Vensters op de Arabische wereld

Op het festival Cinéma Arabe zijn films te zien die krantenberichten en journaalitems tot leven wekken.

Na het Arab filmfestival in Rotterdam in juni is er nu Cinema Arabe. Festivalcoördinator Adel Salem, eerder verantwoordelijk voor programma's rondom Egyptische cinema en acteur Omar Sharif, schrijft in het programmaboekje dat er films vertoond worden `die de eenzijdige beeldvorming rond de Arabische wereld willen nuanceren'. Speciale aandacht gaat uit naar Arabische filmers die in Europa wonen en werken en naar het werk van vrouwelijke regisseurs.

Een van hen is de in Frankrijk levende Danielle Arbid die als speelfilmmaker debuteert met Maarek hob (In the Battlefields). Het is een van de drie door het festival geselecteerde films die zich afspelen in Libanon. In Maarek hob is de burgeroorlog in Beiroet slechts op de achtergrond aanwezig. Als de bominslagen dichtbij hun huis komen, vluchten de twaalfjarige Lina en haar familie, samen met de overige flatbewoners, even de schuilkelder in. Arbid concentreert zich op de psychologische oorlog tussen de gokverslaafde vader en de moeder die het beu is om altijd al het geld in een zwart gat te zien verdwijnen. Lina is bevriend met Siham, het dienstmeisje van haar tante die in hetzelfde flatgebouw woont. Sihams strijd is vooral een klassenstrijd: ze wil dolgraag de hooghartige tante die haar als voetveeg behandelt verlaten en op eigen benen staan. Door Lina's ogen zien we dat Siham op seksueel gebied lekker haar eigen gang gaat, wat haar tot hoer van de straat maakt. Arbids film is een scherp geobserveerd portret van een kleine gemeenschap waarvoor de kleine privé-oorlogjes belangrijker zijn dan de grote strijd in de straten van Beiroet. Als zelfs deze mensen al niet met elkaar kunnen leven, wie dan wel?

Zo zijn er nog andere films die meer (willen) zijn dan politiek pamflet. In het vlak voor de invasie van Irak gefilmde Zaman, the Man from the Reeds gaat de camera in twee scènes even omhoog om een groot portret van Saddam Hoessein te onthullen in de straten van Bagdad. In de overige shots zien we het prachtige moerasgebied rond de monding van de Eufraat en de Tigris, waar Zaman in een eenvoudig hutje woont. Hij snijdt riet, geeft een oorlogswees (van de Eerste Golfoorlog) onderdak en verzorgt zijn zieke vrouw. Om medicijnen voor haar te kopen, moet hij helemaal naar Bagdad. Zaman bekrachtigt het aloude idee van cinema als venster op de wereld.

Dat film ook uitstekend in staat is dorre krantenberichtjes en korte journaalitems tot leven te wekken, laat Egteyah (Invasion) zien. De documentaire wisselt het relaas van een Israëlische bestuurder van een graafmachine, die de huizen in het Palestijnse vluchtelingenkamp Jenin na een raketaanval nog meer moet verwoesten, af met de gevolgen van deze daden. De verwoesting is groot. De kleinste details zijn het gruwelijkst. Zo staat er met lippenstift in het Hebreeuws op een spiegel geschreven: `see you at the peace talks'. Meer nog dan de rokende puinhopen is het vermoedelijk dit soort cynisme dat uitlokt tot vergelding.

Cinéma Arabe. 1 t/m 10 okt. In: Amsterdam, Filmmuseum en De Balie ; Haags Filmhuis; Haarlem, Filmschuur. Inl. www.desphinx.nl