Kunstenaar Aat Veldhoen (84) bleef een leven lang recalcitrant

Aat Veldhoen (1934-2018), Kunstenaar

De zondag overleden schilder, tekenaar en graficus Aat Veldhoen provoceerde waar hij kon. Met zijn rotaprenten in hoge oplage wilde hij kunst betaalbaar maken.

Aat Veldhoen in 1983. Foto Vincent Mentzel

De Amsterdamse schilder, tekenaar en graficus Aat Veldhoen, die zondag op 84-jarige leeftijd aan een herseninfarct overleed, was een provo in de letterlijke zin van het woord. Hij provoceerde waar hij kon. In de jaren vijftig en zestig maakte hij prenten van onderwerpen die je in de kunst toen zelden zag: parende paren (onder wie de dichter Simon Vinkenoog en zijn echtgenote), slachtoffers van een ongeval, een naaktmodel met de bovenkant van een vrouw en de onderkant van een man, patiënten onder narcose op de operatietafel, zwangere en zelfs barende vrouwen. In 1975 veroorzaakte hij ophef met een spotprent waarin koningin Juliana seks heeft met premier Joop den Uyl en de Amsterdamse burgemeester Ivo Samkalden; op de achtergrond is onder meer prins Claus te zien, naakt op damesschoenen en een hakenkruis-armband na.

Aat Veldhoen, Paring, 1964. Rotaprent

In latere jaren haalde Veldhoen de (schandaal)pers door bij openingen van exposities verkleed als clown met vier blote vrouwen de straat op te gaan, publiekelijk een tableau vivant van halfnaakte danseressen te schilderen en een politieagent een palet met verf in het gezicht te drukken. Hij bleef zijn leven lang recalcitrant. „Op een van mijn laatste tentoonstellingen zijn er nog werken van me verwijderd!”, verkondigde hij drie jaar geleden trots in een interview met NRC.

Al te vaak leidden Veldhoens spraakmakende acties en uitspraken de aandacht af van zijn werk, dat althans in de jaren zestig tot de beste figuratieve kunst in Nederland behoorde. Tegelijk was het aan zijn anarchistische karakter te danken dat hij binnen die figuratieve traditie net wat meer ongewone, wilde dingen deed dan kunstenaars als Nicolaas Wijnberg, Metten Koornstra of Co Westerik.

Betaalbaar

In 1964 besloot hij dat zijn werk voor iedereen betaalbaar moest zijn en ging hij tekeningen maken op aluminium offsetplaten, waarvan de afdrukken werden verkocht vanuit een bakfiets op het Spui in Amsterdam. „Met offsetdruk maak je de lithografie van 1964”, beweerde hij destijds in het Rotterdams Parool. „Mijn methode heeft het tempo van deze tijd: in plaats van zoals vroeger tien exemplaren te maken, schakel je even de machine in en je hebt zúlke stapels.” „Rotaprint heet dat”, legde hij een journalist van de Wereldkroniek uit. „Moet je je eens even voorstellen wat voor consequenties zoiets zal hebben. [...] Als mijn plan lukt, kunnen duizenden mensen prenten kopen voor een rijksdaalder.” Maar juist omdat het plan lukte, lukte het uiteindelijk niet. Terwijl half Amsterdam voor 3 gulden (de uiteindelijke prijs) een echte Veldhoen verwierf, bleef alle andere kunst even duur. De officiële kunstwereld deed niet aan zijn rotaprentenplan mee. Een illusie armer hield hij omstreeks 1970 op met het maken van grafiek om zich volledig aan de schilderkunst te wijden.

Rotaprenten van Aat Veldhoen in het Rijksmuseum, 13 november 2014

Foto Gijsbert van der Wal

Tegenwoordig worden uitgerekend Veldhoens vroege etsen en rotaprenten het hoogst gewaardeerd. Museum Het Rembrandthuis verwierf alle 384 prenten die hij tussen 1956 en 1967 maakte en wijdde er in 2001 een tentoonstelling aan. In 2014 hing een ruime keuze uit de rotaprenten op de afdeling twintigste eeuw van het Rijksmuseum, zowel vanwege hun artistieke kwaliteit als vanwege het tijdsbeeld dat erin was vastgelegd. De prenten verhalen van provo en seksuele revolutie en ze tonen een dwarsdoorsnede van de hoofdstedelijke bevolking in de jaren zestig, zonder onderscheid des persoons: wit en zwart, ethersnuiver en rechter, motoragent, kunsthistoricus, transseksueel en groentenvrouw. Een bonte portrettengalerij.

Aat Veldhoen, Portret van Bart Huges, 1965. Rotaprent, 42 x 31,5 cm

In een portret van de medicijnenstudent Bart Huges, die in 1965 met een tandartsboor een gaatje in zijn voorhoofd maakte in de hoop daarmee zijn geest te verruimen, trekt eerst de muts van wit verband om zijn hoofd de aandacht. Maar meteen daarna valt op hoe gekund het gezicht daaronder getekend is, met arceringen in allerlei gradaties grijs, hoe lekker het bovenlijf in het donkere colbertje zit (met de scheve stropdas als leuk detail) en hoe virtuoos de gekruiste onderarmen en handen zijn weergegeven. Aat Veldhoen wist nieuwe tijden te verslaan in een traditioneel tekenkunstig idioom. Hij tekende de sixties in een stijl van alle tijden.

    • Gijsbert van der Wal