Trilvrij kijken naar sterren

Trillende handen maken het kijken door een sterk vergrotende verrekijker geen genoegen. Stabilisatiekijkers dempen de lichaamstrillingen.

Een van de bezwaren van het menselijk lichaam is dat het trilt. In het dagelijks leven komen we daar vaak mee weg, maar bij sollicitatiegesprekken of het opzetten van een elpee wordt het manco al merkbaar, en helemaal bij het kijken door een verrekijker. Richt een gewone veldkijker 's nachts op een ster wat je ziet lijkt een bal in een flipperkast, want iedere lichaamsbeweging wordt uitvergroot. In 1921 bedacht een ingenieur van het Duitse optische bedrijf Carl Zeiss Jena een list: laat die lichaamstrillingen electromagnetische inductiestroompjes opwekken, die up hun beurt een cardanisch opgehangen prisma in de kijker van tegengestelde bewegingen voorzien. Er wordt dus met magneetkracht aan een metalen onderdeel van het prisma getrokken, op zo'n manier dat de lichaamstrillingen uit het beeld worden gefilterd. Een pendelgewicht onder het prisma geeft de correcties een vloeiend verloop. Tot 1986 lag het op papier uitgewerkte idee in een la, tot ze bij Zeiss bedachten dat er wel eens vraag zou kunnen bestaan naar zulke kijkers. Die was er: tot jaren na de introductie van de Zeiss 20X60S in 1992 kwamen gegadigden eerst op een wachtlijst – en dat voor een kijker van bijna 10.000 gulden, nu 4.700 euro.

De 20-voudige vergroting van de 1,6 kilo zware 20X60S zorgt voor een bijna onleesbaar beeld – tot je de knop indrukt waarmee de cardanische ophanging wordt ontgrendeld. Op een rijdende trein, twee kilometer verder, is precies te lezen waar de eerste en waar de tweede klas zit. De oogpupil van een reiger op 120 meter komt scherp in beeld. Een vliegtuig staat bijna vast in het ronde blikveld. In combinatie met de sublieme Zeiss optiek en de grote lensopening van 60 mm, is een visuele vijfsterrensensatie het resultaat. De trillingen worden niet helemaal geëlimineerd, ze worden gedempt. Je ziet een slow motion versie van je lichaamsbewegingen. De knop voor het ontgrendelen van de ophanging moet blijvend worden ingedrukt. Zeiss wilde daardoor uitsluiten dat de kijker in de achterbak van een rijdende terreinwagen urenlang alle trillingen lag te corrigeren en dus nodeloos zou slijten.

Er bestaan ook veel goedkopere gestabiliseerde kijkers. Canon heeft er al een voor een paarhonderd euro, de meeste zitten net boven de 1.000. De techniek is in alle gevallen anders dan bij de Zeiss, nog altijd de enige gestabiliseerde kijker waar geen batterijen in hoeven. In het binnenwerk van de Russische Peleng 12X40 (omstreeks 1.500 euro, 2200 gram) zorgt een vliegwiel voor de trillingsdemping. De concurrentie (Canon, Nikon, Fujinon) werkt met sensoren die de trillingen gewoon meten, motortjes die het prisma in het binnenwerk aansturen, en een microprocessor die uitrekent wanneer, hoeveel en in welke richting. In deze digitale tijden blijkt dat toch de simpelste oplossing.

De Fujinon Technostabi 12X32 (999 euro en 1,07 kilo) levert ook een mooi beeld, al mag je voor die prijs niet dezelfde brille verwachten als van Zeiss lenzen, zeker niet aan de randen. De waargenomen trillingen lijken minder dan bij de Zeiss, maar dat is schijn, het komt door de geringere vergroting. Als enige heeft de Nikon StabilEyes 7457 14X40 (plm. 1000 euro, 1,3 kilo) twee overlappende stabilisatiesystemen - vergelijk het met een cardanisch kompas, gemonteerd in een tweede cardanische ophanging, maar dan softwarematig aangestuurd. Als je stil staat zet je maar een stabilisatie in werking, maar hangend uit de deur van een helikopter of vanaf een rijdend paard ga je naar on board voor een rustige inspectie van de vijand, drenkeling, richtingaanwijzer of zeldzame specht.

De Zeiss heeft en lensopening van 60 millimeter, maar de concurrentie blijft steken bij 40, hooguit 50 millimeter. Grotere lenzen zijn duurder, zeker als ze goed moeten zijn, en ze eisen een navenant omvangrijker binnenwerk, inclusief de onderdelen die motorisch aangestuurd worden. Wat uiteindelijk telt voor de lichtsterkte is niet de lensopening, maar de `uittredingspupil` (lensopening in millimeters gedeeld door de vergroting) of het `schemeringsgetal` (de wortel uit het product van de vergrotingsfactor en de lensopening). Het zijn twee verschillende manieren om ongeveer hetzelfde te meten: hoeveel zie je nog bij weinig licht.

In de tropen is dat van veel minder belang dan in onze streken, relatief dicht bij één van de polen, waar de schemering lang duurt. Het probleem waar de meeste fabrikanten mee zitten is dat de sterke vergrotingsfactor die nodig is om het stabilisatiemechanisme te rechtvaardigen, vraagt om grote, dure lenzen om nog een behoorlijke lichtsterkte te krijgen. En daardoor zouden hun stabilisatiekijkers te duur worden voor de trillende man in de straat.

Websites: www.technolyt.nl nikon.topica.ne.jp/bi–e/ products/stabil.htm

www.canon.com