`Vrouw wordt sneller'

Bij de Olympische Spelen van 2156 zullen vrouwen de 100 meter voor het eerst sneller afleggen dan mannen. De vrouw die goud wint, loopt naar verwachting 8,079 seconden en die tijd zal voor het eerst in de geschiedenis onder die van de olympisch kampioen bij de mannen liggen: 8,098.

Dat voorspelt een groep Britse wetenschappers die hun bevindingen gisteren in het Britse Nature publiceerden.

Onderzoekers van de universtiteit van Oxford vergeleken de tijden op de olympische 100 meter vanaf 1900, en constateerden een voortdurende progressie. Zij verwachten dat die vooruitgang zich in de komende decennia zal voortzetten. Opvallend is dat de progressie bij de vrouwen groter is dan die bij de mannen.

De Amerikaanse Elizabeth Robinson won bij de Spelen van Amsterdam 1928 de eerste olympische finale 100 meter voor vrouwen in 12,20. De Wit-Russische Joelia Nesterenko liep vorige maand in Athene naar het goud in 10,93 een verschil van 1,27 seconden in 76 jaar tijd.

De progressie van de mannen steekt daar flets bij af: Frank Jarvis uit de Verenigde Staten was in 1900 in Parijs de snelste in de eerste olympische mannenfinale in een tijd van 11,00. Zijn landgenoot Justin Gatlin won in Athene in 9,85; een verschil van 1,15 seconde opgebouwd in 104 jaar.

Zij vonden geen bewijs voor de vaak gehuldigde stelling dat de huidge generatie atleten op het sprintnummer het plafond van de menselijke lichamelijke vermogens heeft bereikt.