Er niet over willen praten en toch sterven

Eddy Terstall bouwde een oeuvre op met films over mensen die van ouwehoeren over alles wat God verboden heeft een levenskunst maken. Hufters en hofdames (1997) en De boekverfilming (2000) waren liefdevolle zedenschetsen van een Amsterdams milieu van vrijbuiters, wannabees, tobbers en goedzakken. In zijn nieuwe film Simon, die vorige week het Nederlands Film Festival opende en vanavond in zes categorieën kans maakt op een Gouden Kalf, wordt ook wat afgekletst. De hoofdpersonen hebben hun eigen jargon, eigen grapjes, eigen associaties om de wereld op een afstand te houden.

Het bijzondere aan Terstall is dat hij geen moralist is, terwijl hij zich wel als een steeds geëngageerder filmmaker laat kennen. Simon werd aangekondigd als het eerste deel van een trilogie over seks, dood en politiek. De volgende twee delen, Sextet en Vox populi, zitten inmiddels in de pijplijn. Daarna wil Terstall de politiek in.

Gelukkig is hij nu nog filmmaker en hoeven er in Simon geen standpunten te worden verwoord, maar alleen observaties te worden gedaan. Van mensen die gewend zijn om elk gesprek over `iets' (leven, dood, liefde) te voeren alsof het een gesprek is over iets anders (voetbal, blowen, neuken). Daar komt eigenlijk geen verandering in als één van hen plotseling iets heftigs meemaakt.

,,Ik heb kanker'', zegt hoofdpersoon Simon (Cees Geel; genomineerd voor een Gouden Kalf) al in de eerste minuten tegen protagonist Camiel (Marcel Hensema; onterecht níet genomineerd) en na wat flashbacks, voice-overs en achtergronden bij hun geschiedenis zegt hij het weer. Daarna, daartussen en daarvoor hebben ze het over niks. Een beetje een politiek incorrect en soms wel erg nikserig niks, maar wel een verrukkelijk niks vol harde grappen. Deze mensen leven tussen de regels, praten tussen de woorden. Niet subtiel, maar banaal.

Maar dat ze het niet over hun gevoelens hebben, wil niet zeggen dat ze niet voelen. En dat ze het nooit over de dood hebben, en voortdurend weer overgaan tot de orde van hun dag, wil niet zeggen dat ze nooit zullen sterven.

Simon zal misschien de geschiedenis ingaan als de eerste Nederlandse speelfilm over euthanasie en het homohuwelijk, die bovendien een hasjdealer als held heeft. Je kunt er om huilen tussen het lachen door. Om je eigen doden. Om die reden zou Simon zelfs wel eens heel ver kunnen doordringen in de Oscar-race, waarvoor hij de Nederlandse inzending is.

Mijn bewondering blijft echter verstandelijk. De film heeft in de tweede helft wat problemen met de voortgezette flashbackstructuur en is verder misschien wat al te bewust ontdaan van grote emoties. Misschien omdat je ze toch nooit goed kunt filmen. Maar dat betekent niet dat je ze als toeschouwer niet wilt voelen.

Simon. Regie: Eddy Terstall. Met: Cees Geel, Marcel Hensema, Nadja Hüpscher, Rifka Lodeizen, Daan Ekkel, Stijn Koomen. In: 18 bioscopen.