Geen gelegenheid, geen vertrouwen

Ajax speelt vanavond tegen Bayern München de tweede Champions-Leaguewedstrijd van dit seizoen. Daniël de Ridder, door velen beschouwd als een begenadigd talent, moet de aftrap vanaf de zijlijn aanschouwen.

De voormalige bondscoach Dick Advocaat noemde hem de mogelijke toekomstige rechtsbuiten van het Nederlands elftal. Foppe de Haan, de huidige coach van Jong Oranje, stelde hem onlangs op als rechtsbuiten in het duel met Tsjechië. Alleen zijn eigen trainer Ronald Koeman heeft onvoldoende vertrouwen in de kwaliteiten van Daniël de Ridder (20). Waaruit blijkt dat niet alle talenten uit de eigen kweekvijver op jeugdige leeftijd een kans krijgen bij Ajax. Terwijl rechtsbuitens toch zo schaars zijn in Nederland.

De jonge Amsterdammer is in de Arena in de verdrukking geraakt. Nu Ajax de Argentijnse international Mauro Rosales heeft ingelijfd, zijn de kansen voor De Ridder om door te breken op zijn geliefde rechtsbuitenpositie miniem geworden. Hij weet immers ook nog de Belg Tom de Mul voor zich, in wie de technische staf het wél ziet zitten. De Ridder moet zich maar richten op de positie van rechtshalf, vindt Koeman. Maar de mogelijkheden om op die plek een vaste waarde voor het elftal te worden lijken helemáál beperkt. ,,Voor je Galásek en Pienaar uit het team speelt, moet je meer gelegenheid krijgen om je waar te maken en het volle vertrouwen hebben. Beide is niet het geval'', constateert De Ridder tot zijn leedwezen.

Hij verkeert zichtbaar in een mineurstemming, zo kort voor de belangrijke Champions-Leagueconfrontatie met Bayern München. Af en toe mag de sierlijke voetballer eens tien minuutjes invallen op een plek in het elftal waar hij zich niet thuis voelt. En verder resteert een optreden in Jong Ajax. Hij voelt zich miskend en vindt dat hij te weinig kansen heeft gekregen om zijn kwaliteiten te etaleren. ,,Ik heb laten zien dat ik rijp genoeg ben voor het hoogste niveau. Dat ik een goede voetballer kan worden. Maar zoals het nu gaat, worden mijn capaciteiten niet volledig benut. Ik ben in een hele moeilijke en rare situatie terechtgekomen. Regelmatig ontvang ik signalen van mensen die er ook niets van snappen. Dat geeft me wel een steuntje in de rug.''

Koeman vindt dat De Ridder pure snelheid en diepgang mist voor een rechtsbuiten. ,,Ik ben inderdaad minder snel dan De Mul'', bekent De Ridder. ,,Maar gaat het dan alleen om snelheid op die plek? Combinerend vermogen en techniek zijn toch ook belangrijk voor een aanvaller?''

In de winterstop volgt een evaluatie. Dan zal er meer duidelijkheid komen over zijn toekomst. Maar de kans dat die niet bij Ajax ligt is momenteel levensgroot. ,,Dat mijn ontwikkeling als voetballer stagneert is het laatste dat ik wil'', meent De Ridder. ,,Laat duidelijk zijn dat mijn ambitie bij Ajax ligt. Maar als de concurrentie voor mij steeds meer toeneemt en ik krijg geen kans mij hier te ontplooien, dan is het beter dat ik naar een andere club vertrek. Het liefst word ik dan verkocht en niet verhuurd. Dan kan ik een nieuwe start maken. Ik wil niet het risico lopen dat ik pas over vier jaar weer een keertje mag terugkeren. Ik speel nu tien jaar voor Ajax. Het moet toch een keer duidelijk zijn of ze het in me zien zitten. Zo niet, dan wil ik niet aan het lijntje worden gehouden. Dan ga ik op zoek naar een andere club in Nederland of misschien wel het buitenland.''

De zelfbewuste, maar wat ongeduldige voetballer zegt te streven naar ,,het hoogst haalbare''. En dat is voor hem de absolute top. ,,Mijn ontwikkeling als voetballer staat dan ook voor mij momenteel primair.'' De Ridder trekt binnen de selectie van Ajax vooral op met Anastasiou en Escudé. Reeds voor zijn loopbaan goed en wel is begonnen,heeft hij het voetbalwereldje leren kennen als ,,keihard.'' De Ridder: ,,Je kunt het in geen enkel opzicht vergelijken met andere delen van de maatschappij. De voetbalwereld stelt zoveel eisen aan een topsporter dat je heel snel volwassen wordt. Maar ook hard en meedogenloos. Dat is geen klacht, maar inherent aan de top. Wie hier overleeft verdient respect.''

De opvatting van sommige mensen dat profvoetballers met een paar uurtjes trainen per dag en hoogstens twee keer per week een wedstrijdje spelen een luizenleven hebben, verwijst hij geërgerd naar het land der fabelen. ,,Iemand die dit denkt zal ons leven nooit volhouden. Je moet je hele jeugd ervoor opgeven. Je kunt na tienen niet meer over straat lopen. Je mag niet gesignaleerd worden op bepaalde plekken. Als je eens een keer uitgaat, doet in de stad al snel het verhaal de ronde dat je in dat etablissement regelmatig komt. Je dient elke minuut van je leven representatief te zijn voor je werkgever. Op de training moet je voor honderd procent fit en uitgerust zijn.''

En dan is er nog het mentale aspect. ,,Je moet elke zondag en vaak midweeks presteren voor een miljoenenpubliek. Andere spelers kunnen bepaalde zaken heel makkelijk van zich afschuiven. Ik denk over dingen na. Soms misschien te veel. Zo zit ik een beetje in elkaar. Momenteel neem ik mijn werk mee naar huis. Dat kan goed en slecht zijn.''

De Ridder somt zelf de aspecten op die de media nog voor zijn grote doorbraak regelmatig belichten. A: Hij heeft het diploma gymnasium op zak. B: Hij is joods. C: Hij wordt geafficheerd als een aantrekkelijke jongen. Terwijl voetballers nog wel eens hun studie laten voor het is – veelal zeggen ze dan later dat het niet meer te combineren was – heeft De Ridder zijn school afgemaakt. Ondanks het feit dat hij door de trainingen soms tot middernacht huiswerk moest maken. ,,Ik wilde toch een beetje variatie in mijn jeugd en niet alleen voetballen.''

Hij is een zoon van een joodse moeder. Thuis wordt er met de religie ,,liberaal'' omgesprongen, zegt hij. De Ridder draait er niet omheen dat spreekkoren als ,,hamas, hamas, alle joden aan het gas'' bij hem harder aankomen dan bij andere spelers. ,,Mijn moeder woonde in Israël. Ze heeft geen familie verloren door de holocaust. Niettemin vind ik dat mensen die dat roepen op dit gebied geen kennis van zaken hebben. En als ze wel weten dat er in de Tweede Wereldoorlog zes miljoen joden zijn vermoord, hebben ze geen gevoel.'' Hij komt graag in Israël. Het zou voor hem een droomscenario zijn als hij uit tegen Maccabi Tel Aviv, de volgende Champions-Leaguetegenstander, zou mogen spelen. ,,Maar niet om mij een plezier te doen. Dan moet de trainer overtuigd zijn van mijn kwaliteiten.''

    • Erik Oudshoorn