`EU zet deur open voor namaak'

De zaak Microsoft versus Europese Commissie gaat vandaag in Luxemburg zijn tweede dag in. Dat is vrijwel ongekend. De zaak zelf zal zeker twee jaar duren.

Hoorzittingen over mededingingszaken bij het Europese Gerecht van Eerste Aanleg in Luxemburg duren doorgaans niet langer dan één dag. De beroepszaak van Microsoft tegen de Europese Commissie beleefde vandaag z'n tweede dag. En gerechtsvoorzitter Bo Versterdorf hield de mogelijkheid open morgen door te gaan. Niet alleen advocaten van de commissie en Microsoft voeren het woord. Ook concurrenten uit de sector van de informatietechnologie zijn bij de beroepszaak vertegenwoordigd. Daarnaast komen ook bedrijven aan het woord die Microsoft steunen.

In deze beroepszaak gaat het alleen om de vraag of de rechter bereid is in een tussenvonnis de sancties op te schorten die de commissie op 24 maart aan Microsoft oplegde. De zaak zelf zal zeker twee jaar duren. Tot zolang zouden volgens Microsoft geen sancties van kracht worden. Het softwarebedrijf moet aantonen dat het ,,onherstelbare'' schade zou ljden, wanneer de sancties onmiddellijk ingaan. Advocaat Ian Forrester van Microsoft trok in de rechtszaal fel van leer. Volgens hem zet de commissie de deur open voor ,,namaak'' van Microsoft-producten door de concurrentie.

Microsoft moet wegens misbruik van zijn dominante marktpositie niet alleen een boete van 497 miljoen euro betalen. Eurocommissaris Mario Monti (Medediging) wil ook voorkomen dat Microsoft z'n machtspositie op de markt voor personal computers met besturingssysteem Windows (marktaandeel ruim 90 procent) misbruikt om zijn macht uit te breiden naar de markt voor goedkope servers. Dit zijn computers die worden gebruikt voor basisdiensten aan pc's in bedrijfsnetwerken.

Daarom moet Microsoft volgens Monti interface-codes aan concurrenten prijsgeven, zodat hun producten met Windows kunnen communiceren. Bovendien moet Microsoft een Windowsversie aanbieden zonder zijn Mediaplayer, omdat concurrenten met eigen audio- en videosoftware anders volledig van de markt worden gedrukt. Deze bundling van producten is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsstrategie van Microsoft, dat in de toekomst nog meer software aan Windows wil koppelen.

Volgens advocaat Forrester betekent de eis van de commissie dat Microsoft interface-codes prijsgeeft een inbreuk op het copyright. ,,Het komt erop neer dat Microsoft anderen toestaat z'n producten na te maken'', zei hij. Forrester wees er ook op dat concurrenten als Novell en Sun Microsystems ,,nog steeds bestaan''. Het is volgens hem bovendien onmogelijk de verstrekte informatie later terug te halen, indien Microsoft de zaak uiteindelijk wint.

De advocaat van de commissie, Walter Mölls, benadrukte dat de sancties snel van kracht moeten worden om te voorkomen dat de softwaregigant z'n greep op de markt verder versterkt. ,,Indien de maatregelen niet meteen van kracht worden, bestaat het risico dat de concurrentie simpelweg wordt geëlimineerd'', zei hij. Dat zou de innovatie in de sector ernstig schaden. Volgens Mölls is het argument van Microsoft dat het onherstelbare schade zou lijden bij onmiddellijke uitvoering van de sancties ,,direct in tegenspraak'' met een samenwerkingsovereenkomst die het onlangs afsloot met concurrent Sun Microsystems.

Hij verwierp ook het argument van Microsoft dat de opkomst van makers van vrije software als Linux bewijst dat al genoeg informatie aan concurrenten wordt verstrekt. Onderzoek toont volgens Mölls aan dat Linux' marktaandeel weinig meer is dan ,,gerommel in de marge''. Een vertegenwoordiger van de Free Software Foundation wees erop dat Microsoft vroeger – voordat het bedrijf een dominante marktpositie had – wel interne documenten overlegde aan concurrenten om de interoperabiliteit van systemen te verzekeren.

Vandaag, op de tweede procesdag, zou worden geargumenteerd over de sanctiemaatregel die Microsoft dwingt een Windowsversie zonder Mediaplayer aan te bieden. Rechter Bo Versterdorf zou over twee maanden uitspraak doen. Daarna kan nog beroep worden aangetekend.