Rijk moet kleine scholen stimuleren

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) moet scholen met een eenmalige subsidie stimuleren weer kleiner te worden.

Dat staat in een advies van de Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van de minister, dat gisteren is verschenen.

Volgens de raad willen veel scholen kleiner worden, maar worden ze daarin belemmerd doordat ze te weinig geld hebben voor de huisvesting. Toch zijn leerlingen gebaat bij kleinere scholen, schrijft de raad. ,,Er is op kleinere scholen meer sociale controle en er is meer betrokkenheid van leraren en ouders.'' Bovendien is het aantrekkelijker voor leraren om op een kleine school te werken en nemen leerlingen gemakkelijker lesstof op.

Sinds het einde van de jaren tachtig heeft de overheid juist een schaalvergroting in het onderwijs gestimuleerd. Toenmalig minister Ritzen (PvdA) beloonde scholen die fusies aangingen. Volgens hem waren grote scholen efficiënter en konden ze zo professioneler bestuurd worden. Scholen die samengingen in grote scholengemeenschappen werden bovendien beloond, waardoor ook de schoolgrootte groeide. Tussen 1992 en 2000 groeide de gemiddelde grootte van middelbare scholen van 600 naar 1.360 leerlingen.

Minister Van der Hoeven zal naar verwachting morgen reageren op het voorstel van de Onderwijsraad. Dat er extra geld beschikbaar komt voor een schaalverkleiningsoperatie, wordt door betrokkenen klein geacht wegens de krapte in de Onderwijsbegroting.

Sinds 1997 gaat bovendien niet meer de Rijksoverheid, maar de gemeenten over de huisvesting van scholen. Toch is het volgens de raad dringend nodig dat het rijk zich meer gaat bemoeien met de huisvesting van scholen.

De Onderwijsraad vindt verder dat het lesprogramma in het vmbo aangepast moet worden. De zogeheten theoretische leerweg de voormalige mavo binnen het vmbo is volgens de raad te weinig op de praktijk gericht. In 1999 gingen het voorbereidend beroepsonderwijs en mavo samen in het vmbo. Voor leerlingen in het voormalige vbo werd het lesprogramma theoretischer, voor de mavo-leerlingen juist praktischer. Toch blijkt het onderwijs in deze theoretische leerweg vaak niet op de praktijk aan te sluiten, schrijft de raad. Ook zou de Onderwijsraad graag de invoering van een beroepsgericht vak in de bovenbouw van het havo en vwo zien, zodat leerlingen beter voorbereid worden op een baan.