Het beeld

In Michael Moore's filmpamflet Fahrenheit 9/11 kwam president George W. Bush' charme goed tot zijn recht. In de visie van zijn grote tegenstander Moore is Bush eerder lui dan dom, en vooral een marionet van economische machthebbers als zijn vader en vice-president Cheney. Maar dat hij een publiek kan inpakken, met zijn beetje lijzige onverschrokkenheid, dat lijdt geen twijfel.

Als je de presidentskandidaten Bush en Kerry met filmsterren moet vergelijken zou ik zeggen: Bruce Willis en Robert Redford. De eerste deugt niet en zegt de verkeerde dingen, maar blijft wel aantrekkelijk; de rechtschapen Redford is daarentegen een beetje saai. In de inleiding op hun eerste debat, afgelopen nacht rechtstreeks uitgezonden door de NOS, definieerde correspondent Charles Groenhuijsen Bush en Kerry als boksers: Kerry is de elegante danser, die met veel vertoon de klappen weet te ontwijken, maar Bush de puncher, die op het juiste moment de genadeslag toedient.

Presentator Ferry Mingelen en commentator Hans Hillen waren het tevoren eens dat Kerry als uitdager ernstig in het nadeel zou zijn, omdat hij móést aanvallen. Na afloop hield Hillen het op `een doelpuntloos gelijkspel', waarin niemand een echte fout had gemaakt. Dat was beter dan Kerry had durven hopen, ook al win je niet als je achterstaat en uitsluitend verdedigt.

Het debat was nogal saai, voor een zo felle verkiezingsstrijd in een land dat min of meer in oorlog verkeert. Het lag vooral aan regie en cameravoering van de uitzending, waar tevoren gedetailleerde afspraken over waren gemaakt. In een beeldcultuur weet men immers dat verkiezingsdebatten beslist worden op non-verbaal niveau, door zweetdruppels, een hapering of een verkeerde blik als reactie. Dus waren de temperatuur in de zaal in Miami, de spreektijden, maar ook de camerastandpunten vastgelegd in een protocol van 32 pagina's. Geïsoleerde luistershots waren verboden, evenals reacties van het publiek, het gebruik van attributen of het naar elkaar toelopen, zoals Gore vier jaar geleden deed.

Ik telde tien verschillende instellingen, waaronder geen enkele close-up: twee halftotalen van de sprekers, twee two-shots met interviewer Jim Lehrer, twee two-shots van beide tegenstanders, een halftotaal van Lehrer, en drie totalen, een van achter en twee van voren. Alleen bij een van die twee voorwaartse totalen mocht de camera een klein beetje bewegen.

Nou, dat werd dus geen televisie zoals we het gewend zijn, maar fair play met de dynamiek van tv-drama uit 1956. Je zou denken dat dan de inhoud meer opvalt, maar die was ook nogal retorisch gestructureerd, met veel opzettelijke herhalingen. Het enige wat non-verbaal resteerde waren de gezichtsuitdrukkingen en de handgebaren, waar Netwerk (EO) in een voorbeschouwing deskundigen van de Colgate University (sic!) al over aan het woord had gelaten. En inderdaad, John Kerry zette zijn argumenten steeds weer kracht bij door een wijsvinger over zijn vuist te vouwen, net als Bill Clinton, die zo twee verkiezingen won. Het lijkt me net niet genoeg.