Invloed Statenbijbel op ABN was beperkt

De Statenbijbel heeft minder invloed op het ontstaan van het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) gehad dan tot nu toe algemeen werd aangenomen. En ook de rol die de Vlamingen speelden bij de ontwikkeling van het ABN, blijkt niet groot te zijn. In feite heeft het Duits bij de standaardisering van het Nederlands een grotere rol gespeeld dan het Vlaams. Tot deze conclusies komt de taalkundige Nicoline van der Sijs in het boek Taal als mensenwerk. Het ontstaan van het ABN, dat vandaag verschijnt.

Het ABN is ontstaan in de Renaissance, vooral vanaf het einde van zestiende eeuw. Na de Val van Antwerpen in 1585 verschoof het economische, politieke en culturele centrum naar het noorden. De intellectuele elite in de provincie Holland spande zich toen in om de schrijftaal te standaardiseren. Volgens Van der Sijs heeft het ABN vooral vorm gekregen in Amsterdam, Haarlem en Leiden. Vanaf omstreeks 1620 vergaderden schrijvers als Hooft en Vondel en verschillende grammatici over de regels waaraan de nieuwe standaardtaal moest voldoen.

Tot nu toe nam men aan dat de Statenvertaling een beslissende invloed had op het ontstaan van het ABN. Volgens Van der Sijs is dit een mythe. ,,De Statenbijbel verscheen pas in 1637. Toen bestonden er al decennialang spellinggidsen, grammatica's en woordenboeken van de standaardtaal. Daar maakten de Statenbijbelvertalers dankbaar gebruik van. Je mag de Statenbijbel dus niet als de bron voor de beregeling van het ABN aanwijzen. Wel zijn er veel woorden en uitdrukkingen uit de Statenvertaling in de standaardtaal terecht gekomen.''

Ook de grote Vlaamse invloed op het ABN berust volgens Van der Sijs op een mythe. Volgens haar is dit beeld pas in de negentiende eeuw ontstaan. België had zich in 1830 losgemaakt van Nederland, maar de Vlamingen kozen later het Nederlands als standaardtaal. Om die keuze politiek te verkopen, ontstond het verhaal dat het Vlaams in vroeger eeuwen veel invloed op het standaard Nederlands had gehad.

In feite was de invloed van het Duits veel groter. In Nederland woonden en werkten in de tijd dat het ABN vorm kreeg, veel Duitsers. Bij de taalmeesters stonden Duitse grammatica's en woordenboeken bovendien in hoog aanzien. Dit had soms vreemde gevolgen. Geïnspireerd door het Duits (en het Latijn) vonden de makers van het ABN dat in een echte taal de zelfstandige naamwoorden drie geslachten moesten hebben. Dit kwam indertijd niet overeen met het taalgevoel in de Noordelijke Nederlanden. Bij de toewijzing van het geslacht van een woord kon willekeur een grote rol spelen. Zo kregen woorden die `kracht en macht uitstraalden' het mannelijk geslacht.