Voogdij aangeklaagd

Bij een moord staat de verdachte in de beklaagdenbank, en dat is niet de hulpverlener die de verdachte in behandeling heeft. Toch lijkt het alsof elke moord op een kind waarbij de ouders verdacht zijn, te voorkomen was geweest. Instanties plegen dan onderzoek en zinnen op nieuwe hulpverleningsmaatregelen. Dat gebeurt nu ook in de nasleep van de moord op een driejarig meisje waarvan de moeder en haar vriend worden verdacht. De verdachten stonden onder toezicht van een gezinsvoogd die, ondanks klachten van de buren over geweld binnen het gezin, de situatie in de hand dacht te hebben. Na zo'n moord is het gemakkelijk om vast te stellen dat de gezinsvoogd de situatie verkeerd had beoordeeld. Toch is het geen gemakkelijke keuze of opvoedingsbegeleiding moet worden voortgezet dan wel dat kinderen uit huis moeten worden geplaatst. Uit huis geplaatste kinderen beginnen vaak een zwerftocht langs de instanties die kan eindigen in de jeugdgevangenis, bij gebrek aan opvangmogelijkheden.

Mensen die hun kinderen niet kunnen opvoeden of geen huishouden kunnen voeren, zijn er altijd geweest. Ook moorden zullen zich blijven voordoen, hoe de hulpverlening ook is ingericht. Dat doet er niet aan af dat de jeugdzorg bureaucratisch is en over te veel instanties is verdeeld. Er is in Nederland nauwelijks forensisch onderzoek naar sporen van kindermishandeling, zoals gebroken ribben of andere aanwijsbare letsels. Gezinsvoogden besteden slechts 20 procent van hun tijd aan contacten met ouders en kinderen, de rest gaat op aan vergaderen en papierwerk.

De Wet op de jeugdzorg, die op 1 januari ingaat, brengt meer lijn in de verkokerde jeugdhulpverlening. Gezinsvoogdij, jeugdreclassering en advies- en meldpunt kindermishandeling worden ondergebracht bij de bureaus jeugdzorg. De cliënt moet meer greep krijgen op de jeugdzorg. Dat zijn lofwaardige doelstellingen van deze wet. Toch dreigt de verwezenlijking van dergelijke idealen verstrikt te raken in nieuwe bureaucratische rompslomp. Afdelingen moeten fuseren en er komen bij de jeugdzorg nieuwe kwaliteitssystemen, individuele zorgplannen en inhoudelijke protocollen. Het plan om de jeugdzorg zoveel mogelijk lokaal te laten werken, kan daaraan tegenwicht bieden. Hoe minder mensen per afdeling, des te minder er wordt vergaderd.

Maar een plan dat nog meer papierwerk met zich meebrengt, kan beter worden geschrapt. Hulpverleners kunnen niet elke moord of mishandeling voorkomen, maar ze moeten wel aan hun eigenlijke werk kunnen toekomen: zoveel mogelijk contacten met ouders en gezinnen. Moord op een kind wordt vaak voorafgegaan door mishandeling. Meldingen van kindermishandeling horen niet alleen thuis bij het overlegcircuit van hulpverleners maar ook bij justitie, die kan onderzoeken en vervolgen. Ouders die hen mishandelen, horen niet bij hun kinderen thuis.