Kroes mag beginnen

De Nederlandse kandidaat-eurocommissaris voor het concurrentiebeleid, Neelie Kroes, mag van een ruime meerderheid in het Europees Parlement aan de slag. De oud-minister en VVD-politica werd gisteren tijdens een hoorzitting in Brussel ondervraagd (`gegrild' zoals sommige media het vandaag noemen) over haar bijbanen in het verleden en wat die betekenen voor de uitoefening van haar toekomstige werk als commissaris Mededinging, een gevoelige en belangrijke functie – een van de belangrijkste banen in het EU-bestuur. Ten overstaan van de parlementariërs moest duidelijk worden of de beoogde commissaris `in het algemeen belang' van de Unie haar werk kan verrichten. Statutair is ze daartoe verplicht. Krachtens het aloude EG-Verdrag dient ze haar ambt ook nog eens `volkomen onafhankelijk' uit te oefenen.

Over Kroes' onafhankelijkheid bestonden twijfels. Bij sommigen bestaan die nog steeds, maar haar optreden voor het parlement gisteren was overtuigend genoeg om haar het voordeel van de twijfel te gunnen. En meer dan dat: nieuwe feiten daargelaten is er op basis van haar vele – inmiddels opgezegde – bestuursbanen geen reden om te veronderstellen dat ze haar werk niet onafhankelijk en in het algemeen belang van de Unie zal kunnen verrichten. In haar lange verleden in de politiek en het bedrijfsleven, en op de terreinen waar die twee elkaar ontmoeten, bekleedde Kroes tal van functies. Ze was commissaris en bestuurder, directeur en adviseur; ze had officieel 43 banen in de zakelijke en non-profitsector en officieus waarschijnlijk meer. Ze zou daarmee de `gevangene van haar netwerk' zijn, aldus een kritische europarlementariër.

Haar grote ervaring in het bedrijfsleven was, samen met haar sekse, nu net de reden waarom ze is voorgedragen. Aan dat eerste zijn risico's verbonden, en terecht zijn er kritische vragen gesteld of Kroes als oud-commissaris van bedrijf X wel een oordeel mag hebben als voornoemde onderneming in het kader van de mededinging in Brussel moet voorkomen. Ook Kroes' oordeel over concurrent Y zou de schijn van belangenverstrengeling kunnen wekken. Met het oog daarop heeft ze commissievoorzitter Barroso toezeggingen gedaan. Ze zal onderwerpen uit haar portefeuille overdragen als sprake mocht zijn of lijken van persoonlijke belangenverstrengeling. Ze begint aldus met een ogenschijnlijke handicap. De praktijk moet uitwijzen of dit `verschoningsrecht' (zoals ze het zelf noemde) een dusdanig grote hindernis is dat ze haar werk als eurocommissaris niet goed kan doen. Haar oude functies kunnen haar zeker een keer in de weg gaan zitten. Ze kan dus een probleem krijgen; in die zin is een waarschuwing gepast.

Een van de kernvragen in deze zaak luidt: zijn kopstukken uit het bedrijfsleven die ook bekend zijn met het politieke handwerk, te betrekken bij het openbaar bestuur? Het antwoord moet bevestigend luiden. Vooraf dient er een adequate screening te zijn en moeten er heldere afspraken worden gemaakt. Dat is onderdeel van een zinnige veiligheidsprocedure die kan voorkomen dat achteraf de conclusie luidt dat er toch wel veel onvoorziene voetangels en klemmen waren. Kroes' voordracht stond in Nederland aanvankelijk te veel in het teken van de euforie over de zwaarte van de post, haar vrouw-zijn en haar vele capaciteiten. Dat het zo is gelopen, valt haar moeilijk te verwijten. De les is dat de pijn aan het begin moet worden geleden: alle potentiële risico's en onaangename draaiboeken meteen op tafel. Dat is een vorm van realisme die tegemoetkomt aan de in de Unie zo gewenste `transparantie'.