Eindhoven in de spiegel

Is het nieuwste boek van journalist Tijs van den Boomen een familiegeschiedenis, stadsgeschiedenis of een verhandeling over stedenbouwkunde? Van alle drie een beetje. Hij beschreef de geschiedenis van één pand (de tabakswinkel Weduwe Bijvoet & Zonen) in één winkelstraat (de Demer) in Eindhoven gedurende de jaren dat zijn moeder daar woonde. Voorafgegaan door een korte en afgesloten met een lange epiloog, wordt in De vierkante meter – waarvan de titel verwijst naar een dispuut tussen de grootvader van de auteur en Philips – de tijd op zes momenten even stilgezet.

Tijdens de eerste momentopname schetst Van den Boomen een beeld van de situatie van de tabakszaak en de straat toen zijn moeder, Henriëtte Prinsen, daar in 1934 geboren werd. Daarna volgen de Duitse inval in mei 1940, de geallieerde bombardementen op sinterklaasochtend 1942 en het nauwelijks minder dramatische moment van de bevrijding in september 1944. Het herstel van de oorlogsschade kostte zoveel tijd dat pas in januari 1953 de herbouwde tabakswinkel aan de Demer met opnieuw in gebruik werd genomen. De trouwdag van de hoofdpersoon, 28 september 1959, is het laatste moment waarop Van den Boomen inzoomt.

De Demer laat zich al op middeleeuwse kaarten herkennen als het noordelijke stukje van de centrale straat in Eindhoven. Later maakte zij deel uit van een van de oudste verharde wegen in het zuiden des lands, de Steenweg van Den Bosch naar Luik. De gemengde functie van de Demer – zowel stadscentrum als doorgaande route – verklaart waarom er in 1934, behalve 42 winkels, ook zeven cafés en een belastingkantoor gevestigd waren. In de diepe tuinen waren bovendien ook nog enkele fabriekjes en werkplaatsen gevestigd. De grootouders van de auteur hadden, behalve de tabakswinkel, in de achtertuin ook nog een `electrische tabaksfabriek' in bedrijf.

De Demer werd op 6 december 1942 één grote, rokende puinhoop toen de geallieerden, bij hun poging de Philips-fabrieken uit te schakelen, een groot deel van het Eindhovense stadscentrum wegvaagden. Hierbij vonden 138 mensen de dood. Na het einde van de oorlog diende de gelegenheid zich aan om een geheel nieuw centrum te ontwerpen. Met grote deskundigheid beschrijft Van den Boomen de stammenstrijd van de stedenbouwkundigen. De Demer werd in een traditionele stijl herbouwd, die tegenwoordig `historiserende nieuwbouw' wordt genoemd.

Het nieuwe stedenbouwkundige plan voorzag in brede en ondiepe bouwkavels. Prinsen bouwde een royaal pand, met een gevelbreedte van negen meter. Op de begane grond werd een deel gebruikt voor de eigen winkel en de rest werd verhuurd. Hoe snel stedenbouwkundige inzichten achterhaald worden, blijkt wel uit het feit dat veel van de boven de winkeletages met forse subsidie gebouwde bovenwoningen momenteel leeg staan. Van den Boomen ontdekte dat op de Demer de woonfunctie bijna helemaal verdwenen is: van de 74 etages die niet in gebruik zijn als kantoor, kantine of magazijn staat 88 procent leeg.

Zijn met veel vaart geschreven boek bevat veel scherpe observaties en pakkende citaten. Zo was de pastoor in een halve minuut klaar met de seksuele voorlichting: `Gullie komt allebei uit een goed katholiek nest, dus ik hoef niet veel te zeggen. En ge weet het: de vrouw onder.' Mede omdat zijn zegslieden zowel spraakzaam als openhartig zijn, is het boek een prachtige spiegel van de tijd geworden.

Tijs van den Boomen: De vierkante meter. Een Eindhovense geschiedenis 1934-1959. Uitgeverij 521, 192 blz. €16,50