Canada casht door hoge olieprijs

De Canadese overheid gaat 2 miljard euro verdienen aan de verkoop van het laatste restje in het staatsbedrijf Petro-Canada.

De scherpe stijging van de olieprijs had nauwelijks op een beter moment kunnen komen voor de Canadese overheid. In de meest waardevolle aandelentransactie uit de Canadese geschiedenis ontdoet de regering in Ottawa zich deze week van haar overgebleven deel van Petro-Canada, een voormalig staatsbedrijf met activiteiten van de Canadese oliebronnen tot de Noordzee.

Ottawa verkoopt ruim 49 miljoen aandelen, ofwel een belang van 19 procent, van Petro-Canada, in omvang de vierde olieproducent van het land. De prijs van de aandelen is eind vorige week vastgesteld op 64,50 Canadese dollar (41,20 euro) per stuk. De overheid strijkt daarmee 3,13 miljard dollar (2,0 miljard euro) op – een reuzenmeevaller die aanmerkelijk hoger uitvalt dan werd verwacht toen de verkoop van het aandelenpakket eerder dit jaar werd aangekondigd. Sinds de transactie deze maand werd ingezet, liep de koers onverwachts nog eens met bijna 5 procent op – met dank aan de torenhoge prijs per vat olie.

,,In omvang is het een enorme deal'', zegt Garey Aitken van Bissett Investment Management in Calgary, dat aandelen in Petro-Canada bezit. ,,De regering heeft een goed moment gekozen om te verzilveren, nu de olieprijs bij de 50 [Amerikaanse] dollar is gekomen. Dat helpt de hele sector, inclusief Petro-Canada. Het feit dat er zo'n groot aanbod van aandelen was en de koers desondanks nog vier à vijf dollar opliep, geeft aan dat deze stap goed is ontvangen.''

De verkoop van het laatste deel van Petro-Canada voltooit de privatisering van de oliemaatschappij, na eerdere transacties in 1991 en 1996. Petro-Canada werd in 1975 gesticht in reactie op de internationale oliecrisis om de Canadese regering meer greep te bieden op de binnenlandse olie-industrie. Dominantie door buitenlandse multinationals werd gevreesd, en toenmalig premier Pierre Trudeau wilde de Canadese afhankelijkheid van het oliekartel OPEC verminderen. Op kosten van de belastingbetaler verwierf Petro-Canada in de jaren zeventig de meeste Canadese bezittingen van onder meer British Petroleum, Petrofina en Gulf.

De interventionistische strategie was omstreden, met name in het west-Canadese Calgary, het centrum van de Canadese olie-industrie. De oprichting van Petro-Canada werd daar aanvankelijk beschouwd als een nationalisering van de oliebelangen door de federale overheid. Het hoofdkantoor van `Petrocan', een spiegelglazen wolkenkrabber met een rode glans in het hart van Calgary, kreeg de bijnaam `het Rode Plein', en sommige consumenten weigerden jarenlang om hun auto vol te gooien bij Petro-Canada's omvangrijke keten van benzinestations (die nu uit 1.600 stations bestaat, verspreid over het hele land).

In de afgelopen jaren is die scepsis weggeëbd. Los van de overheid ontwikkelde Petro-Canada zich tot een gediversifieerde olieproducent die op gelijke voet staat met andere spelers in de Canadese olie-industrie. De onderneming van 4.500 werknemers wint olie voor de Canadese oostkust, is betrokken bij de winning van de enorme voorraden van de zogeheten oliezanden in Alberta, en speelt een belangrijke rol bij aardgaswinning in Noordwestelijk Canada en Alaska.

Bovendien is Petro-Canada internationaal actief, onder meer in de Noordzee. In 2002 verwierf het bedrijf Veba Oil and Gas, dat nu opereert als Petro-Canada Netherlands in het Hanzeveld. Dit jaar kocht Petrocan een minderheidsbelang in het Buzzard-olieveld. ,,De ironie is dat Petro-Canada ooit een krooncorporatie was en nu een van de meest internationale maatschappijen is in Canada'', zegt Aitken. ,,Een groot deel van hun groei komt van buitenaf.''

Ondanks deze stappen op de internationale markt verklaarde Ron Brenneman, president-directeur van Petrocan, enkele jaren geleden dat het aanhoudende staatsbelang zorgde voor een ,,stigma'' van overheidsbemoeienis. Dat is nu voorbij, en de maatschappij belooft er in zijn woorden een ,,schonere entiteit'' door te worden. Een woordvoerder van Petro-Canada merkt daarbij op dat de overheid een ,,zeer onbemoeizuchtige aandeelhouder'' was. ,,De verkoop heeft geen gevolgen voor onze dagelijkse operaties.''

De overheidsaandelen komen voor 60 procent in handen van beleggers uit de Verenigde Staten, 10 procent gaat naar Europa, de rest blijft in Canada. De Canadese regering is van plan een derde van de opbrengst, 1 miljard Canadese dollar, te besteden aan milieuvriendelijke technologieën die Canada moeten helpen om te voldoen aan zijn verplichtingen onder het Kyoto-protocol ter vermindering van de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.

    • Frank Kuin