`Alle renners hebben angst gelost te worden'

Wielrennen wordt al zeker een eeuw in verband gebracht met doping. Lon Schattenberg, voorzitter van de medische commissie van de UCI, heeft wel een verklaring voor het gebruik. ,,Renners zijn bang om te verliezen.''

Op een terras aan het Gardameer weigert Lon Schattenberg aanvankelijk nog een kop koffie aan te nemen. ,,Nee, ik vergis me, cafëine is van de verboden lijst, doe mij nog maar een cappuccino'', lacht de arts even later. Hij is voorzitter van de medische commissie van de internationale wielrenunie (UCI) en als zodanig belast met dopingpraktijken. In de week van de WK wielrennen in Italië vertelt hij over ,,de belachelijke harmonisatie'' van de dopinglijst van het wereldantidopingbureau WADA.

Schattenberg: ,,Cafëine hebben ze gelukkig van de lijst gehaald, maar het is bullshit dat onschuldige producten strafbaar zijn. Geen hond merkt dat een renner neusdruppels heeft genomen; daardoor gaat hij niet harder fietsen. En van corticosteroïden (ontstekingsremmers, red.) is wetenschappelijk nooit aangetoond dat een duursporter er profijt van heeft, integendeel, je wordt er eerder moe van. Andersom gaat een boogschutter niet beter richten als hij epo (kunstmatig toegediend eiwithormoon, red.) gebruikt. En waarom moet de dartbond meebetalen aan onderzoek naar bloeddoping dat alleen bij duursporters helpt? Je hebt doping en doping.''

Hij maakt een onderscheid tussen onschuldige en prestatiebevorderende middelen. ,,In de laatste categorie plaats ik epo en bloeddoping. Beide vergroten de zuurstofopname in extreme mate. Nu we epo kunnen opsporen, krijgen we helaas met bloeddoping te maken. Het `voordeel' van epo is dat je dat spul bij elke farmacie in Spanje of Zwitserland kan kopen. Bloeddoping is veel linker. Waar haal je het? Niet in vooraanstaande klinieken. Groeihormonen vind je ook in het zwarte circuit.''

Schattenberg vertelt met gepaste trots over de grootste dopingvangst van dit seizoen. Olympisch kampioen Tyler Hamilton werd, bij de Spelen én de Vuelta, als eerste renner betrapt op bloeddoping. Naar verluidt had de UCI bij gezondheidscontroles verdachte waarden geconstateerd en werd zijn bloed vervolgens onderworpen aan een nieuwe, Australische bloeddopingtest. Schattenberg wil het op grond van zijn beroepsgeheim niet bevestigen. ,,Ik weet wel dat alle andere renners gewaarschuwd zijn. Wij zullen bloeddoping te vuur en te zwaard bestrijden, nu we daarvoor de geschikte methode hebben. Een halve liter vers bloed scheelt al gauw vijf tot tien procent aan duurvermogen.''

Tegen die achtergrond is het merkwaardig dat dopingvorsers van de UCI de Schot David Millar nooit hebben betrapt en zijn bedrog pas aan het licht kwam nadat de Franse politie bij een huiszoeking ampullen epo had gevonden. Millar is inmiddels twee jaar geschorst en heeft zijn regenboogtrui als wereldkampioen tijdrijden van 2003 moeten inleveren.

,,Wij hadden die epo bij Millar moeten vinden'', erkent Schattenberg. Tegelijkertijd ontkent hij dat controleurs worden omgekocht. ,,Er wordt door mijn mensen niet gesjoemeld. Ik praat ook niet van een nederlaag. Misschien was de epo al uit het lichaam van Millar toen wij hem controleerden. Bij incidentele gebruikers blijft het zo'n vier dagen in het bloed traceerbaar; bij structurele gebruikers twee of drie weken.''

De gepensioneerde bedrijfsarts wil het dopingvraagstuk ,,in een breed kader plaatsen''. Hij toont opvallend veel begrip voor de zondaars. ,,Alle renners hebben angst om `gelost' te worden uit het peloton. Dat zit in de aard van de wielersport. Het gaat dopegebruikers niet in eerste instantie om het winnen, maar om de angst te verliezen. Daarom grijpen renners naar een kop koffie, een neusspray of in het ergste geval naar epo. De grenzen worden beetje bij beetje verlegd. En wat dacht u van die liefhebbende ouders die er alles voor over hebben dat hun kind niet gelost wordt. Dat begint bij het bakken van een paardenbiefstuk en eindigt in de medicijnpot.''

Dat roept vraagtekens op over de rol van ploegartsen. Zijn zij nog wel te vergelijken met gewone dokters of zijn ze veredelde supporters die niet zwaar tillen aan medische ethiek? Schattenberg neemt het voor de meeste van zijn collega's op. ,,Sommige ploegartsen willen geld verdienen en leiden renners naar de verkeerde weg. De meesten handelen echter zoals het hoort. Ze waken tijdens een Tour de France drie weken voor de gezondheid van de renners. Om die reden schrijven ze soms herstelprodukten voor. Uiteraard met een medisch attest, dan zijn de renners niet strafbaar. Ja, ik kan daar begrip voor opbrengen.''

Schattenberg zegt aan zijn werk bij de UCI ,,een paradoxaal gevoel'' over te houden. ,,Het is triest om renners te betrappen, als dat bij iemand als Pantani uiteindelijk de dood tot gevolg heeft. En het is ook triest dat de grootste schuldigen degenen die aanzetten tot dopegebruik de dans ontspringen. In het geval Hamilton hoop ik dat er een preventieve werking van uitgaat. Hij is niet zomaar iemand. Ik bestrijd dat je doping nodig hebt om te kunnen winnen. Onze vingerprints (de UCI heeft een database met bloedgegevens, red.) wijzen uit dat negentig procent zo zuiver is als die bloem daar'', wijst hij naar een rozenperk. ,,Oké, dan praat ik wel over epo of bloeddoping.''

Over de rol van politie en justitie, die vooral in België, Italië en Frankrijk de voorbije jaren met succes op dopingjacht waren, heeft Schattenberg ambivalente gevoelens. ,,Al die invallen hebben zeker effect gehad; de politie is voor ons een hulpmiddel. Maar de bravoure waarmee men tekeer gaat, staat me tegen. Waarom moest een Belgische procureur in de Driedaagse van de Panne de koers stilleggen? Hij wilde zo graag in de krant. En bij die inval in de Giro van een paar jaar geleden werden zogenaamd zestig renners betrapt. Wat bleef er over? Bitter weinig. Twee renners die op dezelfde kamer lagen hadden samen een pilletje geslikt. Ze hebben niks hard kunnen maken.''

Tenslotte geeft hij zijn mening over de grootste vrees onder tegenstanders van doping. Schattenberg, de realist: ,,Gendoping komt er aan, alleen weet niemand wanneer. Vergelijk het met een oude kachel: je doet de schuif open, stopt er nieuwe kolen in en dat ding gaat loeien. Ik ken uit de literatuur een voorbeeld van een Finse langlauffamilie die van nature een hematocrietwaarde van zestig procent (extreem dik bloed, red.) had. Dan zou je dus het gen van die familie in je eigen lichaam kunnen planten. Ook daar zullen we weer een detectiemethode voor moeten vinden. Maar ik geef toe: de controleurs blijven in de achtervolging. We zijn net agenten. Die zien ook eerst iemand stelen, voordat ze er achteraan gaan.''