`Gasten moeten het hotel kleur geven'

Het Lloyd Hotel in Amsterdam is verbouwd door een keur van architecten en vormgevers. Waar ooit landverhuizers en gevangenen zaten, komt nu een Culturele Ambassade.

Bouwvakkers zijn nog aan het werk, maar het Lloyd Hotel in Amsterdam is eind augustus al geopend. ,,Een softe opening noemen we dat'', vertelt Suzanne Oxenaar, een van de initiatiefnemers van het Lloyd Hotel. ,,Je kunt nu al kamers huren. En het grote restaurant, `Snel', is ook al open.'' Later opent een tweede, klein restaurant, `Sloom', waar gasten hun eigen menu kunnen samenstellen. Op 11 november volgt de officiële opening.

Het Amsterdamse Lloyd Hotel doet op het eerste gezicht denken aan Hotel New York. Net als dit 11 jaar oude hotel in Rotterdam zit het Lloyd Hotel in een voormalig gebouw van een rederij – Koninklijke Hollandsche Lloyd – in een in onbruik geraakt deel van de haven. Beide gebouwen deden ooit dienst als hotel voor emigranten. Ook vormgevers spelen een rol in beide gebouwen. Werd het interieur van Hotel New York ontworpen door Dorine de Vos, aan de verbouwing van Lloyd Hotel, dat vanaf de Tweede Wereldoorlog tot 1987 dienst deed als gevangenis, is door een keur van Nederlandse architecten en vormgevers gewerkt.

Het Lloyd Hotel is een soort museum van hedendaagse architectuur en vormgeving geworden. Het Rotterdamse bureau MVRDV, bekend van de Villa VPRO in Hilversum, ontwierp de verbouwing. De inrichting van het 120 kamers tellende hotel werd verzorgd door vormgevers als Ineke Hans, Richard Hutten, Hella Jongerius en Joep van Lieshout, Marcel Wanders en kunstenaars als Tjalko Lokhorst, Suchan Kinoshita en Michel François.

Verder gaat de vergelijking tussen Hotel New York en het Lloyd Hotel niet. Het nieuwe Amsterdamse hotel wil meer zijn dan een bijzonder hotel met een groot restaurant. In het hart van het gebouw is de `Culturele Ambassade' gevestigd die de gasten in staat stelt zo goed mogelijk gebruik te maken van hun tijd. Drie `ambassade-medewerkers' zorgen voor `persoonlijk advies, kaarten voor een voorstelling of een informele ontmoeting met een gelijkgestemde', zo valt te lezen op de website van het Lloyd Hotel.

,,Het idee is dat er op enig moment altijd veel kunstenaars, architecten en andere professionals uit de culturele sector uit binnen- en buitenland in Amsterdam zijn, maar dat die onzichtbaar blijven'', legt Oxenaar uit in een van de open ruimtes van de Culturele Ambassade. ,,Ze logeren allemaal in andere hotels en hun hele dag is volgepland door de instelling die ze heeft uitgenodigd. Het Lloyd Hotel moet een ontmoetingsplek voor hen en voor Amsterdammers zijn.''

Zeven jaar geleden wonnen Oxenaar en de drie andere initiatiefnemers van het hotel – Otto Nan, Liesbeth Mijnlieff en Gerrit Groen – een prijsvraag voor het toen leegstaande Lloyd-gebouw. Maar de financiering bleek moeilijk. ,,We waren projectontwikkelaars zonder geld en banken zijn huiverig voor cultuur. Pas toen woonstichting De Key bereid werd gevonden het vastgoed-deel voor zijn rekening te nemen, kwam het project van de grond'', vertelt Oxenaar. Vervolgens verklaarde de toenmalige staatssecretaris van cultuur, Van der Ploeg, het gebouw tot monument. ,,Alle bestekklare plannen konden de prullenbak in.''

Ondanks de monumentenstatus van het door Evert Breman ontworpen Lloyd-gebouw uit 1921 zijn de ingrepen van MVRDV fors. Niet alleen kreeg het gebouw in het hart een spectaculaire vide over de hele hoogte van het gebouw, maar ook ging het aantal verdiepingen van drie naar zes. Maar de lange gangen door het gebouw en de kamers aan de noordzijde bleven in vrijwel originele staat behouden. Voor deze kleine kamers met de oude lambrizeringen en andere oorspronkelijke details ontwierp Christoph Seyferth sobere bedden en tafels die over de bedden heen kunnen worden geschoven.

De opmerkelijkste kamers zijn aan de zuidzijde: sommige zijn bijna vijf meter hoog, andere hebben een groot oppervlak. ,,Het Lloyd Hotel heeft, afhankelijk van de grootte, kamers die variëren van één ster tot vijf'', vertelt Oxenaar. De goedkoopste kamers zijn 80 euro per nacht, de duurste 300.

Opvallend is de terughoudendheid van de vormgeving en inrichting van alle kamers. In veel kamers staan niet meer dan een bed, een tafel en wat stoelen. ,,Wie meer meubilair wil, kan dat komen halen'', zegt Oxenaar. ,,Ook komt er een mobiele bibliotheek in de torenkamer met verrijdbare kasten die je op de kamer kunt zetten.'' De open ruimtes van de Culturele Ambassade zijn al net zo sober vormgegeven en ingericht als de hotelkamers. De wanden zijn wit, net als de gietvloeren, de balustrades zijn van glas en de verschillende etages worden verbonden door eenvoudige houten trappen die dwars door de vide lopen ,,Nergens hangt permanent kunst'', vertelt Oxenaar. ,,De gasten moeten kleur geven aan het gebouw.''

    • Bernard Hulsman