Nederland is meer dan vier grote steden

Laat ik beginnen een misverstand weg te nemen. De drukte die ik dagelijks meemaak en ervaar, heeft niet uitsluitend te maken met de Kieswet. En ook de gekozen burgemeester snoept niet de meeste tijd. Mijn politieke portefeuille is zo rijk geschakeerd dat ik mijn aandacht ruim moet spreiden. Laat nou het Grote-Stedenbeleid wel een groot beslag doen op mijn werkdag. En de Grote Steden zijn er wat mij betreft meer dan vier.

De vier fractieleiders van VVD-huize schreven onlangs in deze krant dat ze mij te weinig horen over dit onderwerp. Dat kan waar zijn, maar er is anders veel waar te nemen voor hen die oren en ogen open hebben. Het had de briefschrijvers opgevallen kunnen zijn dat de gesignaleerde versnippering van geld voor de steden al verleden tijd is: tientallen regelingen zijn gebundeld tot drie brede doeluitkeringen, die steden naar eigen zicht kunnen besteden. De burgemeesters van de klagende fractieleiders kunnen daar informatie over verschaffen.

Tijdens mijn nog korte bestaan als minister heb ik de meeste steden die ik tot het Grote-Stedenbeleid reken al bezocht, de vier grootste, maar ook Groningen, Maastricht, noem maar op. En de besproken thema's zijn dan veelvuldig: veiligheid, veelplegers, integratie, onderwijsachterstanden, maatschappelijke opvang, achterstandswijken of het wegwerken van bureaucratie en onnodige regels. Steden zijn de belangrijke motoren voor de economie. Naast problemen liggen er grote kansen voor innovatie en creativiteit; dat geldt voor steden in het Westen, maar net zo goed in het Zuiden, Oosten en Noorden.

Intussen heb ik ook het systeem van verantwoording gewijzigd. Voorheen moesten steden jaarlijks op verschillende momenten bij verschillende ministeries verantwoorden hoe ze hun geld hadden besteed. Vanaf 2005 kunnen de steden het rijk jaarlijks eenmalig inzicht geven in de voortgang met behulp van de eigen gemeenterekening. Ik verklap hier niets nieuws, behalve voor een enkele fractieleider wellicht.

De problemen van dit land doen zich natuurlijk niet alleen in de vier grote steden voor. Dat is een ernstige misvatting. De vier grote gemeenten krijgen overigens het leeuwendeel van de beschikbare gelden, maar het zou van ernstige kortzichtigheid getuigen als probleemwijken buiten de Randstad niet `meetelden'. We spreken daarom met net zoveel respect over de G26 – de op vier na 26 grootste steden als over de G4.

Maar natuurlijk kan alles nog veel beter. De ideeën van de briefschrijvers zijn veelal ook al uitgevoerd. Ze opperen de gemeenten zelf verantwoording te laten dragen en dan achteraf ,,af te rekenen op prestatie''. Goed idee. Doen we in het nieuwe systeem. Is namelijk afgesproken. Als gemeenten de afgesproken doelen niet halen, willen we het geld terug. Is ook afgesproken.

Eén financiële pot waaruit alles betaald wordt, is een ander voorstel. Dat kan nog misschien lukken, maar dan moet er bijna een ideale situatie ontstaan. Drie potten is al een mooi resultaat, vind ik zelf. En er is ook maar één minister die het zaakje in de peiling houdt, de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing. Dus de aan de krant gestuurde brief was wel aan de goede persoon gericht.

En tot slot ben ik blijkbaar ook nog `postbode' in de ogen van de vier, ze bedoelen dat in strikt negatieve zin. Terwijl dat toch een eerzaam beroep is. Maar deze postbode heeft zijn taak goed opgevat en acht ministeries bij elkaar gebracht om enige lijn te brengen in de baaierd van uitkeringen. En mijn brieven komen sneller ter bestemder plekke dan sommige andere.