Hof betwijfelt bod Vodafone

De ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof betwijfelt of de prijs die het Britse telecombedrijf Vodafone wil betalen voor Vodafone Libertel (voorheen Libertel) correct is. Het hof stelt drie onafhankelijke onderzoekers in om de waarde van een aandeel Vodafone Libertel te bepalen.

Het Britse Vodafone, het grootste mobiele telecombedrijf ter wereld, bood vorig jaar 11 euro voor ieder aandeel Libertel dat het moederbedrijf nog niet in bezit had. In maart vorig jaar meldden al meer dan 95 procent van de Libertel-aandeelhouders hun stukken aan, waardoor de Britse moeder Libertel van de beurs kon halen. De resterende stukken wilde Vodafone via een procedure bij de ondernemingskamer bemachtigen. De Nederlandse wet biedt de mogelijkheid om via zo'n `uitrookprocedure' minderheidsaandeelhouders te dwingen hun aandelen te verkopen.

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) heeft zich echter verzet tegen de prijs van 11 euro. De VEB eist 21 euro per aandeel. Volgens de ondernemingskamer, die op 23 september uitspraak deed, dienen ,,deskundigen uit te gaan van de waarde van de aandelen per een zo recent mogelijke, voor de hand liggende datum''. Volgens de VEB rechtvaardigen recente ontwikkelingen inmiddels een bod dat ,,aanzienlijk hoger'' is dan de eerder geëiste 21 euro.