`Totale oorlog' bedreigt Nigeria

Een confrontatie tussen leger en milities in het olierijke zuiden van Nigeria bedreigt de eenheid van het land. Ze is een uitvloeisel van een politiek stelsel dat op roof is gebaseerd.

Zijn aanhangers zien hem als een Nigeriaanse Robin Hood die olie pikt van de rijke energieconcerns om op te komen voor de arme sloebers in de olierijke Niger Delta. De regering schildert hem af als een ordinaire oliedief die de noodzakelijke ontwikkeling van de regio ondermijnt. Zelf noemt hij zich bij voorkeur vrijheidsstrijder, met als grote voorbeelden Nelson Mandela en Osama bin Laden. Gisteren heeft de 40-jarige leider van de Niger Delta People's Volunteer Force (NDPVF), Mujahid Dokubo-Asari, de Nigeriaanse staat officieel de ,,totale oorlog'' verklaard.

Die aankondiging belooft niet veel goeds voor de bevolking in het oosten van de Niger Delta rond de stad Port Harcourt die sinds augustus toch al hevig te lijden heeft gehad onder gevechten tussen milities en leger. Volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International zijn daarbij al zeker 500 doden gevallen. Ze vormt ook een gevaar voor de olieconcerns die actief zijn in het uitgestrekte moerasgebied, met Shell Petroleum Development Company (SPDC) als 's lands grootste producent voorop. In het ongunstigste geval bedreigt ze de stabiliteit en eenheid van het land.

Sinds de onafhankelijkheid van Nigeria op 1 oktober 1960 hebben verzetsbewegingen in het zuiden geijverd voor autonomie van de Niger Delta. Al die tijd hebben ze gestreden tegen de achterstelling van het gebied dat met zijn olie-opbrengst voor negentig procent van de exportinkomsten zorgde. Maar zolang de militairen in Nigeria aan het bewind waren, kregen ze geen poot aan de grond. Elk verzet werd met grof geweld de kop ingedrukt.

Vijf jaar geleden kwam voor het eerst in bijna dertig jaar weer een burgerpresident aan de macht en sindsdien is de geest uit de fles. Dat geldt niet alleen voor de Niger Delta. Overal in het land laaiden de conflicten op waarbij sinds 1999 zeker vijftienduizend doden zijn gevallen. Vaak leken die gevechten een etnische of religieuze achtergrond te hebben, maar in de meeste gevallen ging het om economische belangen en werden de religieuze en etnische tegenstellingen door landelijke en lokale politici handig bespeeld.

In zijn boek Towards a just and democratic society beschrijft de politicoloog George Kwanashie Nigeria als een geprivatiseerde natie waar politiek uitsluitend gericht is op het verwerven van een groter aandeel in de olie-opbrengst. Tijdens het militair bewind leidde dit politieke roofsysteem tot twee vermoorde presidenten, zes geslaagde staatsgrepen en vier mislukte coups. In het democratisch tijdperk dreigt dit stelsel te leiden tot chaos en anarchie.

Politiek is in Nigeria nog steeds de enige zekere manier om rijk te worden. En om te slagen in de politiek moet je beschikken over geld. Dat betekent dat politieke functies in handen komen van hen die zich al eerder dankzij het corrupte politieke stelsel hebben verrijkt of van degenen die bereid zijn als zetbaas te fungeren voor zo'n rijke Godfather. De grote onderlinge concurrentie in de geprivatiseerde staat heeft de afgelopen jaren tot een golf van politiek geweld geleid, met een reeks van invloedrijke politici die om het leven werden gebracht.

Bij de verkiezingen vorig jaar hebben veel nationale en regionale politici gebruikgemaakt van milities om de oppositie uit te schakelen en de kiezers te intimideren. In de Niger Delta gebeurde dat op buitengewoon grote schaal. Milities werden aangemoedigd hun activiteiten zelf te financieren via oliediefstal. Shell zag de olieroof vorig jaar dramatisch groeien tot tien procent van de productie: 100.000 vaten op een dagproductie van bijna een miljoen vaten per dag.

De leiders van de milities gebruikten een aanzienlijk deel van de opbrengst om wapens te kopen. Daardoor zijn veel van de bendes inmiddels beter bewapend dan het leger. Ook beschikken ze over snellere boten. Na de verkiezingen zijn sommige krijgsheren verdergegaan voor eigen rekening. Ze onderhouden nauwe contacten met politici, wat hun een zekere mate van bescherming biedt. Bendeleden die door de politie worden opgepakt, worden nooit veroordeeld.

Milities maakten al langer de dienst uit in het westen van de Niger Delta bij de oliestad Warri. In de loop van dit jaar breidden ze hun territorium verder uit in het oosten, bij Port Harcourt, tot voor kort een oase van rust. De gevechten in de regio zijn deels botsingen tussen concurrende milities, deels confrontaties tussen milities en het leger. Het is een strijd om gestolen olie en om politieke macht.

Om geld en macht is het ook de `Robin Hood' van de Niger Delta te doen, zeggen politieke analisten in Port Harcourt. Mujahid Dokubo-Asari probeert een front van milities te vormen tegen het leger. Als begindatum voor die strijd heeft hij doelbewust 1 oktober gekozen, de dag dat Nigeria 44 jaar geleden onafhankelijk werd. Zijn oorlogsverklaring raakt aan het fundament van een toch al zwakke staat. Ook al is de kans niet erg groot dat het in de Niger Delta tot een brede alliantie komt tegen de regering van president Olusegun Obasanjo. Daarvoor zijn de milities te verdeeld. Dokubo-Asari zelf beschikt over niet meer dan 2.000 man.

    • Dick Wittenberg