Gewonden bij treinbotsing Roosendaal

Bij een botsing in Roosendaal tussen de intercity Amsterdam-Vlissingen en een losse Belgische locomotief zijn om zes uur 's middags veertig mensen lichtgewond geraakt. Er zaten ongeveer vierhonderd passagiers in de intercity.

Tien gewonden zijn voor behandeling van botbreuken en hoofdwonden naar het ziekenhuis overgebracht. Drie van hen hebben er de nacht moeten doorbrengen. Er zijn geen zwaargewonden gevallen. De Belgische machinist van de goederenlocomotief brak bij het ongeluk zijn pols, de Nederlandse bleef ongedeerd.

Na het ongeval werd het treinverkeer rond Roosendaal stilgelegd waardoor ook geen verkeer van en naar België mogelijk was. Na het verwijderen van de treinen en reparaties aan het spoor kwam het verkeer weer op gang. Vanmorgen is de dienstregeling hervat.

De oorzaak van het ongeluk is nog onbekend. Het is niet uitgesloten dat een van de machinisten door een rood sein reed. De Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Raad voor de Transportveiligheid stellen onderzoeken in naar de toedracht. De Inspectie verwacht het onderzoek over twee maanden afgerond te hebben.

Volgens ooggetuigen reden de treinen tussen 25 en 30 kilometer per uur. Dat is te langzaam om het ATB-systeem (automatische treinbeïnvloeding) in werking te stellen. Dit systeem remt een trein automatisch af als deze door een rood sein rijdt, maar het treedt pas in werking vanaf een snelheid van veertig kilometer per uur. Onder deze snelheid geeft het systeem wel alarmsignalen af aan de machinist.

Na het treinongeluk op Amsterdam Centraal in mei van dit jaar en eerdere ongelukken in Dordrecht (1999) en Eindhoven (1998) ontstond discussie over het verouderde systeem. De raad voor Transportveiligheid pleit voor invoering van een vernieuwd systeem, waarbij ook bij lagere snelheden wordt afgeremd. Na het ongeluk in Amsterdam trok minister Peijs (Verkeer) veertig miljoen euro uit voor aanpassing van de drukste trajecten. Bij dat ongeluk reed een machinist door een rood sein.

Een werkgroep die in opdracht van de minister onderzoekt hoe de veiligheid op het spoor verhoogd kan worden, wijst 400 plaatsen aan waar verbetering geboden is. De stations Roosendaal en Amsterdam staan niet op die lijst. Het onderzoek wordt waarschijnlijk volgende week naar de Tweede kamer gestuurd.