Israëlische stad in de vuurlinie

Gisteren werden twee kinderen gedood bij een Palestijnse raketaanval op de Israëlische stad Sderot. Bij een legeractie in de Gazastrook zijn inmiddels elf Palestijnen gedood.

Nog twee weken, maar de 18-jarige Adir Cohen en zijn vrienden Kobi Ezra en Nissin Shushan in de Israëlische woestijnstad Sderot kunnen eigenlijk niet meer wachten. Zij willen het leger in, liefst vandaag nog. Vlakbij het huis waar gisteravond twee kinderen van Ethiopische immigrantenfamilies werden gedood door Qassem-3-raketten, afgevuurd uit het vluchtelingenkamp Jabalya bij Gaza-stad zegt Adir: ,,Ik wil de Arabieren daar in Gaza bestrijden, ik wil ze doden.'' Kobi, die net als Adir zijn haarlokken modieus heeft geblondeerd en zijn zakgeld besteedt aan zware hals- en polskettingen: ,,Het wordt hoog tijd dat de hele Gazastrook gezuiverd wordt van Arabieren. Waarom drijven we ze niet de Egyptische woestijn in?''

Macho-taal van jonge knapen, maar wel van jongens die over enkele maanden deel zullen uitmaken van de Givati-brigades, de paracommando's die in de bezette gebieden het infanterie-werk gaan opknappen. En hun vaders en moeders denken er ook zo over.

Sderot aan de rand van de Negevwoestijn ligt sinds enige tijd in de vuurlinie van de Palestijnse Qassam-raketten, zelfgemaakte projectielen van een ruime meter lang en gevuld met spijkers, ijzerschraapsel en kruit. De oude versies, geproduceerd in werkplaatsjes in Gaza-stad, acht kilometer verderop, richtten betrekkelijk weinig schade aan. Meestal stortten zij neer in het landschap van woestijnduinen en geïrrigeerde katoen- en graanvelden, die Sderot omringen. Maar de Qassem-3-raket is zwaarder, accurater en hij reikt verder, tot in de nieuwe buitenwijken van Sderot. Opeens beseffen de bewoners – voor het merendeel immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie en Ethiopië – dat zij in een frontstad wonen.

De naargeestige, uniforme woonbunkers in het oostelijk deel liggen buiten het bereik van de Qassems, maar de aantrekkelijke nieuwe buurten met flats, villa's en eenvoudige bungalows, omgeven door paradijselijke tuinen met palmen, rozen en oleanders, liggen in het schootsveld. Nu er doden vallen is de stemming onder de doorgaans stoïcijnse immigranten omgeslagen. Zij voelen zich door de politici in Jeruzalem en de legertop in Tel Aviv in de steek gelaten. De verzamelde menigte in de Hagaistraat, waar de raketten insloegen en nu de families van de gedode meisjes rouwen, is razend, niet alleen op de Palestijnen in het algemeen, Hamas in het bijzonder, maar ook op premier Sharon. Burgemeester Eli Muyal wijst op het spandoek met de tekst `Sharon laat Sderot niet in de steek' dat van huis tot huis over de straat is gespannen. ,,Dat heeft Sharon wel gedaan. Al meer dan tien keer heeft het leger het noordelijk deel van de Gazastrook uitgekamd, maar steeds opnieuw worden wij bestookt met raketten. Wij voelen ons in de steek gelaten. Wat denk je dat er zou gebeuren als een Qassem-raket op de boerderij van Sharon neerkomt?'' De burgemeester wijst in oostelijke richting, waar de Sycamore-ranch van de familie Sharon ligt.

Haviv Ben Abbo, een buurman van de grootmoeder waar de kinderen speelden en die de meisjes nog eerste hulp trachtte te geven: ,,Als deze raketten in Tel Aviv of op een van de grote nederzettingen terecht waren neergekomen dan was er allang actie ondernomen. Dit zijn maar gewone, werkende mensen, geen rijke patsers en geen kolonisten met goede connecties.'' Hij heeft wel een beetje, maar niet helemaal gelijk. Terwijl stroblonde Russische vrouwen en exotische getatoeëerde Ethiopische vrouwen via de tv-camera's van de Israëlische televisie zich woedend tot Sharon richten, vliegen Apache-helicopters over, richting Gaza-stad.

Via de draagbare radio van de strijdlustige Adir Cohen verspreidt zich het nieuws van een grote militaire operatie in het hart van het vluchtenlingenkamp Jabalya. Het is voor het eerst in jaren dat het leger met meer dan 100 tanks, pantservoertuigen en jeeps zo diep het bolwerk van Hamas is binnengedrongen. Minister van Defensie Mofaz heeft ook reservisten opgeroepen. Palestijnse journalisten meldden dat twee Israëliërs zijn gedood en dat in de afgelopen 48 uur elf Palestijnen, onder wie drie kinderen, zijn omgekomen. Bij de grenspost Erez – gesloten voor journalisten - worden met opleggers tanks naar Gazastad vervoerd. In de verte klinkt mitrailleurvuur.

    • Oscar Garschagen