Hype rond André Hazes typerend voor onze tijd 1

Terecht besteedt Bart Top in een artikel op de Opiniepagina (27 september) aandacht aan het fenomeen André Hazes. Maar met een aantal uitspraken van Top over de teksten van Hazes ben ik het niet eens. Je moet Hazes teksten niet lezend beoordelen, maar luisterend, en dat in een passende omgeving als een café, een feestzaal, een stadion of de Albert Cuypmarkt. Daar zijn ze adequaat, daar kunnen ze meeslepend zijn. Dat Hazes een rijmwoordenboek gebruikte, is geen argument; het doet er niets toe op welke manier een liedjesschrijver zijn resultaat bereikt. De componist Hanns Eisler componeerde aangrijpende liederen op krantenknipsels en Jacques Brel zong de verbuiging van een woord uit de Latijnse grammatica.

,,De zanger was al lang aan het wegglijden en kon conditioneel niet meer dan vier nummers achter elkaar aan. Een probleem dat werd opgelost door het in Heinekenbier gedrenkte publiek zelf de teksten te laten meegalmen.''

Er zijn beroemde zangers geweest die aan het eind van hun leven nog minder nummers achter elkaar aankonden en die toch door hun publiek op handen werden gedragen. Hazes publiek galmde niet mee in een ongearticuleerd dronkemansgelal, maar zong mee uit volle borst, met grondige kennis van tekst en melodie, en deed dat al helemaal niet om gezondheidsproblemen van de zanger te compenseren.

,,Door zijn entourage is hij tot de laatste druppel uitgeperst, niet gericht op artistieke bloei, maar op commerciële exploitatie.'' De film `Zij gelooft in mij' bevestigt dat beeld niet; de kijker krijgt juist de indruk dat de zanger, zijn impresario en zijn assistenten op één lijn zaten. ,,De hang naar eigenheid `Nederlandsheid' is groot, ook steeds meer onder intellectuelen en de culturele elite. Kosmopolitisme is onmenselijk en vermoeiend. Dankbaar omarmen we de man wiens wereld niet verder reikte dan de Gerard Doustraat en Vinkeveen. [...] Nee, André is nooit de Pijp uitgegaan.''

Zo zong de grote artiest Ede Staal altijd weer over Groningen en de grote artieste La Esterella altijd weer over Antwerpen. Ik kan me geen liedjeszanger voorstellen die niet uitgaat van zijn eigen taal en zijn eigen milieu. Dat heeft met bekrompenheid niets te maken. Juist door de sterk lokale kleur van hun kunst kan publiek van elders ervan genieten. Wat Top presenteert als flauwe grap: dat André nooit de Pijp is uitgegaan, is een gelukkige omstandigheid. Op zijn beperkte terrein was Hazes groot.

    • Kees van Hage