Krant was er eerder vroeg bij

Vandaag en morgen brengt NRC Handelsblad bij wijze van proef een vroege editie uit. 35 jaar geleden kwam de voorloper van deze krant, het Algemeen Handelsblad, ook met een vroege editie.

Tot zijn verbazing hoorde chef features W. Woltz tijdens een vergadering in mei 1969 de directeur van het Algemeen Handelsblad, E.G. Stijkel, aan hoofdredacteur H.J.A. Hofland vragen: ,,Wanneer kunnen we beginnen met de vroege editie?'' Waarop Woltz tot zijn nog grotere verbazing zijn hoofdredacteur hoorde antwoorden: ,,Zeg het maar: aanstaande maandag?''

Toen Woltz na afloop van de vergadering Hofland vroeg wat hem bezielde, verzuchtte Hofland dat Stijkel al veel langer aandrong op een vroege editie. Een extra editie die drie uur eerder zou verschijnen, kon beter profiteren van de losse verkoop. De directeur verwachtte dat hiermee een keerpunt bereikt zou worden in de oplageontwikkeling van het Handelsblad, dat in de tweede helft van de jaren zestig zijn vergrijsde abonneebestand in hoog tempo zag afbrokkelen.

Hofland was echter vergeten de rest van de redactie van het ingrijpende plan op de hoogte te brengen, terwijl Stijkel ervan uitging dat de nodige voorbereidingen reeds getroffen waren. Getergd somde Woltz de consequenties van Hoflands toezegging aan Stijkel op: drie uur eerder drukken betekende 's morgens om zes uur beginnen, niet alleen redacteuren moesten dus drie uur eerder uit bed komen, maar ook de portiers, de fotodiensten, de stenografen. De hele organisatie van de krant moest op de schop.

De vroege editie was de eerste grote actie van Stijkel in zijn campagne de macht in de Nederlandse Dagbladunie naar zich toe te trekken door het Algemeen Handelsblad opnieuw tot bloei te brengen. De Nederlandse Dagbladunie was in 1964 ontstaan uit een fusie van de uitgeverij van het Handelsblad en het veel grotere bedrijf van de Nieuwe Rotterdamse Courant. Bij deze fusie was besloten dat de twee kranten zelfstandig bleven verschijnen. Maar zowel het Handelsblad als de NRC zag in de daaropvolgende jaren de resultaten verslechteren. Het was de vraag hoe lang de Rotterdamse directeur W.Pluygers, de tegenspeler van Stijkel, bereid was het verlies van beide kranten te accepteren.

Na de toezegging van Hofland aan Stijkel werd de redactie van het Handelsblad in een spoedvergadering op de hoogte gesteld van wat er stond te gebeuren. Er waren nog enkele dagen te gaan voordat de vroege editie van de pers moest rollen. Protest brak uit: wat was dit voor een autoritaire manier van doen om de redactie totaal onvoorbereid een nieuw productieschema op te dringen? Het kwam er op neer dat er opeens twee kranten gemaakt moesten worden. Dat was roofbouw op een toch al door bezuinigingen uitgemergelde redactie.

Er werd een redactievergadering op zaterdagochtend belegd, waar Hofland niet bij was en waar in feite over zijn lot beschikt werd. Hij wachtte het af in café Scheltema. Weigerde de redactie haar medewerking, dan zat er voor Hofland niets anders op dan zijn ontslag te nemen – hij kon tegenover Stijkel niet terugkomen op zijn woord. Sommige redacteuren vonden dat Hofland naar Stijkels pijpen danste en riepen dat de boel plat moest. Maar een staking, zo betoogden anderen, zou de Rotterdamse directeur een uitgelezen kans bieden om orde op zaken te stellen en misschien zelfs het Handelsblad op te doeken. Dat wilden de meeste redacteuren niet op hun geweten hebben. Morrend ging men akkoord.

Maandag 19 mei was het zo ver: de vroege editie kwam van de pers. De kranten werden op straat verkocht door meisjes in witte T-shirts waarop in helder rode letters het logo van de krant stond afgedrukt. De T-shirts waren een sensatie: een strak kledingstuk om het vrouwenlichaam, met de naam van de eerbiedwaardige krant dwars over de borsten.

Ondanks de spannende T-shirts vielen de verkoopcijfers tegen. Na enkele weken werd de vroege editie alweer stopgezet. Alles wat in 1969 verder nog werd ondernomen om het Handelsblad van de ondergang te redden, zoals een moderne lay-out, had slechts een averechts effect. De oudere, conservatieve lezers van het Handelsblad wilden geen hippe krant en zegden massaal hun abonnement op, terwijl de beoogde doelgroep van jonge, progressieve lezers nog maar niet wilde toestromen. Over 1969 leed het Handelsblad het grootste verlies uit zijn geschiedenis. Een fusie met de NRC was onafwendbaar geworden.

Zo ontstond de krant die, ondanks de scepsis of een gecombineerd blad zou kunnen slagen waar zijn voorgangers faalden, uitgroeide tot de gezaghebbende krant die zij nu is. Een krant die nog steeds 's avonds verschijnt, maar vandaag en morgen met een extra editie de concurrentie in de ochtend zoekt.

Historica Pien van der Hoeven werkt aan een geschiedschrijving van NRC Handelsblad.

    • Pien van der Hoeven