelen van andere volkeren ons land naar destructie leiden.'' Joden waren dus geen echte Amerikanen. De Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941, en Hitlers oorlogsverklaring aan de Verenigde Staten kort daarop, maakten een einde aan dit heftige Amerikaanse debat over oorlog of afzijdigheid.

Roth gaat met deze feiten aan de haal in zijn roman. Lindbergh heeft zich, anders dan bij Roth, nooit kandidaat gesteld voor het presidentschap, hoewel hem dat meer dan eens is gevraagd; hij had een hekel aan de schijnwerpers van het openbare leven. De Republikeinse kandidaat die het in werkelijkheid bij de verkiezingen van 1940 opnam tegen Roosevelt, was de gematigde Wendell Wilkie, die door Roosevelt met overmacht werd verslagen.

Roth probeert zo realistisch mogelijk door te fantaseren op de gebeurtenissen. Hij beschrijft niet alleen het gezin waaruit hij zelf is voortgekomen, ook bij de historische figuren die hij opvoert, zoals Lindbergh, Roosevelt en de joodse roddeljournalist Walter Winchell, probeert hij zich voor te stellen hoe ze hadden kunnen handelen. Een voorbeeld: Roth haalt de beruchte toespraak van Lindbergh in 1941 chronologisch een jaar naar voren, maar hij citeert er wel letterlijk uit. De speech is achterin het boek zelfs als bijlage opgenomen, naast enkele korte biografieën van de historische personages. Dat `realisme' houdt Roth in het grootste gedeelte van de roman vol. Alleen de verrassende ontknoping is burlesk, maar die kan hier beter niet onthuld worden.

De dreiging in de roman is subtiel opgebouwd. Het antisemitisme grijpt hier sluipender en verhulder om zich heen dan in nazi-Duitsland. Roth gaat daarin zelfs zo ver dat je soms bijna denkt: ach, het valt best mee. En zo laat je je in slaap sussen zoals de overgrote meerderheid van de Amerikanen in The Plot Against America. Roth laat zijn president Lindbergh geen concentratiekampen oprichten en anti-joodse wetten aannemen zodra hij aan de macht komt. Politieke partijen worden niet verboden, de pers pleegt zelfcensuur maar wordt niet direct gebreideld. In het begin van de regering-Lindbergh (met de notoire antisemiet Henry Ford op Binnenlandse Zaken) is er hooguit sprake van een andere sfeer in het land. Medeburgers voelen zich plotseling vrij om joodse landgenoten te beledigen: ,,Loudmouth Jew!'' krijgt Roths vader tot twee keer toe te horen tijdens een bezoek van het gezin aan Washington. In een hotel blijkt het gezin niet meer welkom. Dan wordt het `Office for American Absorption' in het leven geroepen: een federale organisatie die kinderen van minderheden (in de praktijk alleen joden) moet heropvoeden tot volwaardige, volledig geassimileerde burgers. Broer Sandy vertrekt voor acht weken naar een boerderij in Kentucky. De volgende stap is het deporteren van joodse gezinnen, zodat ze niet meer als `getto-joden' bij elkaar klitten in joodse wijken. Zo werkt Roth stap voor stap toe naar zijn beschrijvingen van de eerste pogroms in de Amerikaanse geschiedenis – want die komen er. Roth beschrijft het in zijn heldere, directe stijl, zonder veel literaire opsmuk – soms wrang komisch, dan weer woedend.

Wat betekenen de politieke ontwikkelingen voor de fictieve Roths? Het gezin komt onder immense druk te staan en dreigt uit elkaar te vallen. Roths vader, Herman, heeft direct door wat de verkiezing van Lindbergh voor de joden in Amerika betekent. Maar broer Sandy laat zich inpakken, door zijn reis naar Kentucky. Tante Evelyn krijgt een verhouding met de prominente rabbi Bengelsdorf, die opklimt tot adviseur van Lindbergh en tot woordvoerder voor diens assimilatieprogramma: `The pompous son of a bitch knows everything – it's too bad he doesn't know anything else', laat Roth een van zijn personages over de rabbi sneren. Evelyn mag zelfs aanzitten bij een staatsdiner voor de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Von Ribbentrop. President Lindbergh heeft dan al `strikte neutraliteit' van de Verenigde Staten beloofd tijdens een `top' met Hitler in Reykjavik. Neef Alvin vertrekt juist naar Europa om mee te vechten met de Canadezen, die Hitler wel de oorlog hebben verklaard. Hij verliest een been, keert zich af van de politiek, en zoekt zijn fortuin voortaan in de handel in fruitautomaten. Dat leidt tot een vuistgevecht met Herman, dat we zien door Philips kinderogen: `Het is zoiets hartverscheurends, geweld, als het in een huis plaatsvindt – zoals het zien van kleren in een boom na een explosie. Je bent misschien voorbereid op het zien van de dood, maar niet op de kleren in een boom.'

Roths inzet is historisch, maar de literaire kracht van de roman wordt juist voor een groot deel bepaald door het kinderperspectief. Het verhaal wordt verteld door de volwassen Philip – zijn leeftijd wordt niet nader aangeduid – die terugblikt, maar tegelijkertijd zo dicht mogelijk bij zijn ervaringen blijft zoals een kind die beleeft. Dat klinkt ingewikkeld, maar het werkt.

Door de keuze van dit perspectief is dit in één opzicht een a-typische roman voor Roth. Als schrijver is Roth vooral virtuoos in het bespelen van alle registers van woede. Ook in The Plot Against America zit veel woede, vooral verwoord door Herman Roth, maar in balans gehouden door angst; de angst van een kind dat beseft niet meer veilig te zijn in zijn eigen land en tot wie het gaandeweg doordringt dat zijn ouders hem niet kunnen beschermen tegen de furieuze kracht van de geschiedenis. Zoals de meeste kinderen wil Philip erbij horen. Hij loopt weg om zich aan te melden bij een katholiek weeshuis en volgt heimelijk `christenen' in de bus die naar huis gaan. Maar hij is nog te jong om zich echt tegen zijn ouders te keren, zoals zijn puberende broer Sandy. Roth laat normale kinderangsten – opgesloten raken in het toilet, alleen in een donkere kelder afdalen – bijna ongemerkt overgaan in de maatschappelijke angsten van een bedreigde minderheid.

Door die kinderblik kan Roth ook het angstbeeld van Amerika onder Lindbergh dramatisch laten botsen met het ideaalbeeld van de Verenigde Staten. Tegenover de racistische catastrofe staat het Amerika van Lincolns Gettysburg-address (`All men are created equal'), de Grondwet en de Bill of Rights. In deze roman geen woord over slavernij, segregatie en het lot van de indianen, maar dat was ook niet wat Roths generatie op school leerde in de geschiedenisles. Die geïdealiseerde liefde voor Amerika past ook in het wereldbeeld van de vader: de zoon van immigranten die het Europees antisemitisme ontvluchtten en voor wie Amerika het beloofde land was. `Elke dag stel ik mezelf dezelfde vraag', roept Herman Roth verbijsterd uit, `hoe is het mogelijk dat dit in Amerika gebeurt? Hoe is het mogelijk dat zulke mensen het in ons land voor het zeggen hebben? Als ik het niet met mijn eigen ogen zou zien, zou ik denken dat ik hallucineerde.'

Een laatste, maar niet onbelangrijke, factor die The Plot Against America zo indringend maakt, zijn de stille parallellen met het huidige Amerika. Roth schreef de beste roman over Amerika die er na 9/11 is verschenen, al komt die datum in het hele boek niet voor. Zelden lees je een roman die zoveel te zeggen heeft over de wereld waarin we leven. Roth beweert stellig dat dat niet zijn bedoeling is geweest. `Sommige lezers zullen dit boek willen opvatten als een sleutelroman over het huidige ogenblik in Amerika', schreef hij The New York Times. `Dat zou een vergissing zijn.' Hij schrijft dat hij tijdens het werken aan de roman uitsluitend belangstelling had voor de if-history van de jaren 1940-1942. `Ik doe niet alsof ik geïnteresseerd ben in die twee jaren. Ik ben geïnteresseerd in die twee jaren.'

Als Roth geen oprechte historische interesse had voor deze periode, had hij zijn boek inderdaad niet kunnen schrijven. Maar het zal hem niet zijn ontgaan, dat alleen al de titel van zijn roman de lezers onmiddellijk doet denken aan Al-Qaeda en de aanslagen van 11 september. Als vervolgens blijkt dat het complot tegen de democratische waarden van Amerika niet alleen gesmeed wordt door buitenlandse nazi's, maar tot in de top van de Amerikaanse regering is doorgedrongen, wekt hij daarmee op zijn minst de indruk dat hij ook een politiek punt wil maken over de regering-Bush.

Welk punt? Het inperken van de burgerrechten, het klimaat van angst dat door de regering voor een deel in stand wordt gehouden, het gevoel van ontheemding bij een belangrijk deel van de bevolking – het doet allemaal sterk denken aan Amerika na 11 september, of dat nu Roths bedoeling is of niet. Dat maakt The Plot Against America ook zo huiveringwekkend. Roths geestige satire op de overdreven genuanceerde hoofdartikelen van The New York Times, roept het falen van een deel van de Amerikaanse pers op, dat verzuimde om de beweringen tegen het licht te houden over massavernietigingswapens in Irak. De vulgaire, luidruchtige roddeljournalist Walter Winchell, die het als enige opneemt tegen Lindbergh, heeft wel iets weg van Bush-basher Michael Moore. Aan de andere kant zijn in de roman de rollen omgedraaid: progressief Amerika is bij Roth juist voor oorlog met nazi-Duitsland, conservatief Amerika tegen. `Vote for Lindbergh or vote for war', luidt hun verkiezingsslogan.

Het Amerikaanse antisemitisme zoals Roth het beschrijft, verschilt op een fundamenteel punt ook van het antisemitisme van het nationaal-socialisme. De nazi's wilden de assimilatie van de joden ongedaan maken. Het Amerikaanse antisemitisme in de roman begint juist met de plicht tot assimilatie. Voor de generatie van Roth, en voor die van zijn ouders, was het vanzelfsprekend dat je volledig Amerikaans en volledig joods kon zijn – ondanks de discriminatie die nog steeds bestond in Amerika. Die dwang tot amerikanisering in de roman roept associaties op met het huidige debat over de plaats van moslims in westerse samenlevingen, en de steeds luidere roep dat die moslims zich maar eens moeten aanpassen.

Roth spaart niemand in dit boek. Antisemieten niet, maar ook sommige (naïeve of ijdele) joodse meelopers niet. Over Roths verhouding tot zijn joodse achtergrond, of meer in het algemeen de joods-Amerikaanse identiteit, zijn hele boeken volgeschreven. Vanaf de publicatie van zijn debuut Goodbye, Columbus (1959) is hij achtervolgd met de beschuldiging van `zelfhaat'. Echt omstreden – en beroemd – werd hij door de exploratie van seksuele obsessies in Portnoy's Complaint (1969). Maar misschien vat Roth zelf zijn eigen positie als niet-gelovige jood èn als Amerikaan het beste samen in slechts een paar zinnen in The Plot Against America: `Dat is de tirannie van het probleem. Hij probeert trouw te blijven aan iets waarvan hij verlost wil worden. Hij probeert trouw te blijven en verlost te worden van iets waar hij tegelijkertijd trouw aan is.'

De onvoorziene, vaak desastreuze weerslag van de geschiedenis op de levens van `gewone' – je zou bijna zeggen `kleine' – Amerikanen, dat is al Roths thema vanaf zijn wonderbaarlijke creatieve wederopstanding in het midden van de jaren negentig. In Roths zogeheten `Amerikaanse trilogie' heeft hij verschillende periodes uit de naoorlogse Amerikaanse geschiedenis behandeld. In American Pastoral (1997) was dat de binnenlandse neerslag van de oorlog in Vietnam. In I Married A Communist (1998) boog hij zich over de communistenjacht van het McCarthy-tijdperk. In The Human Stain (2000) trok hij ten strijde tegen de seksuele hypocrisie en het puritanisme in de Verenigde Staten tijdens de Lewinsky-affaire. Niet al die boeken zijn even goed – American Pastoral steekt er ver bovenuit – maar gezamenlijk maken ze Roth, die inmiddels 71 is, wel tot de meest vitale romanschrijver in de Verenigde Staten vandaag.

Dat nieuwe elan bleek voor het eerst uit de roman Sabbath's Theater (1995), dat voorlopig – bij deze schrijver weet je nooit wat er nog gaat komen – te beschouwen valt als zijn chef-d'oeuvre. In Sabbath's Theater gaat het niet om de onbeheersbare kracht van de geschiedenis, maar van seks; zijn andere grote onderwerp sinds Portnoy's Complaint. De 63-jarige, aan lager wal geraakte poppenspeler Mickey Sabbath en de doodzieke hoteleigenaresse Drenka Ballich zijn een van de grote liefdesparen uit de Amerikaanse literatuur. Die roman getuigt niet alleen van de nieuwe kracht van Roth, revitalisatie was ook het thema: onbeheersbare levenslust tegen alle obstakels in, inclusief de dood. Daarmee gaf Philip Roth zijn credo af dat hij sindsdien in roman na roman, ook weer in The Plot Against America, waarmaakt.

Philip Roth: The Plot Against America. Jonathan Cape, 391 blz. €24,95. Het complot tegen Amerika, vertaald door Ko Kooman, verschijnt bij Meulenhoff op 20 oktober en kost €22,50 (geb.) en €17,50 (pbk)