Europa moet ICT omhelzen

Wil Europa de meest dynamische kenniseconomie ter wereld worden, dan moet het meer gebruikmaken van informatietechnologie.

Uitgerekend Wim Kok mocht gisteren in de Amsterdamse Beurs van Berlage een toespraak houden voor topambtenaren die over informatie- en communicatietechnologie debateerden. De oud-premier staat sinds het optillen van een muis, enkele jaren geleden genadeloos vastgelegd door televisiecamera's, bekend als iemand die weinig affiniteit met computers heeft. Hij is ook de enige die zonder e-mailadres in de lijst van circa 160 deelnemers staat.

Kok, die is aangesteld om met nieuwe voorstellen voor de zogeheten Lissabon-agenda te komen, was opgetrommeld om de 25 lidstaten een hart onder de riem steken. Zonder gebruik van geavanceerde informatietechnologie dreigt Europa immers niet de begeerde dynamische en duurzaam groeiende kenniseconomie te worden, zoals bijna vijf jaar geleden is afgeproken in Lissabon. De lidstaten moeten daarom de komende maanden beleid ontwikkelen dat leidt tot de vorming van e-Europe.

Het is onbetwist dat informatie- en communicatietechnologie (ICT) een belangrijke aanjager is van economische groei omdat daarmee de arbeidsproductiviteit stijgt. Maar juist de afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat Europa economisch minder sterk groeit dan bijvoorbeeld Amerika. Oorzaak daarvan, menen economen, is dat Amerikanen veel beter gebruikmaken van de mogelijkheden die ICT biedt. Overigens doen niet alleen de Verenigde Staten dat, maar ook onder meer Korea, India, China en Japan, zo blijkt uit onderzoek van accountants- en adviesconcern PricewaterhouseCoopers (PwC) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

De onderzoekers van PwC luiden in hun bijna honderd pagina's tellende rapport Rethinking the European ICT Agenda de noodklok. Als Europa wat betreft ICT-beleid blijft voortkabbelen als nu, wordt het niks met de oude wereld. ,,De situatie is inderdaad zorgelijk'', stelt Mark Frequin, topambtenaar van Economische Zaken, die gisteren de debatten leidde. ,,Het gaat niet goed en hard genoeg.'' Volgens PwC moet Europa daarom zijn ICT-beleid nu ambitieus ter hand nemen. Er zijn volgens de onderzoekers tien `doorbraken' nodig, die PwC in het rapport heeft geformuleerd.

Leidende gedachte achter deze doorbraken is dat Europa volgens Frequin minder over de techniek van ICT moet praten en juist meer over het gebruik van ICT bij de overheid, het bedrijfsleven en de consument. Of zoals de Britse journalist Alan Cane van de Financial Times gisteren stelde: ,,Europese ICT-kampioenen in het bedrijfsleven zijn er nauwelijks, op het Britse ARM en het Duitse SAP na. Wij kunnen ons in Europa inderdaad beter richten op het toepassen van ICT. De Amerikanen en Aziaten zitten met hardware, software en chips al op de sleutelposities.''

De Europese overheid moet de randvoorwaarden voor het gebruik van ICT krachtig stimuleren, stelt PwC. Europa zal met elektronische handtekeningen, betalingen en veilige informatieoverdracht een voortrekkersrol moeten spelen om tot één Europese standaard te komen. Deze drie elementen, die het vertrouwen in internet sterk vergroten, zijn essentieel om de elektronische economie te stimuleren.

Ook moeten de nationale overheden veel meer werk maken van elektronische diensten (paspoorten bestellen, uittreksels van geboorteregisters, allerlei soorten vergunningen) richting burgers en bedrijven (e-government) zodat zij een voorbeeldfunctie vervullen. De Koreaanse overheid bijvoorbeeld, zegt PwC, verdubbelde in drie jaar zijn uitgaven aan ICT. Nu heeft het land de hoogste penetratie van breedbandinternet ter wereld. Europa zou op het vlak van elektronisch leren (e-learning) en in de gezondheidszorg (e-health) een belangrijke initiatiefnemer kunnen zijn.

Toch bleek gisteren dat het nemen van gezamenlijke ICT-initiatieven nog tot veel hoofdbrekens leidt. Europa blijft een lappendeken van landen, waar de neuzen niet altijd dezelfde kant op staan en waar nationale overheden hun eigen ICT-agenda hebben, die niet altijd strookt met die van Europa. ,,Maar die stemming begon in de loop van de middag geleidelijk af te nemen'', zegt Frequin.

Hij moet de komende maanden samen met de andere 24 lidstaten een resolutie opstellen waarin Europa tot een gezamenlijk ICT-beleid komt. Op 9 december moet dat vervolgens in Brussel een politieke bekrachtiging krijgen van de ministers. Minister Brinkhorst van Economische Zaken is volgens Frequin ambitieus genoeg om dat voor elkaar te krijgen.

Volgens Frequin moet het thema standaardisering in ieder geval een belangrijke plaats in de resolutie krijgen. Verder moet er nieuw Europees beleid komen voor de verdeling van frequenties voor bijvoorbeeld mobiele telefonie en digitale televisie en radio. En ook op het terrein van digitale rechten zou pan-Europees beleid noodzakelijk zijn, vindt de Nederlandse topambtenaar.

Als de resolutie in december wordt aangenomen moet deze volgend jaar in werking gaan treden. Maar of het uiteindelijke doel, binnen vijf jaar via ICT de meest dynamische kenniseconomie met duurzame groei creëren, blijft onduidelijk. Frequin wil er geen helder antwoord op geven. ,,Het is maar net wat we in december precies afspreken. Maar we zijn van plan om tot stevige afspraken te komen.''