Alles dondert in elkaar

In `Angels in America' worden de normen en waarden van het Reagan-tijdperk geconfronteerd met de werkelijkheid van overspel en aids. De serie won elf Emmy Awards en is nu op de Nederlandse televisie te zien.

Hoog in de hemel begint het, bij de geruststellende klanken van een hobo in een donsbed van violen. Door de wolken steken, als luchtkastelen, een paar Amerikaanse herkenningspunten: de Golden Gate Bridge, de Arch van St. Louis, de Sears Tower in Chicago, het Empire State Building in New York en dan, iets verderop, het bladerdak van Central Park en ten slotte de Bethesda-fontein met de metershoge bronzen engel, die daar in 1873 verrees ter gelegenheid van de ingebruikneming van de eerste waterzuiveringsinstallatie van de stad. Een engel, kortom, die model staat voor zuiverheid. De camera glijdt langs haar in gedachten verzonken gezicht, tot ze, heel even, in de lens kijkt. Haar blik is onpeilbaar.

Zuiverheid is het allesoverheersende thema van Angels in America – of beter: het gebrek aan zuiverheid. In allerlei opzichten: niet alleen in het huwelijk van een jong mormonenechtpaar en in de leugenachtigheid van de topjurist Roy Cohn, maar ook, letterlijk, door het aids-virus dat in New York het ene na het andere slachtoffer maakt. De jongen wiens partner erdoor wordt getroffen, kan niet tegen dood en verderf en laat zijn zieke vriend alleen achter. Terwijl een tv-toestel in het ziekenhuis het beeld van Ronald Reagan vertoont. Zonder geluid, maar het is niet lastig te raden wat de toenmalige president daar zo monter staat te beweren. Iets over de zuiverheid van het Amerikaanse gezinsleven, ongetwijfeld. Want dat is de tegenstelling: enerzijds de Spic & Span-dwang van Reagans normen en waarden, en anderzijds het vuile virus dat in dat wereldbeeld niet kon bestaan.

Angels in America was een tweedelig toneelstuk van Tony Kushner, dat zeven uur duurde als beide delen direct na elkaar werden gespeeld. Begin jaren negentig maakte het diepe indruk in New York en in 1996 kreeg het RO Theater de Gouden Gids Publieksprijs voor de Nederlandse versie. Toen werd het stuk door acht acteurs gespeeld, die telkens getweeën aan een tafeltje zaten. Nu heeft Mike Nichols er, voor zestig miljoen dollar, een zesdelige tv-serie van gemaakt voor het Amerikaanse abonneekanaal HBO – de zender die, gezien producties als Six feet under en The Sopranos, niets dan kwaliteitsdrama lijkt te maken. Vorig jaar ging het resultaat daar in première, waarna het recordaantal van elf Emmy Awards kon worden geïncasseerd. Vanaf morgenavond wordt de serie hier uitgezonden door de VPRO.

Kushner schiep met Angels in America een wonderbaarlijk weefwerk waarin typisch Amerikaans – en dus danig verhevigd – realisme samengaat met de koortsige dromen van zijn hoofdpersonen. En in die dromen en hallucinaties verschijnen de engelen. Op het toneel deden ze dat gewoon door er te zijn, maar Nichols – wiens eerste film, Who's afraid of Virginia Woolf in 1966, ook al een toneelbewerking was – maakt deze scènes extra imaginair door er een handvol Harry Potter-effecten aan toe te voegen. Bijster oogstrelend zijn die niet, maar zo kunnen er in elk geval geen misverstanden ontstaan. De engelen zijn niet echt.

Woede

Kusher moet zijn stuk uit woede hebben geschreven, dat kan niet anders, maar hij ontsteeg de agitprop van andere aids-stukken uit de jaren tachtig: de good guys en de bad guys zijn minder makkelijk te onderscheiden. En omdat hij, hoe fragmentarisch ook, een caleidoscopisch beeld van Amerika en de Amerikanen laat zien. Niet als eenheid, maar juist als veelheid. ,,Het Nederlandse volk is Nederlands'', zegt Louis, de vriend van de man die aids heeft, tegen een negroïde nicht. ,,Maar in Amerika is er geen dominant ras, geen overheersende herkomst.'' Zelf is hij joods, en in het begin van de eerste aflevering is hij daaraan herinnerd door een rebbe die in de sjoel zegt dat alle Amerikaanse joden in hun genen nog het shtettl van hun voorouders met zich meedragen. En zijn vriend, Prior, stamt af van de Pilgrim Fathers, van wie er één in zijn hallucinaties opduikt.

Louis en Prior, met Amerikaans inlevingsvermogen gespeeld door Ben Shenkman en Justin Kirk, zijn de centrale figuren van Angels in America. Zij staan voor de homogemeenschap, die zich destijds met bovenmenselijke krachten schrap zette tegen de aids. Wie als hetero ook maar enig fatsoen in zijn lijf had, kon niet anders dan diepe bewondering hebben voor de introductie van het buddy-systeem. De plaag die hen trof, wordt door de Pilgrim Father (de monumentale Michael Gambon) vergeleken met de pestilentie uit vroeger dagen. En een voorvader uit de pruikentijd (een kokette Simon Callow) vult aan: ,,Onze pest kwam uit de waterpomp.'' Alleen de huidige strekking van het woord gay is deze geestverschijningen vreemd; dat betekende in hun tijd gewoon vrolijk. Pas als ze Prior met Louis zien dansen, begrijpen ze het: hij is een sodomiet.

Naast dit homopaar staat het jonge heterostel Harper (Mary-Louise Parker) en Joe (Patrick Wilson): brave mormonen aanvankelijk, die aan weerszijden van hun bed bidden en dus als vanzelf in het Republikeinse kamp horen. Zij is echter aan de valium, en hij zal spoedig uit de kast komen. Zo ziet een vroegere homo-activist als Kushner het immers graag: zelfs achter de maatschappelijk aangepaste carrièrejurist schuilt in werkelijkheid een nicht. En als deze Joe eenmaal kennis heeft gemaakt met Louis, kan de schrijver de wegen van de vier hoofdpersonen laten kruisen.

Maar er is nog een vijfde, die in de reusachtige vertolking van Al Pacino ver boven deze vier uittorent: de jurist Roy Cohn, advocaat van kwaaie zaken, die zijn finest hour beleefde toen de joodse communiste Ethel Rosenberg in 1953 door zijn toedoen op de elektrische stoel werd geëxecuteerd. Een gecompliceerd man – een jood met een afkeer van joden, en een homoseksueel die niet wilde horen dat hij homoseksueel was. Joden en homo's zag hij als losers, terwijl hij een uitgesproken winner was. Dat is niet eens meer hypocriet te noemen, dat ging veel verder: het was, hoe verdraaid ook, zijn oprechte overtuiging. Een machtig man als hij kan geen jood en geen nicht zijn. En zo'n man wil van zijn arts ook niet horen dat hij aids heeft. ,,Roy Cohn is een heteroseksuele man, Henry, die rondneukt met jongens'', zegt hij aan het slot van de eerste aflevering in diens spreekkamer. Alsof daarmee alles is rechtgepraat.

Gevaarlijk

In tegenstelling tot de vier archetypen die Kushner heeft verzonnen, bestond Roy Cohn echt. Kort nadat hij in 1986 stierf aan aids, werd er al drama aan hem gewijd: de film Citizen Cohn, met James Woods in de hoofdrol, en de solovoorstelling Roy Cohn/Jack Smith van de intussen ook aan aids bezweken acteur Ron Vawter. In deze serie is Cohn de man die voor Joe de sleutel kan betekenen tot de hoogste Republikeinse kringen in het Witte Huis. Als hij naar Joe kijkt, legt Al Pacino alles tussen geilheid en vaderlijke bescherming in zijn ogen. Een gevaarlijk man, die misschien voor zichzelf nog het gevaarlijkst is.

Meryl Streep is Ethel Rosenberg, die haar moordenaar opzoekt in diens dromen, met spotlust op haar geblankette gezicht, en op 's mans sterfbed kaddish voor hem zegt. Alsof alleen een dode hem zijn zonden kan vergeven. Meryl Streep is trouwens ook de onherkenbaar vermomde rebbe, die in de openingsscènes de toon zet, en de moeder van Joe, die uit Salt Lake City naar New York komt om haar zoon niet-begrijpend terug te roepen van zijn seksuele dwalingen. En nog een grote naam is die van Emma Thompson, als de waardige hoofdzuster annex engel.

Sommige critici hebben geschreven dat al die topacteurs in Angels in America zodanig acteren dat de hunkering naar een Emmy Award hun op het gezicht te lezen staat. Soms lijkt dat inderdaad zo te zijn. Maar ze doen het in dienst van het verhaal, om de kijker in de geest van Kushner bij de kladden te grijpen en mee te trekken in diens apocalyptische verbeelding van de eindtijd. ,,Overal dondert alles in elkaar, leugens duiken op, afweersystemen bezwijken'', is de ondubbelzinnige boodschap. Het is een benauwend beeld van afbraak en ondergang, waarin zelden de zon schijnt. Hooguit in dat enkele tv-beeld van een zonnig ogende Reagan, die de aids-epidemie ver van zijn bed hield. In een interview beschuldigde Kushner hem van een vergaand gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel: terwijl de president het individualisme predikte, maakte de dodelijke besmetting het juist meer dan ooit noodzakelijk om collectief verantwoordelijk te zijn voor een grote groep landgenoten.

Intussen heeft Amerika, op 11 september 2001, een heel ander trauma opgelopen. En de aids-crisis is, althans in de westerse wereld, goeddeels bedwongen door een betere behandeling van het hiv-virus. Angels in America zou gedateerd moeten zijn – en is dat ook, op het eerste gezicht. Maar zo makkelijk laat de serie zich niet afschrijven. Zo groot is het verschil tussen Reagan en George W. Bush niet. En wat Roy Cohn op zijn sterfbed zegt, is niet zomaar achterhaald. ,,Dat is Amerika'', verzucht hij. ,,Het is gewoon geen land voor wie niet heel stevig in zijn schoenen staat.''

`Angels in America' is te zien vanaf 2 oktober op Nederland 3, 23.25 uur.