Het gaatje in de ketel van Bush

De meest recente Golfoorlog is vrijwel vanuit alle perspectieven geanalyseerd: politicologisch, historisch, sociologisch, militair-technisch, filosofisch, cinematografisch, esthetisch, psychologisch en economisch. Het ontbrak nog aan een psychoanalytische benadering. Met Iraq: the Borrowed Kettle voorziet de Sloveense filosoof en theoretisch-psychoanalyticus Slavoj ˇZizek in deze behoefte. De titel verwijst al naar Sigmund Freuds verhaal over de uitgeleende ketel die met een gaatje in de bodem bij de eigenaar terugkwam. De lener baseerde zijn verdediging op drie excuses: a) ik heb de ketel nooit geleend b) ik heb de ketel onbeschadigd teruggegeven en c) de ketel was al stuk toen ik hem kreeg. ˇZizek ziet deze opsomming van inconsistente argumenten terugkomen bij Bush en Blair: a) Saddam Hussein was met zijn massavernietigingwapens een bedreiging voor de wereldvrede b) hij was een bedreiging voor zijn buren en c) hoe het ook zijn mag, het is sowieso goed dat we hem preventief uitschakelen.

Volgens ˇZizek, bepaald geen pacifist, verhult het debat omtrent de massavernietigingswapens de ware motieven voor de oorlog. En hier betreedt de geestelijk vader van ˇZizek het slagveld: Jacques Lacan, de sjamaan van psychoanalyserend Parijs in de jaren zestig en nog enige tijd daarna. ˇZizek verklaart de redenen voor de oorlog aan de hand van Lacans beroemde ISR-driehoek: het verspreiden van de democratie is de Imaginaire component, het op propagandistische wijze verwerven van een wereldhegemonie de Symbolische, en de olie is de Reële.

De meeste aandacht schenkt ˇZizek aan het tweede aspect en dat doet hij met de Franse slag: wild, evocatief en met een neusje voor schijnbare tegenstrijdigheden. De ultieme paradox is naar ˇZizeks mening de proliferatie van nucleaire wapens dankzij het voeren van oorlog als voorzorgsmaatregel. Immers, een voorraad kernwapens vormt de beste waarborg tegen deze tactiek. En het mag toch wel ironisch heten, zo stelt hij in `The Iraqi MacGuffin' (een van de vele verwijzingen naar de filmwereld, in dit geval Alfred Hitchcock), dat de aanval op Irak juist een opsteker lijkt voor de moslimfundamentalisten. Irak was namelijk een woestijn-communistisch regime waarvan de leider liever luisterde naar Whitney Houstons I will always love you dan naar het Iraakse volkslied of naar goed in het gehoor liggende gedeelten uit de koran. Sterker, het was een seculiere oase in een gebied waar de scheiding tussen moskee en staat amper voorkomt.

De verlossing van het Iraakse volk van de rovershoofdman uit Tikrit was volgens ˇZizek, die hier aansluit bij Christopher Hitchens, het enige praktische argument om de oorlog te beginnen. Volgens ˇZizek lijkt de verwijdering van de schietgrage Saddam – door hem omschreven als de president van de Iraqi Rifle Association – eerder op een bijkomstigheid in een andere strijd. In het hoofdstuk `Was will Europa?' – een knipoog naar Freuds `Was will das Weib?' – stelt ˇZizek dat de mensheid in het voorjaar van 2003 de eerste oorlog tussen de Verenigde Staten en Europa heeft mogen aanschouwen. Waar voormalige communistische en moslimlanden in de visie van de auteur gemakkelijk door de neoconservatieve revolutie kunnen worden verleid – McWorld tegen Jihad? Het is McJihad! – daar blijkt het belegen, decadente en pessimistische West-Europa een verzetshaard tegen de pogingen van de Amerikanen om de wereld onder het onuitgesproken motto `We are all Americans' naar hun evenbeeld te herscheppen. Anders gezegd: het baseballpetje staat dichter bij de tulband dan bij de bolhoed.

Hier wordt het boek in wezen de intellectuele evenknie van Of Paradise and Power, waarin Bush' eigen schriftgeleerde Robert Kagan stelt dat de Europeanen van Venus en de Amerikanen van Mars afstammen. In tegenstelling tot Kagan is ˇZizek weinig enthousiast over de machtsgreep van de marsmannetjes. Na het Irak-essay speurt hij in twee appendices (tweederde van het hele boek) naar lacaniaanse nooduitgangen binnen de `levenloze' liberaal-democratische wereldorde, waar ˇZizek steeds meer totalitaire trekjes signaleert.

Ondertussen ziet de lezer steeds meer trekjes van historische overspannenheid bij ˇZizek. Zijn verwijzingen naar het Derde Rijk balanceren ergens tussen banaal en pathetisch, bijvoorbeeld wanneer hij de speurtocht van de Amerikaanse hospik naar luizen in het haar en de genetische identificatie met een spatel in de mond van een door Allah en Stalin verlaten Saddam Hussein vergelijkt met inspectiemethoden van de nazi's in een joods getto anno 1938.

Om te komen tot een helder begrip van deze psychoanalytische meditaties – het soort proza waar persoonsnamen veranderen in bijvoeglijke naamwoorden – is een gedegen kennis van het historisch-materialisme, Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner en ˇZizeks verzamelde werk, met name Welcome to the Desert of the Real, geen noodzaak, maar toch zeker een aanbeveling. Over Irak gaat het dan overigens al lang niet meer, maar dat ging de oorlog volgens het orakel uit Ljubljana ook niet.

Slavoj ˇZizek: Iraq: the Borrowed Kettle. Verso Books, 188 blz. €28,32