De grotestadsmuziek kan hen niet redden

Het Amerikaanse weekblad Newsweek mag dan niet de hoogste autoriteit zijn inzake het aanwijzen van literaire kwaliteiten, het baarde enkele jaren geleden toch wel opzien toen het een lijst van `100 mensen voor de Nieuwe Eeuw' opstelde en daarin Jonathan Lethem als enige schrijver een plaatsje gunde. Het blad maakte die keuze op basis van Lethems eerste handvol boeken, maar de auteur onderstreepte al kort erna de legitimiteit van die keuze met de opzienbarende roman Motherless Brooklyn, een boek over een half-criminele detective met het Tourette-syndroom die ook buiten Amerika – én buiten de kring van crime-lezers – met veel enthousiasme werd ontvangen.

Zo rond het verschijnen van de Nederlandse vertaling daarvan kondigde Lethem aan dat zijn volgende boek een roman zou worden met zijn eigen jeugd in Brooklyn als basisgegeven, `misschien veertig procent autobiografisch'. Van die nieuwste, The Fortress of Solitude, is nu ook een vertaling verschenen en hoewel het boek diverse raakpunten heeft met Lethems vorige, bevestigt hij er in elk geval zijn enorme veelzijdigheid als schrijver mee. En ook zijn naam als `genre bender', met andere woorden, als auteur die met een aantal van zijn generatiegenoten de overtuiging deelt dat stijlvastheid een achterhaald begrip is en dat hij zich van alle registers wenst te bedienen die hem interessant lijken – ook binnen de grenzen van één titel.

In grote lijnen gezien is The Fortress of Solitude een roman in het coming of age genre, en in dat opzicht terecht vergeleken met Salingers The Catcher in the Rye, terwijl het tegelijkertijd de sociale reikwijdte heeft van Updike's `Rabbit'-romans – tot aan een zekere leeftijd. Maar het is vooral een roman over New York, en vooral Brooklyn, een New York van de plekken die buitenstaanders nooit zien, een New York van het straatleven, van ontwrichting, de drugs, de straatcultuur, projectontwikkeling, van raciale verdeeldheid en van de nacht. In dat opzicht liggen vergelijkingen met auteurs als Auster en DeLillo voor de hand, maar meer nog doet het boek denken aan Jerome Charyns Metropolis, een non-fictieboek dat zoveel van het niet altijd zichtbare van de stad blootlegt dat het eigenlijk verplichte kost zou moeten zijn voor iedereen die iets van New York denkt te kennen buiten de oppervlakkige glamourwereld van Manhattan.

Sociaal experiment

Het boek bestaat in feite uit twee delen met een kort tussenhoofdstuk als scharnierpunt. Hoofdpersoon is Dylan Ebdus, een blanke jongen die door zijn hippie-moeder zonder te beseffen wat de consequenties kunnen zijn als een soort lopend sociaal experiment in een raciaal verdeelde buurt naar een zwarte school wordt gestuurd. Dat betekent voor Dylan: geld in zijn sok verstoppen en een lokaal aanvaard afpak-bedragje in zijn broekzak, voor de zwarte jongens op de straathoeken. Dylans vader, een mentaal afwezige kunstenaar die zich op het punt van diepste armoede een cultstatus als omslagontwerper van pulp-romans verwerft, is Dylan weinig tot steun. Maar Dylan ontwikkelt op een mooie, genuanceerd beschreven manier een vriendschap met Mingus, een van zijn zwarte buurtgenoten die de zoon is van een soulzanger die een kortstondige sterreputatie had. Samen trekken de jongens, vernoemd naar respectievelijke zwarte en blanke muziekhelden, op in het eerste deel van dit boek. En het is aan dit deel dat het ooit zijn status als klassieker zal ontlenen. Graffiti, strips, muziek, de subtiliteiten van de raciale scheidingen, en de historische kanten ervan, hoe de buurt verandert, de sociale opwaardering, de verwoestende werking van de drugsepidemie, en hoe al die ontwikkelingen bijna getrechterd, sociaal gedetermineerd leiden tot een gevangenisbestaan voor de zwarte hoofdpersonen.

Vooral met briljant detail is de carrière beschreven van Barret Rude jr., Mingus' vader, de leadsinger van The Distinctions (later the Subtle Distinctions), wiens geschiedenis Lethem grandioos in het weefsel van de toenmalige rhythm & blues situeert – een element overigens dat herinnert aan zijn vorige boek, waarin de schrijver zijn voorkeur voor zwarte grotestadsmuziek ook al moeilijk onder stoelen of banken kon steken.

Het scharnierpunt in het boek is dan de tekst van een cd-boekje dat de volwassen Dylan schrijft voor een retrospectieve uitgave van het werk van de vader van zijn jeugdvriend, zo authentiek dat je als lezer de neiging hebt onmiddellijk naar de platenzaak te gaan om deze lacune in je muziekkennis op te vullen. Het is de opmaat voor het tweede deel, waarin we Dylan terugzien in de eerste persoon enkelvoud, als schrijver over popmuziek en moeizame beheerder van een identiteit en een verleden die hem telkens opnieuw in gedachten naar Brooklyn terugvoeren. Maar Dylan woont dan in Berkeley, aan de andere kant van het land, en het is een van de grootste verdiensten van Lethems schrijverschap dat hij hier ook even moeiteloos als terloops het Californië van de handelaren in gebakken lucht en de grootspraak tot leven kan brengen.

Lethems nieuwe boek kent magistrale momenten in de manier waarop hij een stad, een jeugd, een buurt, een sociale verandering tot leven brengt. Maar het heeft ook enkele zwakke elementen die voor de auteur misschien noodzakelijk waren maar die het eindresultaat geen goed doen. Wat mij betreft is dat vooral het surrealistische element dat in het verlengde ligt van de bovennatuurlijke krachten van de Superman-helden uit Dylans jeugd. Hij komt al vroeg in het boek in het bezit van een ring die hem wordt gegeven door een oude zwerver en die hem de mogelijkheid biedt te vliegen en onzichtbaar te worden. Lethem ontleent er als het ware het gevoel van hoop aan dat jongelui in getto's als het hier beschrevene helpt motiveren, en tot op die hoogte is het nog aanvaardbaar.

Geloofwaardigheid

Maar in het laatste deel van het boek, wanneer de volwassen Dylan op bezoek gaat in de gevangenis waar niet alleen Mingus maar ook Robert, de aartsvijand uit zijn jeugd – bijna onherroepelijk – als eindstation in terecht zijn gekomen, wordt het hanteren van dat surrealistische element te veel van het goede en doet het serieus afbreuk aan een verhaal dat het juist in zo sterke mate van de trefzekerheid van zijn realistische setting moest hebben. Het doet dan bijna letterlijk kinderachtig aan, en onnodig: de verteller heeft sowieso al omnipotente krachten en als hij ze in een vertelling als deze aan zijn personages wenst over te dragen ondermijnt hij vooral zijn eigen geloofwaardigheid.

De lezer met een grote tolerantie voor genre-bending ziet hier misschien geen bezwaar in; maar een nog ernstiger breuk met zowel de literaire conventies als ook met de opbouw van de vertelling introduceert Lethem in de laatste hoofdstukken, wanneer hij Dylan op zoek laat gaan naar het verleden van zijn al vroeg in zijn jeugd verdwenen hippiemoeder. Dan raakt de roman op een essentiële manier zijn focus kwijt. We hebben de moeder al honderden pagina's niet meer meegemaakt behalve als afzender van incidentele raadselachtige ansichtkaarten en dus is de schetsmatige invulling van dat onzichtbare verleden via de woorden van haar laatste partner een onbevredigend slot van een overigens in hoofdzaak indrukwekkend boek. Een boek dat ik me liever herinner met Barrett Rude Junior als tweede hoofdpersoon, de vader van Mingus en ooit de voor onsterfelijkheid voorbestemde zanger van the Distinctions. Zijn Werdegang, inclusief een poging tot revival, en uiteindelijk een zombiebestaan met de crack-pijp als enige houvast, is in krachtige details, met onthutsende realiteit en zonder sentiment door het boek verweven.

Voor de Nederlandse lezer die onder de indruk raakt van Lethems uitwaaierende en soms grandioze verbeelding biedt het boek nog een interessant inkijkje in de manier waarop hij de historische werkelijkheid gebruikt – en uiteraard vervormt. Let wat dat betreft op het gastoptreden van ontwerper Piet Schreuders, die hier als `the Dutchman', ook wel `Schrooders' genaamd een plaats krijgt als organisator van een fictieve bijeenkomst in New York, ter ere van Dylans vader als cult-illustrator.

Jonathan Lethem: De burcht van eenzaamheid. Vertaald door Ed van Eeden en Richard Kwakkel. Prometheus, 554 blz. €24,95. De Engelse editie, The Fortress of Solitude, is verschenen bij Faber and Faber, 582 blz. €13,40