De geur van dode kangoeroes

Typisch iets voor Koen Peeters: op een ironisch getoonzette roman over bodemanalyse en bodemsanering laat hij een uitgebreid notenapparaat volgen, dat ook weer ironisch van toon is. Noot 88 behandelt de grote vraag of er meer is tussen hemel en aarde dan wij kunnen zien. `Er is wellicht iets meer dan iets', zo luidt het antwoord, `maar veel minder dan de meesten vermoeden.' Dat klinkt leuk droog, maar ook wel een beetje gratuit. Wordt hier stelling genomen voor of tegen iets, of blijft het allemaal net in het midden?

In Mijnheer Sjamaan wordt Ben opgevoerd, een chemicus van begin dertig, die in opdracht van het bedrijf Corp bodemmonsters neemt van een vervuild gebied, ergens in de Kempen, in de buurt van Antwerpen. Hij moet de mate van vergiftiging met zwaveldioxide, fluor en zware metalen vaststellen van een terrein dat al dertig jaar braak ligt nadat verschillende chemische bedrijven er hun afval hebben geloosd. `Historisch afval', zoals het eufemistisch wordt genoemd. Niemand is er officieel voor verantwoordelijk.

Aanvankelijk gaat hij gewetensvol te werk en mailt hij dagelijks zijn bevindingen door aan Corp, maar gaandeweg sluipt er iets recalcitrants in zijn manier van doen. Corp blijkt namelijk een nogal flexibel bedrijf te zijn, dat snel van tactiek kan wijzigen als de markt dat vraagt.

Vanuit het troosteloze hotel waar Ben zijn intrek heeft genomen, doet hij steeds meer dingen die buiten de strikt meetbare orde vallen. Hij laat duiven op voor de zoon van de hotelhoudster en hoort de verhalen aan over haar ex, die in Australië tamelijk vruchteloos onderzoek doet naar de rituelen van aboriginals.

Ook volgt hij een zogeheten Aquariuscursus, die onder meer voorziet in een onderzoek naar het geestesleven van de cursisten (`ik zal u uw persoonlijkheid nasturen', belooft de cursusleider). Met gebruikmaking van de vage, astrologische teksten die hij bij de cursus opdoet, leest Ben andere hotelgasten ongevraagd de hand. Die cursus omvat, zoals hij hem zelf beschrijft, `neurolinguïstisch programmeren, een beetje sjamanisme en feng shui, wat menhirs, curven, kruidenkunde'.

Al die nieuwe en nogal ongefundeerde kennis begroet hij met veel scepsis, maar zijn behoefte aan iets dat hem verheft boven de vervuilde aarde wordt steeds sterker. Langzaam maar zeker begeeft hij zich op steeds zweveriger paden.

Hij verdiept zich in verschijningen van de maagd Maria, raakt aan de drank, komt een in Europa optredende aboriginal tegen en vliegt tenslotte met hem naar Australië om daar, `in de geur van eucalyptus en dode kangoeroes', de wereld te overzien.

Op de hem eigen, luchtige en geestige manier laat Peeters zien, zoals hij dat eerder deed in romans als De postbode (1993) en Acacialaan (2001), hoe ijl de grenzen zijn tussen wetenschappelijk onderzoek en speculatie, tussen aantoonbare feiten en geloof in geesten, tussen liefde voor de waarheid en drang tot manipulatie. Zijn hoofdpersoon kan moeiteloos verschillende gedaanten aannemen: oppassende burger en zwerver, objectieve waarnemer en handlezer, agnost en gelovige. Dat is ook meteen het probleem met deze roman. Het blijft tot het eind vaag wat het sjamanisme onze held zal opleveren. Zijn persoonlijkheid krijgt in Mijnheer Sjamaan niet meer dan vage contouren. Te vrezen valt dat zijn zoektocht naar het befaamde `iets' hem wel naar het andere eind van de wereld zal brengen, maar niet dichterbij zichzelf.

Koen Peeters: Mijnheer Sjamaan. Meulenhoff, 222 blz. €17,50