Banken zijn ook kunst bij Flick

Om de Flick-collectie vol verontrustende kunst draaglijk te maken heeft het Hamburger Bahnhof-museum rustpunten ingebouwd.

Hedendaagse kunst kan een goed humeur danig ontregelen. Friedrich Christian Flick verzamelde héél veel hedendaagse kunst. In totaal 2.500 werken. Kunstwerken over dood en verderf, over een persverse seksuele moraal, over totalitaire regimes, over kortstondige roem in de mediasamenleving, over bewaking, verslaving en geweld. Over vergankelijkheid en de onmogelijkheid van het individu zichzelf te kennen.

Een deel van Flicks collectie vult sinds vorige week het Berlijnse museum voor moderne kunst Hamburger Bahnhof plus een aanpalende opslagloods die werd omgebouwd tot expositieruimte. Hier, in de Rieckhallen, zullen in de komende zeven jaar steeds wisselende delen van de verzameling te zien zijn. Flick is omstreden omdat hij de kunst kocht met geld dat hij erfde van zijn grootvader, de oorlogsmisdadiger Friedrich Flick. Daags na de opening sprong een verwarde vrouw in twee kunstwerken van Gordon Matta-Clark, schreeuwend: ,,Flick, ik vergeef je.''

Om de lange wandeling langs Flicks verzameling draaglijk te houden, heeft Eugen Blume, directeur van het museum en verantwoordelijk voor de presentatie van Flicks kunst, rustpunten ingebouwd. Banken om op te zitten, maar ook kunstwerken die plezier bieden. ,,Haltes ter vermaak'', noemt Blume ze. ,,Hedendaagse kunst werpt veel lastige vragen op'', zegt hij. ,,Van tijd tot tijd moet men even kunnen bijkomen.''

Soms mag het lichaam rusten. In een 300 meter lange gang hangen 93 kleine olieverfschilderijtjes van Zwitserse stationswachtkamers van de hand van Jean-Frédéric Schnyder. De banken die ervóór staan zijn ook kunstwerken, maar uitdrukkelijk bedoeld om op te zitten.

Op andere plaatsen mag de geest op adem komen. Humoristisch zijn bijvoorbeeld de vragen die het Zwitserse duo Peter Fischli en David Weiss op drie wanden projecteren. Waarom weet ik altijd alles beter? Was ik nog nooit helemaal wakker? Waar zijn mijn sleutels? Is het tegenwoordig nog mogelijk om met een vrouw in een hol te wonen?

Hilarisch is ook de nooit eindigende film Vexation Island van Rodney Graham over een Robinson Crusoe (Graham) die steeds opnieuw door een kokosnoot knock-out wordt geslagen. Mensen die in hun jeugd geplaagd zijn met de piano-etudes van Carl Czerny kunnen hun wraakgevoelens de vrije loop laten bij School of Velocity van Graham. Czerny wilde met etudes de virtuositeit bevorderen. Steeds soepeler, steeds sneller, was het devies. Graham draaide de zaak om en laat een computergestuurde Yamaha-vleugel de eerste drie etudes uit de Schule der Geläufigkeit met een enorme vertraging spelen.

De bezoeker moet het doen met een handvol van dergelijke oases. Het leeuwendeel van de Friedrich Christian Flick Collection bestaat uit werken die de bezoeker hardhandig confronteren met de donkere kanten van het leven. Blume selecteerde kunst van veertig kunstenaars, maar gaf de onrustbarende werken van Bruce Nauman, Paul McCarthy en Jason Rhoades een zeer prominente plek.

Rhoades en McCarthy beginnen bij het begin. Rhoades ontvangt de bezoeker met Creation Myth. In de centrale hal van het museum is een woestenij van gebruiksvoorwerpen en bouwmaterialen ontstaan, alsof iemand kelders, rommelhokken en schuurtjes heeft geplunderd en de inhoud op de vloer van het museum heeft gekiept. ,,Ik creëer een paradijs en wacht op Eva'', zei Rhoades eens in een vraaggesprek, ,,Ik wacht af of er iets gebeurt, maar het kan ook zijn dat ik verongeluk.'' Even verderop geeft McCarthy zijn versie van het scheppingsverhaal: twee rode figuren met immense appels als hoofd en uitstulpende geslachtsdelen in felroze. Seks speelt eveneens een belangrijke rol in McCarthy's Saloon Theater, een donkere ruimte waarin hij met tekstflarden en beelden uit peepshows en westerns een beklemmende sfeer oproept.

Ongemakkelijk voelt de bezoeker zich ook bij Bruce Nauman, wiens werk een zwaartepunt in de collectie vormt. Bij binnenkomst in één van de Nauman-hallen onthaalt de kunstenaar op een klein experiment. De bezoeker wordt in een donkere gang gelokt die steeds smaller wordt. Alleen door de buik in te trekken, bereikt men het einde en krijgt toegang tot een ruimte waar fel groen licht het gelaat van de bezoekers asgrauw kleurt. Vervolgens moet de bezoeker tussen twee tribunes door manoeuvreren, terwijl hij zich bespied weet door andere bezoekers. De ruimte is nauwelijks verlicht waardoor de neonsculpturen – waar onder de Five Marching Men met hun felrode penissen – niemand kunnen ontgaan. In de tweede Nauman-ruimte speelt een viool permanent de noten D-E-A-D.