Blair, Bush en Balkenende

Een groeiende economie is bij verkiezingen goud waard. Goede timing en slimme statistieken ook.

In Groot-Brittannië is het zo ongeveer het eerste waarop wordt gelet als een regering begint: in hoeverre probeert het nieuwe kabinet de economie zo te sturen dat zich aan het eind van de termijn een economisch hoogtij voordoet? Eerst orde op zaken stellen dus, en daarna de teugels zodanig laten vieren dat tegen de volgende verkiezingen de economie flink groeit en er geld over is om uit te delen.

Hoewel de regering-Blair daar aardig in lijkt te slagen, en vermoedelijk volgend jaar verkiezingen uitschrijft, lukt zo'n plan niet altijd. Zo makkelijk laat de economie zich niet manipuleren. Al was het maar omdat de onvoorspelbare wereldeconomie de nationale plannen in de war kan schoppen.

Ook in de Verenigde Staten is de politieke economie actueel. George Bush, de vader van George W. Bush, miste zijn herverkiezing in 1992 omdat het publiek dacht dat de recessie van destijds nog niet achter de rug was. Een tactische fout van de oude Bush, waardoor zijn rivaal Clinton kon winnen met de veelzeggende slogan It's the economy, stupid!

Dat laat de jonge Bush zich niet overkomen. Alles heeft het Witte Huis uit de kast gehaald om de bedrijvigheid aan te jagen. En vooralsnog met succes. De economie, die werd beschouwd als Bush' zwakke plek, speelt vooralsnog maar een kleine rol in de opmaat tot de presidentsverkiezingen van 2 november.

Hoe zit dat in Nederland? Eerst het zuur, dan het zoet, zo verdedigde premier Balkenende de harde ingrepen in de economie en de begroting die zijn kabinet doorvoert. De economie groeit dit jaar met een magere 1,25 procent. Volgend jaar wordt dat volgens de miljoenennota 1,5 procent.

Dat is niet best. Maar daarna? Tegen de achtergrond van de algemene beschouwingen is het de moeite waard daar een slag naar te slaan.

Stel dat de economische groei geleidelijk aan, dus in de loop van 2005, terugkeert naar zijn potentieel van 2,25 procent, en er in 2006 inderdaad gemiddeld een groei is van 2,25 procent. Daarvoor zal er een kleine versnelling over die periode moeten optreden in de economische groei van kwartaal op kwartaal. Het opvallende is nu dat door basiseffecten (een vergelijking met een jaar geleden valt beter uit naarmate dat vorige jaar slechter was) en overloopeffecten (het opgetelde effect van een versnellende kwartaalgroei), er in de loop van 2006 buitengewoon goede groeicijfers beginnen uit te rollen.

Als er geen rare dingen gebeuren, mogen we aan het eind van 2006 een jaar-op-jaargroei van de economie verwachten van tegen de 3 procent. Fijn voor het kabinet. Na het zure 2004 en 2005 arriveert het zoet precies op tijd voor de verkiezingen van begin 2007.

    • Maarten Schinkel