Fatsoen

Of je pessimistisch of optimistisch gestemd raakt over de mensheid, kan afhangen van het tijdstip en de plaats waarop je over de Haarlemmerdijk in Amsterdam loopt. De Haarlemmerdijk is een lange, smalle winkel- en woonstraat die aan de noordkant de Jordaan omgrenst.

Op zaterdagmiddag 25 september, omstreeks drie uur, zag ik er het volgende gebeuren. Een zwartkleurige taxi moest iets naar links uitwijken omdat er een auto half op de straat geparkeerd stond. De manoeuvre verraste een motorrijder die de taxi met hoge snelheid links wilde passeren. Zijn motor knalde op de linkerflank van de taxi.

Taxi en motor kwamen tot stilstand, evenals een tweede motor rechts van de taxi. De twee motorrijders bleken kompanen te zijn. De taxichauffeur, een jonge man, stapte uit om de schade te registreren. Het leek mee te vallen. Er waren zo gauw geen deuken of schrammen te ontdekken, wél was de buitenspiegel volledig vernield, het ding bengelde omlaag als een bungeejumper na de sprong.

De chauffeur ging even in zijn auto zitten, hij moest nog bekomen van de schrik. De motorrijder had zwijgend en roerloos toegekeken vanonder zijn helm, die hem zoveel onschatbare anonimiteit verschafte. Op het moment dat de chauffeur ging zitten, startte hij zijn motor en spoot er vandoor, samen met zijn metgezel op de andere motor.

De chauffeur staarde hen verbluft na. Hij keek nog even naar zijn dure buitenspiegel en zette toen de achtervolging in. Ver kwam hij niet, want vijftig meter verderop versperden enkele stilstaande auto's hem de weg. Machteloos moest hij toezien hoe de motoren uit het zicht verdwenen. Hij stapte uit zijn auto, fluisterde wat lieve woordjes tegen zijn stervende spiegel en balde zijn vuist naar de horizon. Niemand kon hem helpen of troosten. De omstanders waren alweer doorgelopen, en de premier van Nederland die toeziet op ons fatsoen lag met een lelijk ontstoken voet te bed.

Nu de volgende dag, want we moeten de moed er wel een beetje in houden. Zelfde plaats, zelfde tijd.

Een vrouw van middelbare leeftijd loopt langs de stoep met een fiets waarvan de achterband lek is. Aan de overzijde van de straat nadert een fietser. Het is een man op leeftijd met het type wielerkledij – lang shirtje, broekje met strakke pijpen – dat de oudere mens tot zo'n aandoenlijk wezen kan maken. De fietser ziet de vrouw onhandig met haar fiets zeulen, stapt onmiddellijk af en loopt naar de overkant.

,,Ik help je wel even'', zegt hij, ,,moet je nog ver?''

,,Ik woon in de buurt'', zegt de vrouw.

,,Maakt niet uit'', zegt de man. ,,Ik plak die band wel, anders moet je man het doen, want de fietsenmaker is morgen dicht. Jullie kunnen beter samen op de bank een borreltje drinken.''

Hij doet zijn helm af, zet de fiets van de vrouw op z'n kop en gaat geroutineeerd aan de slag. De vrouw blijft een beetje lacherig terzijde staan, ze weet niet goed raad met deze barmhartige Samaritaan-op-wielen.

Zou iemand dit stukje willen uitknippen en aan de premier opsturen? Hij knapt er misschien wat sneller van op.

    • Frits Abrahams