Lidstaten Europese Unie laks tegen terreur

Na de aanslagen van 11 maart in Madrid dringt in de EU het besef door dat er meer moet worden samengewerkt. ,,De landen moeten thuis doen wat in Brussel in afgesproken'', meent coördinator terrorisme Gijs de Vries.

Regeringen en nationale parlementen in Europa zijn te traag bij de uitvoering van anti-terreurmaatregelen, waartoe in Brussel is besloten. Daardoor lopen de bestrijders van terrorisme in Europa onnodig achterstand op.

Dat is de boodschap die Gijs de Vries dezer dagen verkondigt in Den Haag, waar de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken vergaderen, vooral over de bestrijding van het internationale terrorisme.

De Vries werd vlak na de aanslagen in Madrid, op 11 maart, aangesteld als Europees coördinator terrorismebestrijding. Geen terrorisme-tsaar, zoals hij wel eens honend wordt genoemd, maar iemand die ervoor moet zorgen dat de mogelijkheden die er zijn, ten volle worden benut. ,,De landen moeten thuis doen wat ze in Brussel hebben afgesproken'', zegt De Vries op zijn werkkamer in Brussel. ,,Europese anti-terreurwetgeving wordt soms net zo behandeld als de harmonisatie van de wielafstand van landbouwtrekkers'', zegt hij snerend.

Een voorbeeld: ,,Waarom doet het Zweedse parlement er een jaar over om Europese voorstellen op het gebied van internetbeveiliging te analyseren?'' Voor de goede orde: ook andere landen laten de zaak versloffen. Zo hebben Italië en Tsjechië nog steeds geen wet voor het Europees arrestatiebevel gemaakt, die moet voorkomen dat criminelen van het ene land naar het andere land kunnen vluchten.

De Europese Commissie en de regeringsleiders hebben de afgelopen maanden tal van maatregelen genomen, die niet worden uitgevoerd omdat ambtelijke apparaten en parlementen in de Europese landen op de rem staan. Zo heeft Brussel besloten dat Europol meer bevoegdheden moet krijgen om het witwassen van gelden aan te pakken – één van de criminele activiteiten waarvan bekend is dat ze door terroristen worden gepleegd. Ook is besloten om de mogelijkheden uit te breiden voor Amerikaanse deelname aan Europol-analyses, waardoor het Europese politie-instituut een veel bredere kijk op de internationale criminele of terroristische netwerken kan krijgen. Verder heeft de Europese Commissie een vergaand voorstel gedaan om de lidstaten te verplichten alle informatie die ze thuis hebben over lopende terrorisme-rechtszaken automatisch door te geven aan Europol en Eurojust (het Europese justitiebureau). Het is van groot belang, zegt De Vries, dat deze organisaties een compleet beeld hebben van vervolgingen en uitspraken op het gebied van terrorisme.

De Vries loopt zich dan ook de benen uit het lijf, zoals hij het noemt, om bij diplomaten, parlementariërs en politici aan te dringen op actie. ,,In de politiek bestaat een veel groter gevoel van urgentie dan vroeger'', stelt hij vast. Maar binnen nationale ambtelijke apparaten en sommige parlementen is dat niet het geval. En De Vries beschikt niet over de middelen voor drastische maatregelen. ,,De Europese lidstaten wilden geen tsaar met onbeperkte volmachten.''

De EU-landen zijn het erover eens dat ze in de strijd tegen het internationale terrorisme zélf de zeggenschap willen behouden over hun eigen politiekorpsen, hun eigen inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het nationale justitie-apparaat. De Vries: ,,Eerder dit jaar hebben we gediscussieerd of we in Europa toe moeten naar een Europese CIA, FBI of zelfs een Europees openbaar ministerie. De overgrote meerderheid van de oude én de nieuwe lidstaten was daar sterk op tegen.''

Veel meer dan de logge Europese raderen smeren en een zwieper geven, kan De Vries dus niet. Bij de aanslagen in Madrid, waarbij bijna tweehonderd doden vielen, kwam de gebrekkige samenwerking van met name de Europese inlichtingendiensten pijnlijk aan het licht. Zo bleek de Noorse geheime dienst al eerder over inlichtingen te beschikken die wezen op een mogelijke aanslag in Madrid – informatie die niet was doorgespeeld naar de Spaanse veiligheidsdiensten. Maar ook daarna waren er nog voorbeelden te vinden van dat gebrek aan samenwerking. Zo moest de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken, Remkes, in een Spaanse krant lezen dat moslimfundamentalisten volgens de Italiaanse veiligheidsdiensten in Nederland waren geweest om een aanslag voor te bereiden.

Toch zegt De Vries: ,,Na de aanslagen in Madrid is de samenwerking in Europa beduidend intensiever geworden''. Zowel regeringen als politiekorpsen en veiligheidsdiensten werken meer samen dan voorheen. Hij verzet zich nadrukkelijk tegen het beeld dat er in Brussel helemaal niets gebeurt. ,,De Unie heeft 360 miljoen euro uitgegeven voor terreurbestrijdingsmaatregelen in landen buiten de Unie, zoals aan anti-terreur in Marokko en Indonesië. Daarnaast heeft de EU een miljard euro aan steun gegeven aan de net toegetreden landen, ter versterking van hun grensbewaking.''

    • Rob Schoofen Michèle de Waard