Opstand der luitenants

Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer bieden gewoonlijk het omgekeerde: gedetailleerde verhandelingen en dan meestal van financiële aard. Dit jaar vormde hierop geen uitzondering. Dat lag ook aan de omstandigheid dat vice-premier Zalm (Financiën, VVD) namens het kabinet het woord voerde, in plaats van minister-president Balkenende die door ziekte is geveld. Het was voor het eerst dat een premier zich moest laten vervangen bij dit debat, dat formeel het belangrijkste is van het politieke jaar. Terugkijkend moet gezegd worden dat deze stand-in geen groot succes was: Zalm was in zijn element zolang het ging over budgettaire zaken, maar vlak en soms wat al te nonchalant bij onderwerpen die daarbuiten gingen. De Algemene Politieke Beschouwingen zijn dan ook bij uitstek een debat dat de Tweede Kamer moet voeren met de aanvoerder van het kabinet – zeker in deze tijd waarin de premier zich steeds meer ontwikkelt van primus inter pares tot regeringsleider.

De formele uitkomst van het debat was dat de Tweede Kamer het kabinet steunt bij het doorzetten van de ambitieuze hervormingsagenda, die moet leiden tot een grootscheepse en noodzakelijke ombouw van veel arrangementen van de verzorgingsstaat. De manier waarop de drie coalitiepartijen er een als motie gepresenteerde tegenbegroting doordrukten was opmerkelijk. CDA-fractievoorzitter Verhagen legde al aan het eind van zijn eerste termijn een aantal wijzigingsvoorstellen op tafel waarmee een bedrag van meer dan een miljard euro is gemoeid. Ook dat is niet eerder vertoond. Volgens het parlementaire gebruik worden moties pas in tweede termijn ingediend, nadat de regering de kans heeft gehad te antwoorden op verzoeken die in eerste termijn worden gedaan. Vandaar dat SP-fractievoorzitter Marijnissen sprak van ,,een coup'' en van een ,,motie van wantrouwen''. Maar dat is een overstatement: de coalitiemotie kan beter gezien worden als een opstand der luitenants: de fractievoorzitters Verhagen (CDA), Van Aartsen (VVD) en Dittrich (D66) die hun bruggenhoofden in het kabinet het signaal gaven dat het niet alleen belangrijk is daadkracht te tonen, maar ook draagvlak te zoeken voor de soms ingrijpende maatregelen. Hierbij past de kanttekening dat dit signaal voor de VVD kennelijk zo belangrijk was dat de liberalen voor de dekking van de voorgestelde ombuigingen extra lastenverzwaringen voor lief nemen.

Net als de coalitiepartijen trokken de fracties van PvdA, GroenLinks, SP en ChristenUnie op in een gesloten front. Daarmee was de terugkeer van de polarisatie in de Kamer een feit. Het voordeel is dat de verschillen tussen voor- en tegenstanders van het kabinetsbeleid duidelijker dan voorheen zijn gemarkeerd. Het nadeel bleek ook: tot een echt debat tussen de twee blokken over de wederzijdse voorstellen kwam het niet. Dat valt te betreuren, want een debat over bijvoorbeeld de voor- en nadelen van de door Van Aartsen bepleite `participatiestaat' versus de `investeringsstaat' van PvdA-leider Bos was tijdens deze beschouwingen op zijn plaats geweest. Nu bleef het bij de herhaalde vaststelling van de coalitiepartijen dat de tegenvoorstellen van de oppositie slechts voor de korte termijn helpen, en aan de andere kant de verwijten van de oppositie dat de regeringsplannen asociaal zijn.

De liberalen Zalm en Van Aartsen gingen een debat over de Nederlandse identiteit uit de weg. Daarmee kwam weer eens vast te staan dat de VVD geen boodschap heeft aan het ideologische stempel dat Balkenende graag op zijn kabinet zet. Uiteindelijk draait de hele hervormingsagenda van het kabinet in de woorden van D66-leider Dittrich om het ,,toekomstbestendig'' maken van Nederland. Dat klinkt, in de woorden van Zalm sprekend over de toekomstvisie van GroenLinks, als ,,een interessante exercitie vol met onzekerheden''.