Vergeten chansons herleven

Het Franse chanson leek gedoemd te verdwijnen. Het verval begon lang geleden, waarschijnlijk in de loop van de jaren zeventig, en inmiddels leek het genre even levensvatbaar als de morfineverslaafden op de oude foto's van Ed van der Elsken in het Saint-Germain des Prés van de jaren vijftig.

Waarom zou een jonge Nederlandse zangeres uitgerekend voor dit repertoire kiezen? Wel, uit liefde bijvoorbeeld. En met succes, want het merendeel van het publiek dat de Kleine Komedie tot de laatste stoel bezette voor Wende Snijders (25), was nog niet eens geboren toen Gilbert Bécaud voor het eerst een Moskouse toeristengids bezong in het beroemde nummer Nathalie. Na haar wervelende vertolking van Edith Piafs Padam padam brak het bijkans de zaal af van enthousiasme.

De conclusie moet wel zijn dat het Franse chanson nog lang niet dood is. Het wachtte alleen op iemand die haar opnieuw tot leven zou wekken. Dat is Snijders gelukt, maar niet door slechts de oude succesnummers na te zingen. Snijders' grote kracht is namelijk - behalve haar rijke en krachtige stem – haar veelzijdigheid. Ze acteert, ze danst, ze verleidt en ze spot, bijvoorbeeld in het erotische Déshabillez-moi. En ze heeft geen gêne bij het gebruik van haar lichaam. Ze spreidt haar benen soms even wijd als haar armen, en draait met haar billen.

De souplesse waarmee ze schakelt tussen verschillende rollen is verbazingwekkend, bijvoorbeeld in Paris canaille van Léo Ferré, een lied uit 1953 over hoeren, gangsters en andere straatschuimers. Het ene moment staat ze – tot groot genoegen van het publiek – te tieren als een Parijse volksvrouw, om direct te veranderen in een meisje, dat bekent dat ze te veel heeft gedronken. ,,Paris j'ai bu.''

Een nummer waarmee Snijders al eerder succes heeft gehad, en dat ook in dit programma is opgenomen, is haar vertolking van La valse à mille temps. Ook hier geen slaafse imitatie van het origineel, maar een eigen interpretatie. Was Brels uitvoering vooral dwingend, bij Snijders klinkt vooral de opwinding door van kinderen die alleen op avontuur zijn. Ne me quitte pas komt iets minder goed uit de verf. Het is goed gezongen, maar Snijders bereikt lang niet de kwetsbaarheid en ontroering die Brel kon overbrengen. Een nog betere uitspraak van het Frans zou de overtuigingskracht van haar nummers ten goede komen.

Snijders draagt ook twee geestige Nederlandstalige monologen van eigen hand voor – die best iets trager gebracht mogen worden – en een mooi eigen nummer in een vet zuidelijk Amerikaans accent. Ook deze nummers gaan over (verloren) liefdes en eenzaamheid en passen daardoor prima in het programma.

Wende Snijders gaat nu met haar programma het land in. Dan zal blijken of het chanson ook buiten Amsterdam aan een renaissance toe is. Aan Snijders en de uitstekende muzikale begeleiding zal het niet liggen.

Voorstelling: `Wende', door Wende Snijders en haar begeleidingsband. Gehoord: 28/9 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee tot en met t/m 29 mei 2005. Inl. www.wende.nu, 0900-9203

    • Arnoud Veilbrief