`We hebben slecht gecommuniceerd'

Op 9 juli werd via radio en tv bekend dat er een terroristische aanslag dreigde in Nederland. Terreurgevoelige plekken als de Schipholtunnel en het Binnenhof werden extra beveiligd ,,vanwege AIVD-informatie over activiteiten van enkele radicale moslims'', schreef minister Johan Remkes (VVD) van Binnenlandse Zaken in een vijfregelig persbericht.

Remkes? Terreurdreiging?

De hulpdiensten waren geschokt. Er dreigde een ramp en niemand was vooraf geïnformeerd door de minister van rampen- en crisisbestrijding. Hoe moesten ze zich voorbereiden?

Remkes ziet dat probleem niet: ,,Ik schakel de hulpdiensten pas in op het moment dat er daadwerkelijk iets dreigt te gebeuren. Dan gaan hun draaiboeken in werking.'' Op 9 juli was er wat hem betreft ,,onvoldoende dreiging''. Maar het vervelende was dat hierover ,,een verkeerd beeld is ontstaan''.

De minister ,,neemt het zichzelf kwalijk'' dat hij slecht heeft gecommuniceerd. ,,We hadden een uitgebreidere toelichting moeten geven. Want wat gebeurde er? Journalisten belden agenten met de vraag: weten jullie wat er speelt? Nee, dat wisten alleen de mensen die belast waren met de specifieke bewaking. Die wisten ook wat ze moesten doen. Toen ik dat beeld van acute dreiging zag ontstaan, heb ik de politiebonden bij elkaar geroepen en gezegd dat acute dreiging niet aan de orde was. Er was op 9 juli alleen verhoogd risico voor een aantal objecten, maar er was niet aangegeven dat er iets ging gebeuren. Dát is de ruimte waarbinnen je moet bewegen. Ik geef onmiddellijk toe dat de overheid op dit punt nog iets moet leren. Maar in principe zit de aanpak goed in elkaar.''

Over terrorismebestrijding wil Remkes ook iets anders rechtzetten: een ,,gigantische spraakverwarring'' tussen zijn ministerie aan de ene kant en de hulpdiensten aan de andere kant. De hulpdiensten schreven de minister maandag dat zij tegen zijn plannen zijn om twee verschillende regionale crisisbesturen in te stellen: één voor de bestrijding van ongelukken en rampen en één voor terroristische aanslagen.

Remkes benadrukt dat het bestuur van de veiligheidsregio bij een terroristische aanslag óók het bestuur is van de crisisregio. ,,Laat ik maar door het stof gaan: dat hebben we slecht gecommuniceerd met de brandweer en de geneeskundige hulpdiensten bij ongelukken en rampen.'' In de besturen van de 25 veiligheidsregio's, zo legt de minister uit, zitten politie, brandweer, de burgemeesters en het openbaar ministerie. Een burgemeester zit de vergadering voor. ,,Het ligt voor de hand dat, als de partijen het oneens blijven, die burgemeester doorzettingsmacht krijgt (bindend een beslissing mag nemen, red.). Maar daar ligt nog een discussiepunt met de commissarissen der koningin.''

Naar wie gaat uw voorkeur uit?

,,De commissarissen der koningin zijn over het algemeen verstandige mensen. Ik denk aan de commissaris der koningin als verlengstuk van minister van Binnenlandse Zaken. Dat is nadrukkelijk in beeld.''

Terug naar de spraakverwarring. U schreef in juni dat het crisisbestuur gaat over rampenbestrijding, maar niet over terreurbestrijding.

,,Dat klopt, want met terreurbestrijding bedoelen we alleen de voorzorgsmaatregelen tegen aanslagen. Dát verloopt via collega Donner. De minister van Justitie heeft de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de bom niet valt. Op het moment dat de aanslag plaatsvindt, is de minister van Binnenlandse Zaken coördinator van de hulpverlening en de crisisbestrijding. Dan komen het regionale crisisbestuur en de hulpdiensten in beeld. Maar misschien hebben we een tikje onhandig de verzamelterm `terreurbestrijding' gebruikt. Naar ons idee vloeien preventie en bestrijding naadloos in elkaar over. Bovendien ben ik bij terreurbestrijding de plaatsvervanger van Donner, en is hij bij rampenbestrijding mijn plaatsvervanger. We zijn helemaal op elkaar geplakt.''

Werkt die taakverdeling ook ter plekke, voor hulpverleners?

,,In de praktijk kan ik mij voorstellen dat er ergens een aanslag is en er het risico dreigt van een vervolgaanslag. Dat weet de minister van Justitie, terwijl ik als minister van Binnenlandse Zaken de verantwoordelijkheid heb voor de zorg voor de slachtoffers. Nou, ik kan mij geen situatie voorstellen waarbij dat elkaar bijt.''

Wij wel. Donner sluit het gebied af om een vervolgaanslag te voorkomen terwijl u ambulances stuurt om slachtoffers te helpen. Wie is de baas?

,,Ga er dan maar vanuit dat collega Donner en ik eruit komen als er een conflictsituatie ontstaat. Er is dan maar één criterium dat telt en dat is het criterium van schade, menselijk leed en slachtoffers. Als het risico op een vervolgaanslag gering is, geven we de voorkeur aan het eerste. Als dat risico heel groot is, is de minister van Justitie de baas. Maar het aantal gevallen dat dat aan de orde kan zijn is buitengewoon gering.''

Het beeld dat is ontstaan is dat Donner van u heeft gewonnen. Hij is de superminister van terreurbestrijding.

,,Dat zijn de Haagse spelletjes. Ik heb mijn verantwoordelijkheden voor de AIVD en de politie. Dat verandert allemaal niet. Wat écht verandert is dat Donner in de preventieve fase doorzettingsmacht heeft gekregen. En daar ben ik het ook van harte mee eens. Want als er in die fase gebakkelei ontstaat tussen ministers, gaat dat over vervolging en dat kan ik niet uitleggen.''

Stichtte Donner zelf niet ook verwarring toen hij vorige maand begon over één ministerie voor Justitie en Binnenlandse Zaken?

,,Ik heb hem gezegd dat ik dat onverstandig vond, want dat maakt sommige discussies niet gemakkelijker. Donner had het over de lange termijn.''