Duel tussen verdwaasde optimisten

Tijdens het Amerikaanse verkiezingsdebat vannacht tussen George W. Bush en John Kerry zal Irak uitgebreid aan bod komen. Daar kan Bush alleen maar baat bij hebben, betoogt George Will.

Het debat van vanavond wordt een duel tussen twee verdwaasde optimisten. Het zal gaan tussen een man die de gebeurtenissen in Irak nog altijd als een `gestage vooruitgang' beschouwt en een man die weliswaar de president verwijt dat hij onrealistisch is, maar die zegt dat `de wereld' – een geografisch begrip, geen politiek – wanneer híj president wordt, Irak er weer bovenop zal helpen.

Als ooit een regering – in een herverkiezingsseizoen dat terecht wordt overheerst door één enkel thema dat ze zelf heeft uitgekozen – een uitbrander van de kiezers heeft verdiend, is het deze wel. En als er ooit een uitdager is geweest die, samen met zijn partij, de kiezers daar juist van lijkt te weerhouden, is het deze wel. Een ervaren Democraat – hij werkte al mee aan de presidentscampagne van 1980, diende onder Clinton in het Witte Huis en heeft het goed met Kerry voor – zegt: ,,Elke kandidaat krijgt de campagne die hij verdient, want zoals volgens Plato de stad de ziel van de burgers in het groot was, zo is de kandidaat de ziel van zijn campagne. Elke succesvolle kandidaat heeft een vaste verkiezingsriedel, die oneindig wordt herhaald en die de meereizende media slapend kunnen opdreunen. Hij duurt een kwartier – vijf minuten over de problemen, vijf over de oplossingen van de kandidaat, vijf over het contrast met zijn tegenstander. Over 33 dagen is het al verkiezingsdag en John Kerry heeft nog altijd niet zo'n praatje. Dus moet hij alles halen uit die simultaan-persconferenties die wij in onze onnozelheid `debatten' noemen.''

Presidentiële debatten verhouden zich tot echte debatten als fabriekskaas tot kaas. Ze worden voorafgegaan door uitvoerige onderhandelingen ter voorkoming van het onwaarschijnlijke geval dat er iets als een debat losbarst waarin argumenten worden uitgewisseld en gekritiseerd. In de onderhandelingen over de debatten van dit jaar werd het hoofddoel van de campagne van Bush bereikt: het eerste debat, dat het grootste publiek zal krijgen, gaat over de nationale veiligheid. George W. Bush weet dat hoe meer Kerry over Irak praat, hoe meer hij, Bush, daar baat bij heeft. Dat komt doordat alles wat Kerry over Irak zegt wel in tegenspraak is met iets anders wat hij met klem heeft gezegd – en ofwel zijn progressieve achterban ofwel een meerderheid van de

Amerikanen tegen de haren in strijkt.

Bush zou het nationale begrip – en zichzelf – dan ook een dienst bewijzen als hij vanavond al vroeg zegt: ,,Iedereen in ons zonnestelsel weet hoe ik over Irak denk. Maar niemand, waarschijnlijk zelfs niet aan boord van het campagnevliegtuig van mijn tegenstander, weet hoe hij erover denkt, op ditzelfde moment, om zeventien minuten over negen. Dus nodig ik hem uit om al mijn tijd te nemen en ons verbijsterde volk te vertellen wat hij denkt, tenminste vanavond, tenminste tussen negen en half elf (Amerikaanse tijd). Hij zegt bijvoorbeeld dat we moeten `slagen' in Irak. Wat verstaat hij onder slagen? Wat is belangrijker, dat we slagen of dat we zijn deadline halen en binnen vier jaar de Amerikaanse troepen terughalen? Hoe komt hij erbij dat `de wereld' zal helpen – omdat zijn persoonlijkheid zo aanspreekt?''

Het probleem van Kerry is dat hij de ideeën en de moed mist om het debat aan te gaan dat noodzakelijk is – de ongemakkelijke confrontatie met een aantal gemakkelijk Amerikaanse opvattingen. Zoals de meeste Amerikanen altijd hebben gedaan, gelooft Bush in de natuurrechten: hij gelooft dat een bepaald soort burgerlijke orde – democratie, parlementaire vertegenwoordiging, de rechtsstaat, een brede persoonlijke levenssfeer en ruime individuele autonomie – goed is voor de vervulling van de menselijke natuur. Maar Bush lijkt ook te geloven – zo doet tenminste de planloze nonchalance van het project-Irak vermoeden – dat een natuurrecht een natuurlijk, dat wil zeggen spontaan en alomtegenwoordig vermogen impliceert.

Verschilt Kerry met Bush van mening over deze consequentie?

Kerry heeft over Irak vooral achteraf een andere mening (wat hij anders zou hebben gedaan) of huldigt zijn eigen soort optimisme (`de wereld' die te hulp snelt).

Kerry drijft de spot met Bush omdat hij op 1 mei 2003 op dat vliegdekschip onder een spandoek met `Opdracht Voltooid' heeft gestaan. Maar Kerry besloot zelf zijn campagne te beginnen met als decor een vliegdekschip – symbool van het Amerikaanse vermogen om macht uit te oefenen. Waar wilde hij die uitoefenen? In Noord-Korea? Iran? Kerry is van mening dat Irak, dat Bush het `centrale front' in de oorlog tegen de terreur noemt, in feite `ernstig de aandacht afleidt'. Maar waarop zou president Kerry dan de Amerikaanse middelen richten die nu naar Irak gaan? Hij heeft beweerd dat de Iraakse verkiezingen deel uitmaken van zijn plan om ons als Amerika terug te trekken. Maar als hij twijfelt of die verkiezingen mogelijk zijn, heeft hij dan eigenlijk wel een plan?

Vanavond laat weten we misschien of Kerry's echte antwoord op de Iraakse puzzel – los van ijdel optimisme – is dat hij de Amerikanen voorhoudt met ere hun nederlaag te slikken. In welk geval hem zelf ook niets anders overblijft.

George Will is columnist.

© Washington Post Writers Group

    • George Will