Invloed `Brussel' kleiner dan gedacht

Europa zorgt voor veel minder nieuwe regels dan tot dusverre in Nederland werd aangenomen. Hooguit zestien procent van nieuwe nationale wet- en regelgeving is terug te voeren op Brusselse invloed.

Dat concluderen de bestuurskundigen dr. P.O. de Jong en prof.dr. M. Herwijer in een onderzoek naar de oorzaken van de groei van het aantal wetten en regels in Nederland. Het is het eerste onderzoek in Nederland waarin de Europese invloed op nationale wet- en regelgeving over een langere periode (ongeveer tien jaar) cijfermatig zichtbaar wordt gemaakt en wordt onderbouwd. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van minister Donner (Justitie), en wordt waarschijnlijk eind deze week openbaar gemaakt.

,,De stelling dat meer dan 50 procent van de nationale regelgeving op het conto van de Europese Unie moet worden geschreven, wordt niet ondersteund'', schrijven de wetenschappers uit Nijmegen en Groningen in het Tijdschrift voor Beleidswetenschappen, dat vooruitloopt op openbaarmaking van het onderzoek zelf. ,,Er is voorlopig geen reden om de Europese Unie aan te wijzen als de meest belangrijke bron achter de voortdurende groei van het aantal wettelijke regelingen.''

Staatssecretaris Nicolaï (Buitenlandse Zaken) gaat uit van ongeveer 60 procent, als Europees aandeel van het geheel van nationale wetgeving. En hij blijft bij dat percentage, aldus zijn woordvoerder. Volgens hem is in het onderzoek geen rekening gehouden met veel uitvoeringsbesluiten die rechtstreeks voortvloeien uit Brusselse regelgeving (bijvoorbeeld de bestrijding van dierziekten), en met Brusselse sanctioneringen. Bovendien leveren maatregelen die voortvloeien uit primair Europees recht (verdragen) en regelgeving van decentrale overheden een hoger percentage op, aldus Nicolaï. Deze zijn niet onderzocht.

De Jong en Herwijer wijzen de zogeheten nationale ministeriële regeling aan als de grootste bron van groei van regelgeving. In deze categorie vallen de circulaires van het ministerie van Onderwijs. Dit departement is, samen met Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor het grootste aantal ministeriële regelingen.

Het jaarlijks gemiddelde aan ministeriële regelingen schommelt tussen de 500 en 600. Ter vergelijking: jaarlijks komen er gemiddeld 86 nieuwe wetten bij en 128 nieuwe Algemene Maatregelen van Bestuur. Per jaar worden gemiddeld 84 Europese richtlijnen in nationale wetgeving omgezet.

De onderzoekers gebruikten twee methodes om de eventuele Brusselse bron van nationale wet- en regelgeving te achterhalen. Ze hebben met een zoekmachine op internet onderzocht hoeveel digitaal opgeslagen nationale wetten en regels in hun `considerans' (een soort inleiding op de maatregelen) verwijzen naar een Europese richtlijn. Daarmee worden volgens een woordvoerder van het ministerie van Landbouw ook veel van de verordeningen gevonden die voortvloeien uit bijvoorbeeld de gezamenlijke Europese aanpak van dierziektes zoals vogelpest.

Ten tweede is het overzicht van omgezette en nog te om te zetten Europese richtlijnen gebruikt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken ieder kwartaal naar de Tweede Kamer stuurt. Daarnaast verwijzen de twee naar het onderzoek van de bestuurskundigen Van den Toorn en Wierenga die alle wetten en regels uit 2003 nalazen op, onder meer, hun Brusselse oorsprong. Zij kwamen ook uit bij zestien procent, inclusief de maatregelen die in Europees verband waren genomen tegen de vogelpest.

Aanleiding voor het onderzoek vormen onder meer regelmatige schattingen in politiek en media van de Europese invloed op nationale wetgeving (meestal 50 procent of meer), zonder dat die worden onderbouwd. Zo noemde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2002 Europa de belangrijkste veroorzaker van nationale regelgeving, zonder verdere onderbouwing. En diverse Nederlandse ministers onder wie vice-premier Zalm (Financiën) en minister Bot (Buitenlandse Zaken) bestempelen herhaaldelijk de groeiende Europese regelgeving als een van de belangrijkste oorzaken van bijvoorbeeld de hoge administratieve lastendruk voor het bedrijfsleven. Een van de doelstellingen van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie is dan ook om het aantal Europese regels terug te dringen.

De Eerste Kamer wilde vorig jaar tijdens een debat over de groeiende regeldruk weten wat de oorzaak van die groei is en of de claims van de WRR en anderen klopten. De senaat vroeg minister Donner (Justitie) om nader onderzoek. Het Wetenschappelijk Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie benaderde vervolgens de twee bestuurskundigen.