`Alles behalve hit-muziek maken'

Jah Wobble begon met bas spelen in PiL, de band waarmee Johnny Rotten de Sex Pistols van zich afschudde. ,,Ik heb het the hard way geleerd.''

,,Ist das der Phil Collins?'' In de hotelbar vraagt een clubje Duitse toeristen zich af wie er geïnterviewd wordt aan de tafel bij het raam. De teleurstelling is groot als een van het ontdekt dat het de hen volstrekt onbekende Jah Wobble is, ,,uit de band van Johnny Rotten, vroeger''.

,,We wisten van meet af aan dat we met Public Image Limited (PiL) tot de underground zouden gaan behoren'', zegt Jah Wobble geamuseerd. ,,Deze maand wordt druk gedaan over 25 jaar London Calling van The Clash, terwijl onze Metal Box tegelijk verscheen en door iedereen lijkt te zijn vergeten. Behalve bij een kleine avantgarde: in New York wordt PiL nu weer veel genoemd als bron van inspiratie. The Clash waren popsterren met hitsingles. Wij wilden alles behalve toegankelijke muziek maken. Voor John (Lydon, Rottens ware naam-JV) was PiL een manier om de ophef rond de Sex Pistols van zich af te schudden. Hij wilde uit het zicht van de rioolpers blijven en op zijn muziek beoordeeld worden, die sterk leunde op dubreggae en op de Krautrock van Can.''

Zijn artiestennaam Jah Wobble dankt Londenaar John Wardle aan het feit dat hij van jongsaf gegrepen werd door de wiegende dubreggae uit Jamaica. ,,Ik was in de ban van de diepe bastonen in die muziek.'' Toen zijn vriend John Lydon hem na de chaotische opkomst en ondergang van de Sex Pistols vroeg om samen een band te beginnen, werd Wobble de bassist. ,,Toen ik de basgitaar van Sid Vicious leende, wist ik meteen waarom Sid nooit goed heeft leren spelen. Zelf had ik een goedkope plonk-gitaar, je moest bijna een bodybuilder zijn om er geluid uit te krijgen. Maar Sid had een peperdure Fender. Geen wonder dat hij dacht dat het allemaal vanzelf ging. Hij vond het niet nodig om te oefenen. Op oude live-tapes van de Sex Pistols hoor je hoe slecht hij speelde. Ik wil niet beweren dat ik zelf meteen een virtuoos was, maar ik heb het the hard way geleerd.''

Nadat hij het twee grensverleggende albums bij PiL had uitgehouden, stippelde Jah Wobble een carrière voor zichzelf uit van veelkleurige, multicultureel getinte muziek. Zijn groep Invaders Of The Heart muntte uit in `Islam-funk': Arabische trancemuziek met westerse elementen en altijd opgebouwd rond zijn diep zoemende, pulserende bas. Wobble werkte samen met Chinese harpistes, Oosteuropese diva's en coryfeeën uit de jazz- en popwereld als Pharaoh Sanders, Holger Czukay, Sinead O'Connor, Brian Eno en Natasha Atlas.

Al die fasen zijn vertegenwoordigd op de cd-box I Should Have Been A Contender, genoemd naar een uitspraak van Marlon Brando in de film On The Waterfront. Het uit drie thema-cd's bestaande verzamelalbum verschijnt op het beroemde reggae-label Trojan, iets dat Wobble met grote trots vervult. ,,Bijna alle platen die ik vroeger kocht, kwamen uit op het magische Trojan. Reggae en vooral dubreggae is intens spirituele muziek, die je niet kunt imiteren als je er het juiste gevoel niet bij hebt.''

,,Ik kom uit een intens treurige, postmoderne omgeving van grijze torenflats waar vervreemding en agressie heersen. De eerste keer dat ik de mysterieuze klank van Turkse en Marokkaanse volksmuziek hoorde, waande ik me al in een mythische wereld. Zoiets vind je ook in de ongrijpbare boventonen van de Oosteuropese diva's met wie ik gewerkt heb. Zij voegen een mystieke kwaliteit aan de muziek toe.''

Met zijn huidige English Roots Band staat Jah Wobble niet stil bij het verleden, maar exploreert hij nieuwe muzikale paden met folkzangeres Liz Carter en de Franse doedelzakspeler Jean-Pierre Rasle, die een middeleeuwse stijl hanteert. ,,Wat mij nu het meest interesseert is de interactie tussen oeroude volksmuziek en de trance die goede dub-effecten kunnen opwekken. Dat werkt het best bij een concert van twee à drie uur. Ik ga dub-wise de toekomst tegemoet.''

Jah Wobble: I Could Have Been A Contender (Trojan/PIAS). Concert 30 sept Paradiso, Amsterdam.