Turkije in de EU is spelen met vuur

In de Europese Unie bestaat grote verdeeldheid over de vraag of Turkije moet toetreden tot Europa. De publieke opinie moet er in meerderheid weinig van hebben. René Cuperus vraagt zich af wie het in zijn hoofd haalt het hoofdpijnproject van het Turkse EU-lidmaatschap als voldongen feit te presenteren.

Een land in Klein-Azië dat de grenzen van `Europa' verlegt naar de Kaukasus en het Midden-Oosten. Een land waar een onbesliste strijd gaande is tussen een autoritair-seculier staatsapparaat en politiek-islamitische krachten over de scheiding van kerk en staat. Een land met een lager ontwikkelingsniveau dan Mexico, waar een kwart van de economie in handen zou zijn van de georganiseerde misdaad. Een land dat in 2015 het bevolkingsrijkste van Europa is en dus het grootste stemmengewicht binnen de Europese instellingen toekomt. Een land met een traditie van militaire coups en een beroerde reputatie op het punt van de mensenrechten.

Dat land, Turkije, krijgt – als het aan de politieke elites van Europa ligt – de leidende rol binnen de Europese Unie. Dat kan nog even duren, maar het is het eindstation. Volgens Europa-ingewijden is de race van de Turkse toetreding tot de Europese Unie immers allang gelopen. Het point of no return is gepasseerd. Niet de vraag `of' Turkije lid van de Europese Unie zal worden, maar `wanneer' staat nog open voor discussie. Er is volop reden die voorstelling van zaken te bestrijden en alsnog de Turkse toetredingsonderhandelingen af te blazen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Turkije als lidstaat van de EU: dat is bij nader inzien niet zo'n goed idee.

Om te beginnen is er het probleem van de Europese verdeeldheid. Achter de façade van het Europa van de Voldongen Feiten gaan grote onenigheid en controverses schuil. In Nederland mag dan alleen Geert Wilders moeite hebben met het Turkse Europa-ticket, in de ons omringende landen is dit wel degelijk een respectabele positie. En het zijn niet de eerste de besten die vraagtekens zetten bij het EU-lidmaatschap van Turkije. Grote Europeanen als Jacques Delors, Helmut Schmidt en Giscard d'Estaing, nota bene de Founding Father van de Europese Grondwet, hebben zich tegen Turkse toetreding uitgesproken. En wat te denken van een andere steunpilaar van het naoorlogse Europa, de Duitse CDU van Adenauer en Kohl. Ook die is bij monde van Angela Merkel tegen Turkse toetreding.

De Europese Unie zou, nog nauwelijks op adem gekomen van de oostwaartse uitbreiding, totaal overbelast raken – institutioneel, financieel, mentaal – door een nieuwe Turkse uitbreiding. Tot in het hart van de Europese instellingen vreet de twijfel om zich heen. Europees Commissarissen Fischler en Bolkestein worden op hun laatste werkdag plotseling klokkenluiders tegen de Turkse toetreding. De grote conservatief-christelijke EVP-fractie in het Europees Parlement is tot op het bot verdeeld. Tot in ons eigen kabinet zou Turkije naar verluidt nog altijd een splijtzwam zijn.

En dan heb ik het nog niet eens over de gevaarlijk grote kloof die er in Europa bestaat tussen de politieke elite en de bevolking. Ook weer op dit punt. De publieke opinie in Europa moet in meerderheid weinig hebben van de toetreding van Turkije. In Duitsland wordt de meerderheid daartegen steeds groter en opiniepeilingen in Frankrijk en Oostenrijk laten een zelfde beeld zien.

Je moet ook maar durven om de bevolking juist nu te confronteren met de onomkeerbare toetreding van Turkije tot de Europese Unie. De uiterst gevoelige Oost-Europese uitbreidingsronde is nog maar net achter de rug. In diverse lidstaten is recent het `multiculturele segregatiedrama' ontdekt en dan zijn er uiteraard ook nog de oorlog in Irak en het moslimterrorisme als dreigend decor. Wie haalt het dan in zijn hoofd om het hoofdpijnproject van het Turkse EU-lidmaatschap als voldongen feit te presenteren? Welk belang is er mee gemoeid om zo'n onherroepelijk toetredingsbesluit door te drukken tegen zoveel twijfel en tegenstand in?

Niemand ontkent dat Turkije geostrategisch gezien van vitaal belang is voor de vrede en veiligheid van Europa en het Westen. Turkije is niet voor niets al decennia lang lid van de NAVO, de Raad van Europa en de OVSE. Niemand ontkent dat Turkije, in de context van de Koude Oorlog en de Grieks-Turkse rivaliteit, decennialang een salamiworst werd voorgehouden van een eeuwigdurend kandidaat-lidmaatschap. Maar `beloofd is beloofd' kan toch niet het laatste woord zijn bij zo'n voor de toekomst van Europa existentiële beslissing?

Niemand ontkent ook dat na 9/11, met de strijd tegen het terrorisme en de gespannen verhouding tussen het Westen en de wereld van de islam, de urgentie van een goede relatie tussen Europa en een land als Turkije enorm is toegenomen.

Theoretisch zou een Turks EU-lidmaatschap (potentieel rolmodel van een `islamitische democratie') daaraan positief kunnen bijdragen. Maar zeker is dit bepaald niet. Zo vrezen aanhangers van Turkse nationalistische en seculiere partijen dat religieuze fundamentalisten ruim baan krijgen als het leger zich onder druk van de EU moet terugtrekken uit de politiek. Twijfelachtig is ook of Turkije wel een brugfunctie tussen Europa en de Arabische wereld kan uitoefenen. Het katholieke Frankrijk heeft daarvoor betere papieren. Hoe dan ook, het gaat hier om een uiterst negatieve motivatie voor Turkse toetreding – het gevaar van de fundamentalistische islam –, die geheel onvergelijkbaar is met de motivatie van de afgelopen uitbreidingsronde: de historische noodzaak van de eenwording van Europa na het neerhalen van het IJzeren Gordijn.

Niemand ontkent dan ook dat Turkije in alle opzichten een complex grensgeval is. Het is deels Europees en deels niet-Europees; het is deels een modern westers land en deels een Aziatisch ontwikkelingsland; het is deels een seculiere staat (zij het afgedwongen door een gemilitariseerde elite), deels een potentiële bakermat van de politieke islam. Het is alleen al door zijn geografie en demografie moeilijk in te passen in de EU. Als bevolkingsrijkste lidstaat in de nabije toekomst gaat dit Klein-Aziatische land direct voor de hoofdprijs: het grootste stemmengewicht in de Europese instellingen.

Turkije heeft, ondanks bewonderenswaardige hervormingen onder de regering-Erdogan, nog een lange weg te gaan qua democratie, rechtsstaat en economische ontwikkeling. De grootste pijnpunten daarbij zijn: de autoritaire rol van het leger; het risico van massale immigratie naar landen als Duitsland en Nederland te midden van problematische integratieprocessen; de economische macht van de georganiseerde misdaad, de onberekenbaarheid van de politiek-islamitische krachten en de aan de chaos in Irak gelieerde kwestie van de Koerdische minderheid.

De kernvraag is: welke prijs is ons de beïnvloeding van de Turkse binnenlandse verhoudingen waard? Welke prijs zijn we bereid te betalen voor de onbewezen stelling dat niet-toetreding van Turkije tot Europa catastrofale gevolgen zou hebben?

Wat mij betreft is die prijs te hoog en dan gaat het om de fatale invloed die een Turks lidmaatschap kan hebben op het project Europa. Ik deel de mening van Angela Merkel, Helmut Schmidt en Giscard 'd Estaing dat een Turks EU-lidmaatschap de Europese Unie om zeep dreigt te helpen. Een uitbreiding met Turkije zal de instituties van de Unie dusdanig zwaar op de proef stellen, en de slagkracht en bestuurbaarheid van de bestaande Unie zodanig ondermijnen dat de EU zal ineenschrompelen tot het Europa van Thatcher, een minimalistische vrijhandelszone. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de Structuur- en Cohesiefondsen zullen door de enorme economische verschillen die moeten worden overbrugd, onbeheersbaar belast worden. Dit zal het absorptie- en integratievermogen van de EU, in financiële en politieke zin, te boven gaan; het argument ook waarom ex-Landbouwcommissaris Fischler het Turkse lidmaatschap bij voorbaat een mislukking noemt.

De complicaties van het Turks lidmaatschap – waarbij extreme overgangstermijnen en uitzonderingsclausules algauw als discriminatie van een tweederangs-EU-lid worden opgevat en dus op politieke grenzen zullen stuiten – zullen gevolgen hebben voor de legitimiteit, het draagvlak en de solidariteit van de EU-constructie, een labyrint dat toch al gedragen wordt door een wankel virtueel `demos'.

Een Turks EU-lidmaatschap, dat is de crux, is uiteindelijk in strijd met een nogal onderbelicht gebleven Kopenhagen-criterium, namelijk: `De EU moet in staat zijn de nieuwe leden op te nemen, zonder dat daarbij het Europese integratieproces wordt gehinderd' (Europese Raad Kopenhagen, juni 1993). De bewijslast dat dit niet het geval zal zijn, ligt eerst en vooral bij de pleitbezorgers van Turkijes EU-lidmaatschap.

Een ander kernbezwaar tegen Turkse toetreding is dit. Hoe zeker is het dat het toetredingsperspectief tot stabiele verhoudingen binnen en buiten Turkije zal leiden? Turkije wil, terecht, niet als tweederangs land behandeld worden en speelt graag de kaart van de gekrenkte trots (daarbij negerend dat het het invloedrijkste EU-land gaat worden). Turkije eist het beloofde lidmaatschap op en wil zich daarbij niet de les laten lezen door de Europese partners (zie de actuele botsing over de hervorming van het strafrecht). Toch is dit wat onherroepelijk zal gebeuren in het complexe en langdurige onderhandelingsproces. Het is een groot misverstand om te denken dat die toetredingsonderhandelingen – bij zo'n grote verdeeldheid en twijfel in Europa – zonder conflicten zullen verlopen. Integendeel. Turkse binnenlandse ontwikkelingen en terugslagen zullen een voortdurende speelbal worden van tegenstanders van de Turkse toetreding – van gematigden tot xenofobe populisten. Zelfs is de kans niet denkbeeldig dat na tien jaar onderhandelen nationale referenda de feitelijke toetreding alsnog zullen blokkeren. Met andere woorden: de toetredingsonderhandelingen die velen aanzien voor een garantie op stabiele pro-Europese hervormingen in Turkije en op stabiliteit in de Turks-Europese verhoudingen, zou wel eens op een politieke martelgang neer kunnen komen, die contraproductief uitpakt voor een goede verhouding tussen Turkije en Europa, en tussen de islam-wereld en het Westen. Turkije zou het besluit van de Europese Raad van 1999 om het land formeel als EU-kandidaatlid te erkennen, nog wel eens kunnen betreuren.

Is het tegen deze achtergrond niet wijs om te kiezen voor duidelijkheid op de korte termijn? Voor een respectvolle behandeling van Turkije die tegelijk de Europese Unie niet met onverantwoordelijke avonturen opzadelt? Ik doel dan op de optie van de Duitse CDU: het `geprivilegieerd partnerschap' als alternatief voor een volwaardig EU-lidmaatschap.

Dat geprivilegieerde partnerschap zou, terwijl de slagkracht en de eenheid van de Europese Unie intact worden gelaten, Turkije financieel en politiek moeten ondersteunen bij de verdere modernisering en democratisering tot islamitisch modelland. Met andere woorden: een `optie Rusland' voor Turkije, dat net als Rusland misschien wel een maatje te groot, een maatje te afwijkend, te ondemocratisch, te onrechtstatelijk, te Aziatisch voor de EU is.

Europa zou aldus moeten zien te ontsnappen aan het duivelse Turkse dilemma waardoor het gegijzeld leek: het dilemma van eenheid versus veiligheid. Turkije zou een integratierisico in de EU vormen, maar een vredes- en veiligheidsrisico buiten de Europese Unie. De `derde weg' van een intensief partnerschap zou hier uitkomst kunnen bieden.

Het zou allemaal anders zijn geweest wanneer Turkije een boeddhistisch land zou zijn, met 19 miljoen inwoners, met een economische ontwikkeling vergelijkbaar met Griekenland en wanneer de Bosporus op de Syrisch-Turkse grens had gelegen.

Maar dat is fictie. Het vergt moed en leiderschap van de Europese politici om de realiteit te herontdekken en dit existentiële moment voor de toekomst van Europa wijs in te schatten en daarnaar te handelen. Het is nog niet te laat om op eerder gedane beloften terug te komen. Soms kan dat fatsoenlijk zijn.

René Cuperus is medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, denktank van de PvdA. De hier geventileerde opinie staat haaks op het formele PvdA-standpunt dat de Turkse toetreding tot de EU steunt.

www.nrc.nl/opinie : Eerdere afleveringen in deze serie.