Souvenirs op de bloemenmarkt

Geen souvenirs, maar bloemen wil het Amsterdamse stadsdeel Centrum op de bloemenmarkt. Marktlui vrezen failliet te gaan.

,,Met twee van deze egeltjes'', zo geeft bloemen- en plantenverkoper H. Abels het dilemma van de Amsterdamse bloemenmarkt weer, ,,verdien ik bijna net zoveel als met een kist Kaapse viooltjes.'' Het egeltje zit gevangen in een minikistje van hout en is gemaakt van takjes. ,,Gisteren hebben we er nog vijf van verkocht. Als ik geluk heb, verkoop ik in een hele week twee kistjes viooltjes.''

Maar het is de vraag of het egeltje nog een lang leven is beschoren op de bloemenmarkt. Per 1 oktober wil het stadsdeel Centrum de regels die bij het erfpachtcontract uit 1994 tussen gemeente en marktkooplieden zijn afgesloten, strikt gaan handhaven. Volgens deze regels mogen de marktkramen aan het Singel 85 procent van hun verkoopvloer gebruiken voor levende en gedroogde bloemen, planten, bomen, heesters en `potterie', en slechts 15 procent voor ,,branchegerelateerde'' producten. Aan die regel hebben de kooplieden zich al jaren niet gehouden.

In februari stuurde het stadsdeel de eerste aanmaning. De ondernemers kregen tot 1 mei de tijd om zich aan het contract te houden. Omdat er in de ogen van het stadsdeel geen paal en perk werd gesteld aan de verkoop van boxershorts, ijskastmagneetjes, affiches en prentbriefkaarten, zijn de marktlieden gesommeerd daar per 1 oktober een eind aan te maken. ,,De doodsteek voor de markt'', zegt Jan Stins, voorzitter van de Ondernemersvereniging Bloemenmarkt, ,,zonder de verkoop van souvenirs kan de bloemenmarkt niet overleven.''

De buurman van Stins, Hans Laddrak: ,,Vijfentachtig procent van de mensen hier is toerist en die kopen geen bloemen, maar souvenirs.'' De verhouding die ooit in de erfpachtovereenkomst is vastgelegd, verwijst volgens hem naar een voorbije tijd. ,,Vroeger kon je hier met de auto komen'', zegt hij. ,,Toen kwam de gewone Amsterdammer hier nog zijn kerstboom en bloemetjes halen. Nu verkopen tuincentra kerstbomen, en kan je bij de benzinepomp of de Albert Heijn bloemen kopen.''

Ook Abels meent dat je met de tijd moet meegaan. ,,En vroeger waren hier allemaal kantoren, die mensen namen 's avonds nog een bloemetje mee. Al die kantoren zijn weg.''

Laddrak bezit een kraam met bijna alleen `wooden shoes', ook in plastic en porselein, als sleutelhangers en mutsjes, sjaals en aanstekers. Het enige wat Laddrak ter verdediging kan aanvoeren, is dat hij al vijfentwintig jaar souvenirs verkoopt. Hij toont een oude foto waarop nagenoeg dezelfde toeristische parafernalia zijn te zien als nu. Geen souvenirs betekent faillissement. Ook marktkoopman De Souza zegt dat hij failliet gaat als hij zijn Delfts blauwe en andere snuisterijen moet weghalen.

,,Onzin!'', briest een razende winkelier in de straat. Hij wil niet met zijn naam in de krant, want hij is al eens bedreigd, zegt hij. ,,Ze zijn gewoon lui. Om souvenirs te verkopen heb je geen gespecialiseerde kennis nodig over planten. Souvenirs verkopen is gemak.'' Hij weet dat, want hij baat een van de souvenirwinkels op het Singel uit. Zijn gram is dat de prullariaverkopende bloemisten onder zijn duiven schieten. ,,Hun vierkantemeterprijs ligt veel lager dan die voor de winkeliers hier'', zegt hij. Daarom moet een paraplu bij hem vijf euro kosten en kan diezelfde paraplu aan de overkant bij het water worden aangeboden voor vier euro. ,,Rovers zijn het!''

Ook een tabakswinkelier, die tevens wandversieringen en beeldjes voor op de schoorsteen verkoopt, relativeert de verontwaardiging van de bloemenkooplieden. ,,We hebben hier vaak genoeg toeristen gehad die ons verbaasd vroegen of dit wel echt de beroemde bloemenmarkt was.''

Abels, met zijn bonsaiboompjes, orchideeën en andere bijzondere gewassen, is een vertegenwoordiger van de `echte' bloemenmarkt. Toch is ook hij geen voorstander van het aan banden leggen van de souvenirverkoop bij de andere kooplieden. ,,Als iedereen meer planten gaat verkopen, wordt de spoeling voor ons wel erg dun.''

Wat de kooplieden vooral steekt is dat het stadsdeel aan de datum van 1 oktober wil vasthouden, zonder eerst naar de resultaten te kijken van het onderzoek dat het stadsdeel samen met de Kamer van Koophandel (KvK) heeft laten uitvoeren. In dat rapport bepleit de KvK het loslaten van de 85/15-procentsregeling. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum wil niet reageren. Het wil het rapport van de KvK bestuderen voordat het een standpunt inneemt.

    • Hans Moll