Mede-grondlegger Bankrasmodel

Oud-volleybalinternational Pieter Jan Leeuwerink is maandag in zijn woonplaats Capelle aan den IJssel op 42-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van darmkanker.

Leeuwerink was een van de grondleggers van het Bankrasmodel, waarmee de periode eind jaren tachtig wordt aangeduid, toen de volleybalinternationals uit de competitie stapten. Die destijds revolutionaire stap wordt gezien als de basis voor de gouden olympische medaille, die de Nederlandse volleyballers bij de Spelen van 1996 in Atlanta hebben gewonnen.

Leeuwerink maakte toen al geen deel meer uit van de nationale ploeg. Hij behoorde tot de eerste generatie van het Bankrasmodel, die later werd overvleugeld door de jongere, talentrijkere garde onder aanvoering van Ron Zwerver. Leeuwerink speelde tussen zijn debuutwedstrijd (tegen Polen op 11 mei 1985) en zijn laatste interland (29 juni 1989 tegen Griekenland) in totaal 187 wedstrijden voor de nationale ploeg. In die periode maakte hij één keer de Spelen mee: die van Seoul in 1988, toen Nederland vijfde werd.

Via VC Wormer, waar Leeuwerink als veertienjarige met volleybal was begonnen, en Compaen uit Oostzaan stapte hij op zijn twintigste over naar eredivisieclub Martinus in Amstelveen, waar hij bijdroeg aan de internationale opmars van het Nederlandse volleybal. In ruil voor zijn komst vroeg en kreeg Leeuwerink van hoofdsponsor Brother een naaimachine voor zijn moeder.

Samen met Marco Brouwers, Bert Goedkoop en Ron Boudrie gaf hij de aanzet tot professionalisme bij Martinus. Nadat hij in 1986 bij het WK in Parijs de Verenigde Staten wereldkampioen had zien worden, gingen zijn ogen open. ,,Dat kunnen wij ook, omdat die Amerikanen een jaar geleden ook nog niet konden volleyballen'', zei hij. Het uitspreken van die ambitie was uitzonderlijk, omdat zo veel eerzucht indertijd niet paste in de tijdgeest van het Nederlandse volleybal.

Leeuwerink was bij zowel Martinus als het Nederlands team een gewaardeerde speler, maar geen uitblinker. Hij was het type powerhouse, oersterk met een verwoestend harde slagkracht, maar miste de brille en het balgevoel van Marco Brouwers of Ron Zwerver. Maar hij was wel degene die de sprongservice in Nederland introduceerde. Daarnaast was Leeuwerink tussen de tarlijke druktemakers van Martinus een rustige, bescheiden jongen. Na zijn tijd als speler werd hij trainer van VC Capelle en Rijnmond Volleybal.

Leeuwerink, drager van de zilveren bondsspeld van de NeVoBo, laat een vrouw en twee kinderen achter.