`Geen aansturing strijd tegen fraude'

De ministeries van Justitie, Financiën, Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken weten niet of ze in de afgelopen vier jaar resultaat hebben geboekt bij het bestrijden van fraude. In 2000 beloofden de ministers de regie en coördinatie van fraudebestrijding te verbeteren. Sinds die tijd is het openbaar ministerie op het punt van fraudebestrijding duidelijker aangestuurd, maar door het gebrek aan coördinatie is er nauwelijks zicht op de daadwerkelijke aanpak van fraude. Dat blijkt uit het onderzoek Fraudebestrijding: stand van zaken 2004 dat de Algemene Rekenkamer vandaag presenteerde.

Alleen de Uitvoeringsinstatie UWV heeft enig zicht op de fraudepraktijk. Maar ook bij deze instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van WAO en WW zijn de cijfers `vervuild'. Tussen zaken die bestempeld worden tot `geen fraude geconstateerd', blijken wel degelijk toch fraudezaken te zitten.

De grootste kans om gepakt te worden heeft een `witwerker' die ten onrechte naast zijn baan een uitkering ontvangt. Van deze groep wordt 95 procent gesnapt. Minder dan 1 procent van de zwartwerkers wordt gepakt om verzekeringsfraude. De zwartwerker heeft voor het werken slechts 5 tot 10 procent kans om gepakt te worden. De kans dat fraudeurs die gepakt zijn een boete of straf krijgen opgelegd, ligt nu tussen de 65 en de 80 procent. Dat is een kleine verhoging ten opzichte van het jaar 2000. Over belastingfraude en verzekeringsfraude (waarbij bedrijven de dupe zijn) zijn geen gegevens over de pakkans.

De Rekenkamer houdt vooral de slechte aansturing vanaf ministeries verantwoordelijk voor de onduidelijkheid in de cijfers. De opsporing en vervolging van verzekeringsfraude bij bedrijven zou over verschillende politie- en justitieorganisaties versnipperd zijn, waarbij slecht wordt samengewerkt en ministeries geen regie hebben.

In een reactie zegt minister Donner van Justitie dat met alle politiekorpsen is afgesproken dat ze meer fraudezaken aan het openbaar ministerie gaan leveren.