Bananen worden duur betaald

Waar de vredesmachten van de Verenigde Naties ook komen, overal verstoren ze de lokale economie. De plaatselijke bevolking is de dupe.

Na achtentwintig uur vliegen landt Sanjah, luitenant in het Nepalese leger, op de luchthaven van de Burundese hoofdstad Bujumbura. Hij heeft geen idee in welk land hij is, Afrika kent hij slechts uit de lessen aardrijkskunde. Vol goede moed en met een lichte jetlag begint hij als logistiek manager van de vredesmacht van de Verenigde Naties.

De opbouw van de missie (ONUB) in het door oorlog verwoeste Burundi is in volle gang. Vijfduizend blauwhelmen arriveerden in de afgelopen maanden. Ze komen de vrede bewaken, de bevolking beschermen, de verkiezingen in goede banen leiden. 's Avonds, onder een tropische sterrenhemel in de tuin van hotel Le Doyen informeert Sanjah: ,,Wat is hier in Burundi eigenlijk aan de hand?''

Dat is een lang verhaal dus is Sanjah al snel meer geïnteresseerd in de vraag hoe hij zo snel mogelijk aan een appartement komt. Als VN-officier heeft hij daar recht op. Vóórdat de VN-macht in Bujumbura neerstreek, was het makkelijk geweest om Sanjah snel en goedkoop aan een riant onderkomen te helpen. Maar die tijd is voorbij. Juist de aanwezigheid van de duizenden VN-militairen heeft de Burundese huizenmarkt op hol gejaagd. Waar in het verleden maximaal 200 dollar per maand werd gevraagd voor een woning in één van de duurste wijken van de hoofdstad, is de prijs binnen twee maanden gestegen naar 900 dollar voor een simpel driekamerflatje.

,,VN-militairen betalen toch wel, zonder onderhandelen, zonder vragen'', zegt Pascasie Kana, de Burundese directrice van een koepelorganisatie van lokale vrouwengroepen. Burundi is geen uitzondering. Waar vredesmachten van de Verenigde Naties in arme landen gestationeerd worden, verstoren hun dollars de lokale economie. Dat geldt voor ONUB in Burundi, MONUC II in Congo, UNAMSIL in Sierra Leone, UNOCI in Ivoorkust, UNMIL in Liberia, UNMISET in Oost-Timor, MINUSTAH in Haïti. Er zijn zestien vredesmachten actief met ruim 65.000 soldaten en een totaalbudget van 2,8 miljard dollar.

Het is vooral de plaatselijke bevolking die last heeft van de marktverstoring. ,,Het gemiddeld inkomen van een Burundees is nog geen dollar per dag'', zegt directrice Pascasie. En prijsverhogingen beperken zich niet tot de woningmarkt. Toen de VN-militairen tien jaar geleden in buurland Rwanda ná de genocide terugkeerden, troffen ze een verwoeste economie aan. Ze waren genoodzaakt alles te importeren, óók diesel voor hun omvangrijke wagenpark. Daardoor steeg de lokale prijs van brandstof met honderd procent. Met dramatische gevolgen voor de totale economie.

,,Noodzakelijke levensmiddelen zoals bakbananen werden binnen enkele weken vijf keer zo duur'', herinnert Léon Gakuba zich, die indertijd als chauffeur voor de VN in Rwanda werkte. ,,Aardappelen waren alleen nog te betalen voor de rijken, terwijl dat eigenlijk het voedsel van de armen is.'' In Rwanda bleef de economie lang ná het vertrek van de Verenigde Naties nog verstoord. Vooral de brandstof blijft op een hoog niveau hangen, wat in dit land zonder zee dramatische gevolgen heeft voor de prijzen van alle producten.

In Burundi is het momenteel vooral in Bujumbura waar de invasie van blauwhelmen en dollars tot in de kieren van de economie voelbaar is. De koers van de Burundese francs op de zwarte geldmarkt daalt, dus Burundezen die hier zonder uitzondering hun geld wisselen, krijgen minder dollars voor hun geld. Terwijl de prijzen door de komst van de vredesmacht met tien tot meer dan honderd procent zijn gestegen: van taxiritten, levensmiddelen op de markt, stoffen, matrassen, kleding, bronwater, schoenen.

Directrice Pascasie ergert zich daar ontzettend aan. ,,Ik vind al die spiksplinternieuwe vierwielaangedreven VN-auto's in de stad onsmakelijk'', zegt ze. ,,Datzelfde geldt voor diegenen die profiteren van de VN. Het zijn zonder uitzondering de echtgenotes, zussen, broers en nichten van onze Burundese ministers en militairen die daar in dienst worden genomen. Tegen westerse salarissen van 4.000 dollar per maand.''

Zelfs een chauffeur verdient bij de VN nog ruim 250 dollar per maand, het vijfvoudige van wat hij als lokale taxichauffeur kan verdienen. ,,De beste Burundese krachten, of het nu bewakers of beleidsmensen zijn, verruilen hier de overheid, de belangenorganisaties en zelfs de internationale hulporganisaties, voor een beter betaalde baan bij de VN'', zegt Pascasie.

Bij de Verenigde Naties zijn ze zich van deze problemen terdege bewust. ,,Het is onmiskenbaar dat de aanwezigheid van de VN op korte termijn leidt tot verstoring van de lokale economie'', zegt woordvoerster Isabelle Abric van de vredesmissie in Burundi. ,,Dat kunnen we ook niet voorkomen, omdat ons personeel voor een groot deel wordt uitbetaald en verzorgd naar internationale maatstaven.'' ,,Maar'', zegt Abric die al vijftien jaar voor de VN in vergelijkbare situaties werkt, ,,we zijn hier om een bijdrage te leveren aan stabiliteit en veiligheid. Dat moet op de langere termijn leiden tot een verbeterde economische en humanitaire situatie voor de lokale bevolking.''

Ook binnen de VN-vredesmacht zelf bestaan grote verschillen. De westerse salarissen gelden alleen voor het hoofdkantoor, met de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal en haar staf. De rest van het VN-personeel moet het doen met het salaris dat ze van thuis kennen.

Van de vergoeding van zo'n duizend dollar per maand die de VN aan de regeringen van de deelnemende landen betalen, ziet de Nepalese luitenant Sanjah maar 12 procent op zijn loonstrookje terug: 120 dollar per maand. Daar kan hij zijn appartement á raison van 900 dollar per maand niet van betalen. Maar dat doet de VN voor hem. Hij is met zijn woonruimte niet zo gelukkig. Te veel lawaai op de straat. Sinds de komst van de vredesmacht is het in het centrum van Bujumbura een stuk drukker geworden.

    • Jeroen Corduwener